Reynier (3) slot

Met een glas rode wijn in onze handen zitten we naast elkaar, op het Kloetingse dorpsplein, tegen het muurtje van de kerk. We bekijken en beoordelen de aanvoer van de verse lentefeest-gasten. Omdat het dit jaar op zijn `Amerikaans` is, sjouwen ze allemaal iets mee. Bier, wijn, chips, soep, taart, het maakt niet uit wat. Het wordt bij binnenkomst op een grote tafel neergezet en het feest is pas klaar als alles op is.

Reynier 2

Boven het door brandstapels verlichte en schemerige oer-tafereel valt de digitale klok die erboven hangt nogal uit de toon. De gifgroene cijfers op het donkere display houden zich niet aan het aantal bestaande uren en tellen vliegensvlug, bijna onnavolgbaar en oneindig door.

Reynier 1

Tussen de gasten van het jaarlijkse lentefeest heeft mijn maatje, John Deer iets gezien. In elkaar gedoken, met die voor mij zo bekende grijns op zijn gezicht, staat hij daar in zijn handen te klappen en te wrijven van plezier. Dan vult hij voor de zoveelste keer zijn glas, geeft mij die speciale knipoog en loopt recht op Hannie af, die nu helemaal in het oranje, met haar Bagwan ketting om, `Ma-somati` heet. Amicaal legt hij zijn rechterhand op haar schouder. Glimlachend zie ik het tafereeltje aan. Hij is op dreef, de klootzak. Het bier klotst over de rand van zijn glas, iedere keer als hij zijn lijf lachend achterover slaat, en haar expres, de hele tijd, `Masarati` noemt.

De uitdaging

Heel even staat zij stil, zucht eens diep en hangt dan haar natte, zwarte cape aan de kapstok. Een lange werkdag, boodschappen doen en dan nog uren in de file. De spiegel in de schemerig verlichte hal weerkaatst haar vermoeide gezicht en met een afkeurende blik wendt zij zich van haar spiegelbeeld af.

Groen-blauwe oase

In de hete zomer van 1978, pakten mijn vriend en medekraker John Deere en ik een paar onderbroeken, een tandenborstel en ons paspoort in een zo klein mogelijke rugzak en gingen richting het zuiden. Liftend natuurlijk, want we bezaten geen hol en het interesseerde ons nog minder en als dat een dag niet lukte, namen we de trein, zonder kaartje te kopen. Totdat wij er werden uitgedonderd. Voor het eerst van mijn leven zag ik de bergen en sneeuw in de zomer.