Tussen de gasten van het jaarlijkse lentefeest heeft mijn maatje, John Deer iets gezien. In elkaar gedoken, met die voor mij zo bekende grijns op zijn gezicht, staat hij daar in zijn handen te klappen en te wrijven van plezier. Dan vult hij voor de zoveelste keer zijn glas, geeft mij die speciale knipoog en loopt recht op Hannie af, die nu helemaal in het oranje, met haar Bagwan ketting om, `Ma-somati` heet. Amicaal legt hij zijn rechterhand op haar schouder. Glimlachend zie ik het tafereeltje aan. Hij is op dreef, de klootzak. Het bier klotst over de rand van zijn glas, iedere keer als hij zijn lijf lachend achterover slaat, en haar expres, de hele tijd, `Masarati` noemt. Nu John voorlopig toch nog wel even bezig is stort ik mij, zoekend naar bekenden in het feestgedruis. Het is een enorme kamer ter grote van een schoollokaal. De wand die het verst van mij vandaan ligt, heeft een gigantische grote open haard, waar je zomaar rechtop in zou kunnen staan. Met zijn oude bakstenen gemetselde muren, doet het hele pand Anton-Pieckachtig aan. Tussen de dikke eikenhouten balken, van het meters hoge plafond, staat een luik open. Er hangt een houten katrol met een rafelig stuk touw uit en aan het eind een roestige metalen haak. Met mijn hoofd in mijn nek, probeer dieper het zwarte gat in te kijken, maar meer dan wat schimmige bewegingen, kan ik daar niet ontdekken.

Mijn ogen dwalen verder de bijzondere ruimte door. Daar, iets verderop, in de hoek, zie ik plotseling Nita staan, pittig en klein. Goh, wat ziet ze er weer heerlijk uit. Ik loop naar haar toe. Terwijl ik rondkijk of haar vriendje niet toevallig in de buurt is, ontdek ik vreemde, langgerekte schaduwen en bewegende lichtschijnsels op de muren. Ik zoek nieuwsgierig naar de oorzaak en door de hoge ramen, zie ik, dat er buiten een aantal grote vuren worden aangestoken.

Heel langzaam, gaan de dubbele tuindeuren open. Voorzichtig en aarzelend, begeven de eerste gasten zich naar buiten. Even later heeft het hele gezelschap zich in een ruime kring opgesteld. Alle gezichten, worden spookachtig door de vlammen verlicht en kijken in de richting van een vreemde stellage: een stuk of tien hoge ruwe palen, die schots en scheef door elkaar staan en door dikke touwen bij elkaar worden gehouden. Groot en glimmend, hangt er iets tussen. Het lijkt wel een enorme plastic zak! Er ligt wat in. Een lichaam? In het halfduister is het niet goed te zien. Beweegt het nu?

Categorieën: Vervolg verhalen

7 reacties

SIMBA · 17 september 2007 op 20:07

Jakkes wat eng! Vlug deel 2 anders kan ik niet slapen.

pepe · 17 september 2007 op 20:09

Spannend en nu moeten wij nog weken wachten op het vervolg? Zucht dat kun je ons niet aandoen hoor!! Zet deel 2 maar snel op je eigen site!

[quote] Het lijkt wel een enorme plastic zak! Er ligt wat in. Een lichaam? In het halfduister is het niet goed te zien. Beweegt het nu? [/quote]

Nu blijf ik met dit beeld in mijn hoofd zitten.

arta · 17 september 2007 op 22:06

Mooi en spannend geschreven!
Op naar deel 2 zou ik zeggen!
🙂

pally · 17 september 2007 op 22:10

Mooi spannend en mysterieus begin, laat deeel 2 maar gauw doorkomen, Niek!

groet van pally

lisa-marie · 17 september 2007 op 22:25

[quote]In het halfduister is het niet goed te zien. Beweegt het nu? [/quote]
nu wil ik het ook weten wat het is en kijk al uit naar deel 2.

Li · 18 september 2007 op 00:43

En toen?

KawaSutra · 18 september 2007 op 17:41

Ku Klux Klan?

Geef een antwoord