Bijna al mijn tijd vandaag is opgegaan aan het zoeken naar een foto van Julia. Ergens moet ik foto’s van haar hebben. Doos na doos heb ik van de kast gehaald. Door elkaar gesmeten, gleed mijn jeugd en jonge jaren in een paar uur door mijn handen. Niet alleen op foto’s, ook kaarten heb ik bewaard. Ansichtkaarten waarvan het een wonder is dat ik ze nog heb. Zo gewoon als je dat vond: een kaartje van moeder met de afbeelding van een poes en het krabbeltje:

‘Lieve Jana,
Van Ward kreeg ik het bericht dat hij a.s. vrijdag die stoel bij ons komt halen, daarna haalt hij dat kleedje bij jou. Ik geef hem gelijk je naaimachine mee. Hier verder alles goed.
H.Gr. v. moeder’

18-10-67, heeft ze hem gedateerd.

Je denkt dat je een doos met foto’s en kaarten hebt opgeborgen, maar als je hem weer te voorschijn haalt, blijkt dat je een kerkhof hebt weggezet. Er liggen kaarten in van Vera: mijn studiegenootje, medeactievoerster en vriendin. Verleden jaar is zij aan kanker overleden. Ik zat naast haar bed en streelde haar hand zo dun als een vogelpootje. Van mij wisten we toen nog niets.
Halverwege de jaren zeventig, ik studeerde aan de universiteit van Utrecht, stond tijdens een college over psychologen in de eerstelijnsgezondheidszorg een paar banken achter mij, een jong meisje op. Ze droeg kortgeknipt haar en op een eigenwijs neusje stond een grote bril met donker montuur. Heftig begon ze te debatteren met de docent, scherp onderbouwd scheerden haar argumenten rakelings langs me heen. Zo leerde ik Vera kennen, zo zou ze blijven. Had ze een punt dan moest je van goede huize komen wilde je haar daar van af brengen. Tot aan haar allerlaatste snik hield ze de regie stevig in handen; maakte ons – vrienden en vriendinnen die haar verzorgden – duidelijk wat zij wilde dat er moest gebeuren.

De kaarten dateren eind zeventig begin tachtiger jaren. Een heeft ze verstuurd omdat ze een boek terug wil dat ik kennelijk van haar had geleend: een boek over liefde en macht. Op een andere kaart dringt ze er bij mij op aan dat ik moet solliciteren naar een baan voor psychologen. Ze schrijft dat ik nog drie dagen de tijd heb. Op de derde kaart loopt ze in de Franse Pyreneeën met 15 kilo bagage op haar nek. In een p.s. staat ze dat ze een oude bloeddrukmeter voor mij op de kop getikt heeft.

Ik vind kaarten van Bert, omgebracht bij een crime passioneel. Hij introduceerde mij in De Raadskelder – een ontmoetingsplek voor linkse activisten, die na de ontruiming van Dennendal in 1974 op zoek waren gegaan naar nieuwe perspectieven in de gezondheidszorg – nadat ik in Nederland de eerste zelfhulpgroep voor mensen met hoge bloeddruk had opgezet. We maakten samen deel uit van een taakgroep in de Werkgroep Gezondheidszorg(WGU).
Lieve Bert. Hij wist door zijn homoseksualiteit zo goed wat het betekende om bij een minderheidsgroep te horen. Hij coachte mij bij de eerste stappen die ik maakte op weg naar het bewust ongehuwde moederschap. Een vriend van hem werkte bij de NVSH waar sinds kort alleenstaande vrouwen voor KID in behandeling werden genomen en hij bracht mij met hem in contact. Al was hij niet de fysieke vader van mijn kind, hij is ongetwijfeld de geestelijke vader van Aram.
Er liggen diversen kaarten van hem in de doos: hij is even weg. Zit op een zonnige plek in Frankrijk. In Griekenland. Op de Nederlandse Antillen, lekker bruin te worden. Hij stuurt een kaart met een kerk en vraagt of ik dat buitenechtelijke kind van mij, dat onderweg is, durft te laten dopen.

In hun vertrouwde handschriften sturen vrienden en vriendinnen mij hun lieve groeten en ze verzekeren mij dat ik hen spoedig weer zal zien. Ik vind zelfs een kaart van Jaap. Met een loep – nog van moeder gekregen – heb ik de postzegel heel nauwkeurig bekeken: Italië, afgestempeld op 20 oktober 1966 ‘s avonds om acht uur in Torino. In zijn onregelmatige hanenpoten schrijft hij:

afz: Jacques, gaat goed hier.

Thuis bleven wij hardnekkig Jaap zeggen. Het tengere broertje uit mijn kinderjaren waarvan ik moeiteloos de benen achter in z’n nek kon leggen, zwerft hier nog in het gebied van de Middellandse Zee.
Jaap, die op voorhand iedere concurrentieslag met Ward – zijn één jaar oudere broer – verloor. Die vrede wilde stichten als zijn jongere broers Freek en Louis samen op de vuist gingen. Die onvermijdelijk de klappen kreeg, omdat Freek en Louis zich vervolgens als één man tegen hem keerden. Die zichzelf gitaar leerde spelen. Die als basgitarist in een band twee jaar van huis weg ging en leefde… waarvan? Jaap zijn zakken waren altijd leeg. Drieëntwintig was hij toen het gebeurde.

Categorieën: Verhalen

Sagita

Het persoonlijke is politiek!

16 reacties

Harrie · 19 maart 2013 op 13:53

Een bijzonder poëziealbum met al die kaarten. Lijkt me ook spannend als je in de column / het verhaal, kaarten verwerkt die nog vrij recent zijn. Of van een onbekende, willekeurig geselecteerd op een snuffelmarkt. Gewoon om de column / het verhaal net iets spannender te maken. Verder wel mooi geschreven. En aan het eind mag je gewoon nog ergens verder lezen. Op een andere pagina. Een extraatje zeg maar. Maar wel een triestig extraatje. Ik weet niet of ik daar als lezer op zit te wachten. Maar ik begrijp het wel.

    Sagita · 19 maart 2013 op 20:00

    Harrie dank voor je reactie met suggesties. Het is sowieso inspirerend om te schrijven aan de hand van foto’s en/of kaarten. Alleen In dit verhaal passen niet recent gevonden kaarten omdat het dan geen kerkhof meer zou zijn.
    groet Sa!

KingArthur · 19 maart 2013 op 15:49

Mooi en aangrijpend geschreven (zowel dit stuk als de link). Ik weet niet of het gepast is om kritiek te geven op zo’n gevoelig onderwerp, ik doe het toch.
Als lezer blijf ik toch een beetje zitten met de vraag: Wie is Julia?, waar je de tekst mee opent en heb je de foto’s nog gevonden? Aan de andere kant vraag ik mijzelf af: doet dat nog ter zake?

Voornamelijk erg mooi geschreven.

    Sagita · 19 maart 2013 op 20:20

    Dank voor je reactie. Natuurlijk mag je je kritisch uiten ook op een gevoelig onderwerp. Daarvoor plaats je toch! Zelf vond/vind ik dat het verhaal op zich wel iets vertelt. Maar het maakt deel uit van min of meer losse verhalen die ik gebundeld heb onder de kop Belichtingstijd. In Fotoalbum wordt Julia al genoemd en ik vertel meer overhaal in verhalen die nog moeten komen.
    groet Sa!

Pierken · 19 maart 2013 op 17:29

Je schrijft hier acht columns in een kleine ruimte achtereen, Sagita. Alle in wonderschoon kleine details, over volgens mij bevlogen individuen, beschreven. Jouw belevingen, fantasie en talent kan hen allemaal weer het leven geven. Over de ervaringen die je met hun hebt kun je volgens mij wel een klein boekje vullen. Volgens mij is ze dat allen één voor één postuum gegund. Ik lees veel nostalgie in jouw verhalen. En zeker niet belegen, maar het vertellen waard. Hoe verging het Bert bijvoorbeeld? Crime passionel?

    Sagita · 19 maart 2013 op 20:57

    Dank voor je compliment! Weet dat ik het waardeer. Ja er is veel over te vertellen en te schrijven. Bijvoorbeeld in mijn column ‘Romeo E Julia’ (ik weet helaas niet hoe ik een link in een reactie moet plaatsen) vertel ik al een en ander over Bert. En op mijn weblog staat een verhaal ‘Een Verre Zomer’ dat ook over Bert gaat. Ik ben wel eens bezig geweest met een boek(je) , maar dat is blijven liggen. Zie mijn antwoord op de vorige reactie. Nu probeer ik steeds verhalen en stukjes uit te werken en wie weet kan ik daar later een groter verhaal van maken?
    groet Sa!

Nachtzuster · 19 maart 2013 op 22:53

Je denkt dat je een doos met foto’s en kaarten hebt opgeborgen, maar als je hem weer te voorschijn haalt, blijkt dat je een kerkhof hebt weggezet.

Mooi Sagita! Helaas, hoe ouder je wordt, hoe groter het kerkhof dat je opbergt. Maar heel mooi dat op elk kerkhof de mooiste herinneringen verborgen liggen die zo nu en dan afgestoft worden. En daarmee herboren worden.

    Sagita · 20 maart 2013 op 13:25

    Ja mooi: ze weer een beetje leven geven, dat is waarom het gaat. Mooie reactie! Dank!

Meralixe · 20 maart 2013 op 08:58

Het zijn als het ware, maar dan wel uitstekend geschrevene, flarden teksten. Net zoals het gebeurd; greep in de foto’s en dan terug opbergen met telkens een bedenking er bij. Zo komt het enigszins hakketakkend over maar krijgt de lezer toch enkele fragmenten van bedenkingen die stuk voor stuk boeken zouden kunnen zijn. Ook ik denk wel eens dat elke mens een scenario is voor een boek. :yes:

Libelle · 20 maart 2013 op 09:03

Een zolder en een oude schoenendoos, prachtige bezittingen met jouw talent.

pally · 20 maart 2013 op 10:10

Mooi Sa! Ik vind juist dat je met het aangeven van slechts een flard van die levens en die personen een wereld van fantasie in gang zet bij de lezer en daar hou ik erg van.
Toevallig ben ik op ‘schrijfretraite’ met een groep schrijvers op Terschelling en schrijf ik een verhaal naar aanleiding van een oude foto….

groet van pally

    Sagita · 20 maart 2013 op 13:27

    Wat heerlijk Pally! Oude foto’s en een frisse wind door de haren dat moet iets bijzonders opleveren!

lisa-marie · 20 maart 2013 op 12:21

Ik ga het meest gevoelige woord gebruiken namelijk zeer herkenbaar. Ook ik heb een vol met ansichtkaarten, brieven en dergelijke. Allemaal dierbare herinneringen. En zo gaat het ook als je de doos opent .
Ik vind deze mooi realistisch!!

ps: Fijn om die klik naar jaap te lezen .

    Sagita · 20 maart 2013 op 13:29

    Dank je wel Lisa-Marie. Fijn dat je link kan waarderen: even stil gestaan bij zijn te korte leven!
    Groet Sa!

Ma3anne · 20 maart 2013 op 17:19

Jarenlang heb ik ook van alles bewaard, om er af en toe – in tranen – weer eens naar te kijken.
Toch besloot ik een aantal maanden geleden bijna alles weg te doen. En dat luchtte zo enorm op!
Ik heb de behoefte niet meer mijn verleden met me mee te zeulen.

Dat neemt niet weg, dat ik ademloos je column heb gelezen. Jouw herinneringen zijn waardevol zoals ze zijn.

Sagita · 21 maart 2013 op 10:05

Dank voor lezen en reacties van/op dit verhaal/column. Erg fijn!
Groet Sa!

Geef een reactie

Avatar plaatshouder