Met de trein naar Berlijn. Het lijkt simpel,  en dat is het ook.  Het staat al jaren op onze planning maar het is er nog nooit van gekomen. Maar nu gaat het gebeuren. We kopen een kaartje online, we zoeken een hotel  en we pakken onze koffertjes  in. We zijn mooi op tijd op het station.
En route dus. De eerste hindernis doet zich al snel voor:  de trein kan  niet vertrekken bij gebrek aan een machinist. Na een kwartiertje is de man blijkbaar toch aangekomen: we rijden Het overstappen op de IC naar Berlijn gaat prima. Via de intercom wordt gemeld dat we langzaam moeten rijden vanwege een aanrijding met een persoon en niet lang daarna horen we dat een vrachtwagen een viaduct heeft geramd. We maken het allemaal mee. En toch komen we volgens planning op tijd aan op  Berlijn Hauptbahnhof.

De trein opent haar deuren en de menigte beweegt zich naar buiten. Via roltrappen en liften probeert iedereen zich een weg te banen door dit prachtige moderne station.  De mensenmassa valt in twee delen uiteen:  de inwoners en de toeristen. Vaak bijzonder goed geklede mannen en vrouwen  die zich,  mobieltje in de hand,  al bellend een weg naar buiten banen. Ze  zijn hier thuis, ze kijken nergens van op en ze weten de weg.
De grote groep toeristen, die niet hier niet zo bekend is ,sluit aan in de rij bij het informatieloket. Die rij is lang, het gezelschap internationaal. Rolkoffers in bonte kleuren, tassen op wieltjes of ingewikkelde rugzakken. Een enkeling heeft zelfs zijn fiets meegenomen.
Eenmaal in het bezit van de noodzakelijke openbaar vervoerkaart met bijbehorende plattegrond en kortingenboekje, stopt menigeen bij een eettentje om – al dan niet staand- een hapje te eten. Reizen maken hongerig.

Tegen de muren  zijn, op de grond,  groepjes –  veelal gesluierde of met hoofddoek getooide – moeders met slapende kindertjes, bij elkaar gekropen. Doffe blik in de ogen, duidelijk vermoeid, hangend tegen elkaar of tegen een uitpuilende tas. Peuters met bleke bekkies staan op wankele beentjes en kijken met verwonderde ogen naar de mensenmassa. Vluchtelingen. Het contrast kan bijna niet groter zijn.

Er is veel bewaking, maar de sfeer is vriendelijk. Via de luidsprekers wordt nuttige en minder nuttige informatie doorgegeven, wordt men gewaarschuwd voor zakkenrollers en voor mensen die ‘spontaan hun diensten aanbieden’. Er zijn bedelaars en zwervers die de aandacht willen trekken. Geef je aan dat je daar niet van gediend bent dan hoor je toch een beleefd  ’danke schön en schönen Tag’.  Ik vraag me af of ze de betekenis van wat ze zeggen eigenlijk wel kennen.

Overstappen in het openbaar vervoer is een bijzonder goed georganiseerd fluitje van een cent. Treinen, S-Bahn, ondergrondse, trams en bussen, het rijdt af en aan. En iedereen is gedisciplineerd, niks duwen of trekken. Netjes op je beurt wachten. We zoeken onze aansluiting richting hotel en terwijl we ons verbazen over de relaxte sfeer overal brengt de S5 ons naar onze eindbestemming. We wandelen nog een  klein stukje door het inmiddels donker geworden maar uitbundig verlicht Berlijn naar ons hotel. Wir sind da!


miepske

Wie regelt verzorging van huisdier, tuin of huis als jij er niet bent of het niet kunt? Dat doe ik met mijn www.vakantie-assistent.nl Wie of wat ben ik? Moeder, oma, partner, ondernemer, actief, fit, snel, enthousiast, vindingrijk, ondernemend, hou van schrijven, organiseren, bezig zijn, bezit een scherp tongetje en een scherp pennetje soms ook.

7 reacties

Mosje · 27 november 2015 op 13:06

Leuk, Berlijn, ga ik hopelijk volgend jaar ook weer eens doen.
ik struikelde in je verhaaltje over “en route” Ik las het eerst alsof het Nederlands was. Maar is Frans dus. Ik zou “Unterwegs” gebruikt hebben 😉

miepske · 27 november 2015 op 15:29

Goeie tip Mosje.
Ik ben enigszins francofiel daar zal het wel door komen 😉

Rob van Meer · 27 november 2015 op 15:31

“Via de luidsprekers wordt nuttige en minder nuttige informatie doorgegeven, …” Als u dit onderscheid kan maken, dan zou ik dat ook toepassen in uw schrijven. Ruis eruit halen dus. Een column (of in dit geval uw reisverhaal) heeft geen inleiding nodig. Die eerste alinea tot aan de eerste witregel zou ik volledig schrappen en meteen beginnen bij de aankomst in Berlijn. Zo zit je als lezer direct in het verhaal zonder de voorafgaande non-info. Na de eerste witregel vind ik het verhaal leuk geschreven, waardoor ik toch bleef lezen. In gedachten zie ik alles voor me!

Kim U. · 27 november 2015 op 19:12

Ik mis wat spanning. Zat te wachten op een soort “hoogtepunt” of yes-moment waarvan ik dacht dat je daar naartoe werkte maar voor mijn gevoel kwam het niet al kwamen de derde en vierde alinea wel meer in de richting. Iets meer spanning over all had mij dus meer aangesproken.

Meralixe · 28 november 2015 op 07:54

Je wekt de interesse voor Berlijn niet op door te schrijven dat er een trein gestopt. Dat doen treinen overal. Misschien was ‘Het station’ beter geweest als titel. Zo kon je dieper zoeken naar de sfeer van die plekken die overal een beetje hetzelfde zijn. Dan nog is het moeilijk schrijven. Hoe kan je bijvoorbeeld de interesse van de lezer opwekken door te schrijven dat er informatie wordt doorgegeven via luidsprekers.
Een op sensatie belust onderwerp of een brute bewering op de voorpagina werpen is gemakkelijker dan het omschrijven van dagdagelijkse gebeurtenissen. Op naar de volgende?

Meralixe · 28 november 2015 op 07:58

Oei! Ik kan mijn reactie niet meer verbeteren!
… dat er een trein gestopt IS
… een beetje hetzelfde IS

miepske · 28 november 2015 op 09:05

Dank voor jullie reacties, suggesties en opmerkingen. Er valt nog veel te leren, te verbeteren maar het plezier in het schrijven is onverminderd aanwezig!

Geef een antwoord