Ik kan niet ontkennen dat het Delftse leven me veranderd heeft. Onder invloed van mijn medestudenten ben ik een stuk onhygiënischer, botter, luier en vadsiger geworden. Om de laatste twee enigszins te compenseren, ging ik de afgelopen tijd wekelijks enkele keren naar het sportcentrum, waar ik mij een uur lang op hippe muziek in het zweet werkte. Aerobics is niet echt opwindend te noemen, maar ik waande mij naar omstandigheden gelukkig. Tot mijn sportmaatje meer wilde en het sportrooster ging doornemen. ‘Arjan, we gaan thai boksen!’, zei ze. En om een of andere reden stemde ik ermee in.
Na een digitale opjutsessie (‘ik ga je schtuk maken!’) komt het op een ijskoude woensdagavond tot actie. Om stipt kwart over acht staan we in onze aerobicsoutfits tussen een stuk of twintig professioneel uitgedoste sportmannen. Ineens weet ik weer wat er zo naar is aan de brugklasperiode. Terwijl iedereen om je heen de nodige ervaring heeft met al wat komen gaat, ben jij als een onbeschreven blad en bovendien: je hebt totaal de verkeerde kleren aan. De trainer is door de hevige sneeuwval een kwartier te laat, dus het aanwezige testosteronpeloton krijgt ruim de tijd om ons, steeds minder besmuikt, te observeren en te becommentariëren. De trainer, een übercliché van de macho spierbundel komt binnen. Als één man beweegt het peloton zich naar de overkant van de zaal, om zich daar in een dubbele rij geknield op te stellen. Van geen kwaad bewust sluiten mijn sportmaatje en ik ons aan de rechterkant van de rij aan. We begroeten de trainer met een buiging en een oerkreet die klinkt als een soort ‘oesh’ en krijgen al meteen ons eerste standje: of ‘de dames’ de volgende keer links willen plaatsnemen, rechts zitten de meest gevorderde boksers. Pijnlijk momentje, maar we zijn nog lang niet uit het veld geslagen. Vol goede moed beginnen we aan de warming up, een kwartier lang rondjes rennen, springen en duiken. We brengen het er redelijk vanaf en ik vermoed dat onze medesporters enig respect voor ons beginnen te krijgen. De nu volgende stretchoefeningen zijn een eitje, ze vertonen duidelijke overeenkomsten met de cooling down van onze bodyshapejuf. Een flintertje overmoed blinkt in onze ooghoek.
Dan is het tijd voor wat techniek. In duo’s gaan we verschillende stoten en schoppen oefenen. Na wat geruzie met stinkende bokshandschoenen mogen we beginnen. De eerste minuten giechelen we op niveau breezer de zaal bij elkaar. De hulptrainer, een welwillende boerenknul, schiet te hulp. Met zijn ‘Dames, let op je dekking, indraaien, vanuit je schouder, jaaaa dat ziet er goed uit’ probeert hij ons de kneepjes van het vak bij te brengen. Zijn pogingen zijn niet zonder resultaat, concluderen we als onze maagdelijk witte schenen zich in hoog tempo beginnen te vullen met blauwe plekken. Die scheenbeschermers komen later wel. De vermaakte glimlachjes van de trainer negerend kijken we om ons heen; we doen het niet eens veel slechter dan sommige mannen. Visioenen van wedstrijdposters met onze foto’s erop schieten langs: wij gaan het maken in de thai bokswereld! Niet lang daarna wordt onze illusie bruut doorbroken, er moet opgedrukt worden. Anders dan bij thai bo gaat het hier om Echt Opdrukken. In een grote kring moeten we dertig keer met onze neus naar de grond, gevolgd door nog wat evenwichtsoefeningen waar ze bij yoga alleen van kunnen dromen. Ondanks al mijn feministische overtuigingen moet ik toegeven dat vrouwen hier gewoonweg incapabel zijn. Onze comeback moet gemaakt worden bij het laatste onderdeel van de training; een sparring sessie. We durven het nog niet tegen de mannen op te nemen en negeren Oost-Indisch doof elke aanmoediging tot wisselen van sparring partner. Onze truc lijkt te werken, tot uit de mannenmassa een van mijn IO-mentorkindjes naar voren komt om te melden dat hij altijd al eens met zijn mentormama heeft willen matten. Onder voorwaarde dat hij me niet al te hard gaat slaan, ik heb immers nog geen bitje, ga ik het gevecht aan. De schat houdt zich enorm in en geeft vooral aanwijzingen over wat ik moet doen om door zijn afweer heen te komen. Als ik hem na dertig seconden vol op z’n mond sla durft hij zich ook wat meer in te zetten. Hij mept me in m’n buik en merkt dat meisjes slaan eigenlijk best leuk is. Ik ontdek een mij tot nu toe onbekende fanatieke kant in mij en er volgt een interessant wedstrijdje. Na vijf minuten klaagt mijn mentorkindje over kindermishandeling en gaan we op zoek naar een andere partner. Ik ben volledig over mijn mannenvrees heen en daag een tweede jongen uit. Deze is duidelijk beter en raakt me al vrij snel aardig hard op mijn neus. Geschrokken trekt hij zich terug. ‘Je hebt geloof ik een bloedneus’, zegt hij angstig. Ik ben benieuwd en loop naar de spiegel. Helaas, geen stoere verhalen voor de thuisblijvers, mijn neus is alleen een beetje rood. De strijd verloopt verder zonder kleer- dan wel huidscheuren en na nog een wedstrijdje zit de training er al weer op.
Ik bedank de trainer en vraag of m’n sportmaatje en ik echt zo lachwekkend waren. Hij beaamt dit, maar weet zich eruit te redden door te zeggen dat we het een stuk beter deden dan verwacht. Ik ben ondertussen helemaal fan van deze stoere sport en ga de dag erna meteen op zoek naar bitjes en scheenbeschermers. Op naar mijn eerste echte bloedneus!


14 reacties

WritersBlocq · 5 januari 2006 op 17:14

Welkom! Ik vind het een super leuk verhaal, heb in een deuk gelegen 😀
[quote]Na wat geruzie met stinkende bokshandschoenen mogen we beginnen. [/quote]
Ja, gèdvèèèr, die dingen stinken! Ik heb ook jaren terug bokstraining gedaan, geweldige sport. Nu doe ik liever een bit in een paardebek (niet de mijne overigens).

archangel · 5 januari 2006 op 17:35

Leuk stukkie, goed en vlot geschreven, en mij uit het hart gegrepen 🙂 Ik heb zelf jaren aan taekwondo gedaan, ben tegenwoordig verslaafd aan capoeira, en hoewel het de bedoeling is dat je de schoppen van de ander tijdig ontwijkt neem ik ook regelmatig blauwe plekken (vooral op de schenen) mee naar huis. Ik heb me laten vertellen dat mijn gezicht dierlijke trekken begint te vertonen als ik lekker bezig ben, en eigenlijk ben ik daar best een beetje trots op! 😀

Michaël

Ma3anne · 5 januari 2006 op 18:00

Echt stoer! Ik ken je niet, maar ik ben trots op je. Qua lef en schrijfstijl wel te verstaan.

Laat me nog eens zo lachen.:laugh:
Ik kijk uit naar je volgende column.

Raindog · 5 januari 2006 op 18:12

Leuke directe rechtse van een column zeg maar. Beetje lang, zelf in het begin ook nogal eens last van gehad, maar erg vlot en leuk leesbaar.

Hai.

Mup · 5 januari 2006 op 18:36

[quote]het aanwezige testosteronpeloton [/quote] 😀 😀

Ik terk amper een ouder/kind judo les, jaarlijks na een examen 🙁

Groet Mup.

Trukie · 5 januari 2006 op 18:53

[quote]Ik ben volledig over mijn mannenvrees heen [/quote]

Lijkt me een handige instelling in het hol van de leeuw.:-P

Een lekkere snelle column met power

Mosje · 5 januari 2006 op 20:19

Leuke binnenkomer.
Heb wel wat lichte kritiek, maar ja,, omdat jij je bitje nog niet in hebt….
😛

Dees · 5 januari 2006 op 20:58

Heerlijk lezen, mooie vondsten. Vaart en pit in één. Ben benieuwd naar de bloederige vervolgen 😉

Li · 5 januari 2006 op 22:17

Met ietwat meer alinea’s leest dit geweldige verhaal nog lekkerder weg!

Li

Nick · 5 januari 2006 op 22:43

Ik heb me probleemloos door je column heen gebokst.

melady · 6 januari 2006 op 01:08

Een enorme lap tekst, je schrijfstijl is leuk en vlot geschreven maar hier en daar een alinea zou het leuker leesbaarder maken voor mij en een beetje schrappen.
(Wie ben ik om dat te zeggen?)
Welkom

Chantal · 6 januari 2006 op 13:35

[quote]Ik heb me probleemloos door je column heen gebokst.[/quote]

Ik ook! Welkom! 😀

Shitonya · 6 januari 2006 op 16:50

Gooi er de volgende keer wat alinea’s in. Verder zal ik maar niets zeggen over de humor, want dat is ‘smaak”…

arjanna · 10 januari 2006 op 15:20

maar ik heb hem juist erop gezet om kritiek te krijgen.. kom maar door! denk ik… 😉

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder