Over de neus

Sommige mensen steken hem overal in. Ja, de neus, het meest overschatte deel van ons lichaam. Hij komt voor in diverse maten en kleuren. Soms neemt ie een loopje met de bezitter. Hij laat zich niets wijs maken. O nee. En ojee, als je hem probeert te nemen. Ja, die neus. Daar is ie niet van gediend. En ook niet van geportretteerd. Ook al staat hij meestal in het midden. Dat verschrikkelijk portret.

Over de longen

De zon schijnt fel op het matte glas. Het is bloedheet op de zevende verdieping. Ik zweet inmiddels peentjes. De hitte heeft nauwelijks effect op mijn collega’s. Zij zitten met een vierkant ET-hoofd weggedoken achter hun beeldschermen. Zo af en toe wordt er onder de tafel geschopt. Links en rechts en tegenover mij.

Geestige waarneming

Als de wekker gaat, slaat Martin het ding met een klap uit. Half zes, hij moet om zes uur in de trein zitten. Hij scheldt zichzelf uit, hij had na de voetbalwedstrijd meteen naar huis moeten gaan en niet de kroeg in moeten duiken. Snel trekt hij zijn uniform aan en gooit wat aftershave op zijn gezicht. Douchen en tandenpoetsen doet hij vanavond wel.

Onheilsboodschap

Het is vroeg in de ochtend en een mager herfstzonnetje schijnt schuchter de spiksplinternieuwe Italiaanse hoogglanskeuken binnen. Aan de keukentafel zit Suzanne, voorovergebogen met voor zich een gebroken glas melk. Solex likt het witte vocht, onder stationair gebrom, likkebaardend binnen met haar roze tong. Het nieuws is verschrikkelijk. De ogen van Suzanne staan vol water. Vol ongeloof leest zij het nieuws nog een keer met trillende stem hardop aan zichzelf voor. Ze kan het amper geloven.

Filmhuis

Thomas kijkt niet om, wandelt zo hard als wandelen mogelijk is zonder aandacht te trekken het stadsplein over, in de richting van de parkeergarage. ‘Ik moet hier weg.’ Op de eenzame trap naar de parkeerkelder kan hij de verleiding om te rennen niet meer weerstaan. Gelukkig, daar staat zijn auto. Buiten adem ploft hij op de stoel, de sloten direct vergrendelend. De knokkels van zijn handen zijn wit, zo hard omklemt hij het stuur. Met een zucht drukt hij zijn voorhoofd er tegenaan en probeert zich op zijn ademhaling te concentreren. Rustig, rustig. Het is alsof hij een klik hoort in zijn hoofd, als de beelden plots binnenstromen, hem opnieuw naar adem doen happen. Hoe kon dit gebeuren?