Sommige mensen steken hem overal in. Ja, de neus, het meest overschatte deel van ons lichaam. Hij komt voor in diverse maten en kleuren. Soms neemt ie een loopje met de bezitter. Hij laat zich niets wijs maken. O nee. En ojee, als je hem probeert te nemen. Ja, die neus. Daar is ie niet van gediend. En ook niet van geportretteerd. Ook al staat hij meestal in het midden. Dat verschrikkelijk portret. Hatsjoe. Gatverdikkie. Rood, Nat, Kriebelig. Wat moet ik mat dat ding. Ik zou hem eraf willen zagen. Die snotneus. Ik heb er al van alles op losgelaten. Poederkes, pillekes, flesjes, drupkes. Het wil allemaal niet helpen. Schijtziek word ik van die neus. Die lulhannes. Zelfs stomen wil niet helpen. Zere ogen krijg ik er van. De tranen springen van de hitte in mijn ogen. En dan die lucht. Ik stik er bijna in. Wie verzint dat nu? Menthol. Menthol Harrie! Dit moet snel ophouden.

Ik kan niet kiezen. Tussen de Diskus en de Ingelheim. Achter de toonbank kijkt een kleine snotneus mij met grote ogen aan. “Papa is weg. Dokter”. Het kleine ventje wijst naar de deur. Ja, dat kan natuurlijk. Apothekers moeten ook wel eens naar de dokter. Maar waarom nu, op dit tijdstip. Als ik hem nodig heb. De Aerosol en Respimat zijn eigenlijk ook niet verkeerd. Lang geleden dat ik die nog gebruikt heb. Verrek, nu zie ik ook de Autohaler staan. Naast de Cyclohaler. Dat die nog bestaan? Dan staan de Handihaler en de Redihaler waarschijnlijk ook dicht in de buurt.

“Condooms?” roept het menneke nu keihard. Verschrikt en beschaamd kijk ik de snotneus aan. Waar haalt dat menneke de wijsheid vandaan? “Nou doe maar niet, ik ben veel te verkouden. Natte neus. Begrijp je?” Ondertussen kijk ik de apotheek goed rond of er nog iemand rondloopt.
“Natterman?” roept het menneke nog harder. Hij tilt een klein flesje boven de toonbank uit. “Goedkoop!” roept ie er achteraan. Ik heb hier van doen met een kleine businessman. Dat blijkt.

Ineens steekt er een enorme neus over mijn schouder. Hij snuift langzaam het geurspoor op dat mijn lijf afgeeft. Langzaam glijdt de neus naar beneden. Oeps, als ie maar niet …. o nee …, als ie maar niet aan mijn … mijn zakie ruikt. Jawel hoor. Vanachter mij wordt nu ook geluid geproduceerd. “Ik weet wat u nodig hebt meneer”, roept de neus. Ik kijk om en zie een enorme lelijke vrouw aan de neus hangen. Het is een flinke neus met pukkels en hij hangt tussen twee kwallen van ogen. Verzuurd kijkt de vrouw me aan. “Hij stinkt verschrikkelijk, uw neus” roept de vrouw en gebaard met een krom wijsvingertje naar beneden. Wat een heks. “Wilt u zich niet moeien met mijn zaken, mevrouw”, bijt ik de heks toe.

Het kleine mannetje is snel weggelopen. Waarschijnlijk rook hij onraad met de komst van deze maffe heks. De deur van de apotheek zwaait nu open en een man in een witte jas stapt binnen. Ha, de apotheker zeker. Hij loopt onmiddellijk naar de heks en grijpt haar stevig vast. “Noisette, zit jij nu weer bij de apotheker. We zijn je al de hele middag kwijt.” Verschrikt kijkt Noisette de man aan en steekt haar tong uit. Ze zet daarbij grote ogen op en wijst naar mij met haar grote dikke rode hangneus. “Ik had even een geurspoor opgevangen. Hij daar, hij stinkt. Uit twee neuzen, hi, hi!”

De witte man geeft snel tekst en uitleg. “Sorry meneer, vanochtend ontsnapt uit Huize Silly, we nemen haar nu weer mee. Ze heeft last van een orgastisch reuksyndroom. Ze steekt overal haar neus in. Dat kan aardig uit de hand lopen. Maar gelukkig zijn we erop tijd bij. Wilt u even achteruit stappen?” Noisette stribbelt tegen. “Wacht, wacht, wacht, ik moet mijn Eikenschacht nog uit de gang halen!” Het kleine jongetje van zojuist duikt ineens weer op. In zijn handen draagt hij een grote bezemsteel. “Hier is ie”. “Dankjewel Harrie!” Noisette wordt afgevoerd. En ik, ik maak mijn keuze. “Doe mij maar de Ingelheim Harrie, die werkt het fijnst. Doe er ook maar een flesje Natterman bij. Je weet maar nooit.”

[i]Co-column geschreven door Harrie en Mien[/i]


Mien

Bewonder luidruchtig en verwonder in stilte

11 reacties

Libelle · 29 juli 2012 op 09:11

Dat ik nu de eerste mag zijn om jullie de complimenteren met het neuzen festijn.
Mogen er nog vele organen volgen, in huize Silly zitten ze toch maar in hun neus te peuteren.

sylvia1 · 29 juli 2012 op 09:40

Weer lekker absurd!
Erg beeldend ook, ik kon jullie ruiken tijdens het lezen…

Harrie · 29 juli 2012 op 11:04

😆 😆 😆

Nachtzuster · 29 juli 2012 op 16:28

Erg leuk en origineel gevonden! Ook bij deze kan ik nauwelijks zeggen wie wat geschreven heeft. :hammer:

Harrie · 29 juli 2012 op 17:52

Allebei evenveel !!! :hammer:

arta · 30 juli 2012 op 09:29

😆
Effe sereneus nu… Hij is écht grappig!

Robebeer · 30 juli 2012 op 09:42

Opbouw van een realistisch beeld naar een meer absurde omgeving is veelbelovend. Ik vraag me af wat je bedoelt met ‘geportetteerd’. De lokale klanken (‘poederkes’, drupkes’) passen niet zo goed in dit geheel (maar dat is maar een mening over eenheid en stijl).
Het eind vind ik teleurstellend; zou het prachtig hebben gevonden als je samen met de heks op de bezemsteel (fallussymbool volgens Freud) was weggevolgen naar een nasaal orgasme waarna je je neus nooit meer kunt ophalen.

pally · 30 juli 2012 op 10:26

Hij is gek en leuk, H&M! Ik ben niet zo’n liefhebber van de co-columnsport, maar ik lees ze wel graag,

groet van pally

Sagita · 30 juli 2012 op 10:35

Wat een geneuzel! Helaas is mijn waardering voor dit orgaan met uwer schrijven niet gestegen! Wat staat ons nog meer te wachten? :pint:

KingArthur · 30 juli 2012 op 22:01

Wat een heerlijke ‘onzin’ bij elkaar. Na een 2e keer lezen vond ik hem leuker maar ja dat zegt meer over mijn lees capaciteit 🙂

Mien · 31 juli 2012 op 09:06

Bedankt voor jullie reacties.
Harrie bedankt voor de samenwerking.
Het was weer eens leuk om een co-columpie te schrijven.

Co Mien

Geef een antwoord