Hout (vervolg 3)
Een vloer van triplex heb ik. Een houten zee van vijftig vierkante meter.
Ik kan overal voor anker.
Een vloer van triplex heb ik. Een houten zee van vijftig vierkante meter.
Ik kan overal voor anker.
Ik hoef hier niet te wichelen. Ik weet zó wel dat het diep onder dit deel van het huizenblok rommelt en roert. Overal is áltijd ruzie om me heen. In de woning links, rechts, onder me, nog verder naar beneden.
Misschien ligt het ook aan de maat. Is vijftig vierkante meter te krap voor gezinnen? Zelfs die zonder kinderen? Wel als er te veel troep staat.
Het was een prachtig, zacht blauw winterjasje met zogenaamde pikpak knoopjes en het was helemaal nieuw.
Ik had het gekregen voor Sinterklaas en ik was er apetrots op.
Voor het eerst zou ik het aandoen op de zondag na Sinterklaas om naar de kerk te gaan, maar zoals gewoonlijk was ik veel te vroeg klaar en verveelde me voor het raam in de huiskamer.
Mam is duidelijk blij om mij te zien. Ze sluit me in haar armen en wiegt me heen en weer in haar armen, alsof ik vijf jaar ben in plaats van achttien. Ik laat haar maar even begaan. Dan maak ik me los en nadat we wat te drinken hebben gepakt, gaan we de woonkamer binnen. Het ziet er blauw van de rook. Als ik mam goed bekijk moet ik constateren dat ze er slecht uitziet. Geen wonder ook. Na al dat gepieker en getob over mij. Opnieuw bekruipt me een schuldgevoel.
Mijn moeder heeft me het zo vaak gezegd:’Ik krijg vroegtijdig grijze haren van jou!
Als kind zei me dat gezegde niet zoveel en ging het spreekwoordelijk mijn ene oor in en het ander weer uit.