Het was een prachtig, zacht blauw winterjasje met zogenaamde pikpak knoopjes en het was helemaal nieuw.
Ik had het gekregen voor Sinterklaas en ik was er apetrots op.
Voor het eerst zou ik het aandoen op de zondag na Sinterklaas om naar de kerk te gaan, maar zoals gewoonlijk was ik veel te vroeg klaar en verveelde me voor het raam in de huiskamer. Misschien waren mijn vriendinnetjes ook al buiten, dus ik vroeg aan mijn moeder of ik even op straat mocht voor we naar de kerk zouden gaan.
Ze keek me bezorgd aan en zei:’Even dan, maar denk er om dat je jezelf niet vies maakt en raap niets op van de straat.’

Ik had in mijn korte leventje van 5 hele jaren al een reputatie opgebouwd bij haar; ik vond altijd van alles op straat en in de velden die onze buurt omringden.
Een gouden ringetje, muntstukken en andere zaken die ik zelf erg mooi of belangrijk vond, maar die mijn moeder met een vies gezicht en tussen 2 vingertoppen uit mijn jurkzakken viste en in de afvalemmer gooide alvorens ze mijn jurk in de wasmand of in sommige gevallen in de vuilnisbak deponeerde.
Een dood verdroogd vogeltje bijvoorbeeld of de pop van een vlinder en zelfs had ik een keer een levende veldmuis in een doosje met gaatjes in mijn zak gestopt, die echter met zijn scherpe tandjes het karton zo kapot had en daarna vrolijk door de keuken heen schoot, terwijl mijn moeder gillend op een stoel stond.

Ik beloofde haar, dat ik alleen een wandelingetje zou maken om mijn nieuwe jasje in de buurt te showen. In het begin ging dat goed, maar nadat ik een paar complimenten had gekregen van enkele buurvrouwen die toevallig buitenkwamen, was ik het alweer beu.
Het was nog steeds te vroeg voor de kerk, dus liep ik het paadje achter ons huis in en zag in het gras een klein busje liggen, wat ik herkende als koperpoets die mijn moeder ook altijd gebruikte om de knop en brievenbus van de voordeur te poetsen.
Ik pakte het bijna lege busje op en liep ermee naar de voordeur en zag dat beide toch eigenlijk wel dof waren.
Als ik die nu eens mooi glimmend poetste, dan zou mamma zeker blij zijn!
Natuurlijk had ik geen zacht doekje bij me, zoals zij altijd gebruikte, dus gebruikte ik wat oom zacht was: een punt van mijn nieuwe jasje.
Na gedane arbeid waren de knop en brievenbus prachtig glimmend en had mijn jasje er ineens twee grote, zwarte punten bij.
Alweer wat grijze haren in mijn moeders kapsel waren zeker het gevolg van mijn goedbedoelde hulpactie en het jasje kon meteen de vuilnisbak in.

Categorieën: Vervolg verhalen

6 reacties

KawaSutra · 15 december 2006 op 15:00

Leuk beschreven jeugdherinnering.

[quote]…dus gebruikte ik wat oom zacht was…[/quote] 😕 Moest zeker ‘ook’ zijn.

arta · 15 december 2006 op 15:22

Leuk stukje!
Wel slordig om een fout in de titel te hebben!
🙂

SIMBA · 15 december 2006 op 15:40

Arme moeder!

Bitchy · 15 december 2006 op 16:38

Niks arme moeder, kinderen horen vies en vuil te zijn 😉

Leuk beschreven, jammer inderdaad van de foutjes!

pepe · 15 december 2006 op 20:31

Jij was een kind naar mijn hart en ik denk dat iedere moeder het op het moment van de gebeurtenis niet zo leuk zal vinden. Maar later kan je er wel samen omlachen.
Met plezier gelezen deze column.

Jammer van de titel, maar ik had het pas door toen ik het in de reacties las.

Ik heb geen idee hoe oud je nu bent en hoevele jaren er inmiddels voorbij zijn gegaan, maar ik verwacht nog meer vervolgen op deze column. 😛

pally · 15 december 2006 op 21:25

Leuk verhaal, goed geschreven.
Jammer inderdaad van de titelfout.

Groet, pally

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder