Laat me los, hou me vast

Laat me los. Alsjeblieft. Ik voel je niet. En mezelf wìl ik niet eens voelen. Soms neem ik iets in mijn hand en moet ik het zo snel mogelijk weer loslaten. Een mes dat valt. Een stuk glas van een gebroken spiegel dat ik plagend tegen mijn pols druk. Maar de vloer werkt als een magneet. En het stuk glas vermenigvuldigt. Talloze moordwapens, gecreëerd in een nanoseconde.

De jankbokaal

[i] “Mien, woar is mien feestneus?”[/i]
“Geen idee, kijk eens op de vensterbank.”
“Die bij het [i] bloemetjesgordijn[/i]?”
Vanavond gaan we, zo vlak voor carnaval, eens lekker janken. Een zorgvuldige voorbereiding is noodzakelijk.

Koud cadeau

Zijn zware voetstappen laten zwarte sporen achter in de verse sneeuw. De fonkelende lampjes van de stad voeren nog oorlog op zijn netvlies, terwijl hij zelfs de buitenwijken al gepasseerd is. Leegte om hem heen. De hele wereld lijkt één groot vel wit papier, dat is geperforeerd met zijn voetafdrukken. Surrealistisch beschenen door de maan.

Zwoele herfst nacht

Ik stap naar buiten, sluit de deur achter me dicht en geniet van de heerlijke buitenlucht.
Een deur verder loop ik weer naar binnen .
Mijn dag kan nu eindelijk beginnen.
Ik hang mijn jas op, zeg me vrienden gedag, bestel ondertussen een drankje en steek een sigaretje op.
Al snel begint het goed gezellig te worden en het geld vliegt over de bar.

Valse noot

Als dolle honden liepen we door de kamer. Muziek galmde in majeur door het huis en iedereen leek geïnjecteerd te zijn met een overdosis euforie. Zelfs Planka, geroemd om haar gebruikelijke ik-kan-niet-dansen-dat-weet-ik-en-toch-doe-ik-het-bewegingen en haar niet al te volle decolleté leek dit keer soepeler dan gewoonlijk. Bochthoofd, onze huisalcoholist, kon het dan ook niet laten om daar een misplaatste opmerking over te maken waarop ze ter plekke in haar oude houterigheid terugviel.