Ik kwam Ber tegen in de bouwmarkt. Ik zocht naar strips om een lastige hoek van het laminaat af te werken. Ber had een lorrie met balken, planken een rol gaas en bakken met spijkers en schroeven. Wilde hij een tuinhuis bouwen? Maar waarvoor was dat gaas dan? ‘Ha die Ber,’ begon ik opgewekt. Ten slotte had Willem hem aan mij voorgesteld.
Hij keek me argwanend aan. Hij had hij ruzie met Willem en dat was mijn buurman.
‘Dag,’ zei hij kort en wilde doorlopen.
‘Wat was dat nou laatst?’ vroeg ik.
‘Niks,’ zei Ber kort.
‘Daarom liep je zeker op z’n achterdeur te rammen,’ zei ik.
‘Heb je dat gezien?’ Hij stond nu stil en keek me onderzoekend aan.
‘En gehoord,’ voegde ik er aan toe.
Ber knikte. ‘Dan weet je ook waar het over ging.’
‘Dat nou net niet,’ gaf ik toe.
Hij keek me onderzoekend aan. Kennelijk kon ik er mee door. En het zat hem nog steeds zo dwars dat hij er wel wat over kwijt wilde.
‘Ging om een antieke klok,’ zei hij somber.
‘Van de buurvrouw van twee huizen verder zeker,’ vroeg ik.
Nu was hij oprecht verbaasd. Ja,’ zei hij. ‘Hoe weet je dat?’
‘Omdat Willem er mee bij mij aan kwam. Hij zocht iemand die dat ding wilde repareren.’
‘Die heeft hij ook gevonden,’ wist Ber. ‘Maar dat bleek een regelrechte kneus. Toen ik die klok kocht liep dat ding. Toen ik het ding wilde verkopen deed hij het niet meer. Maar ik moest Willem wel het volle pond betalen.’
‘O,’ zei ik dom.
‘En toen ik dat niet wilde, kwam Alex er aan te pas.’ Hij keek me verbeten aan.
Ik werd helemaal koud. Verbijsterd keek ik hem aan. ‘Wat!’
‘Dan is een van zijn vriendjes,’ gromde Ber. ‘Ze kennen elkaar van vroeger uit de buurt.’
‘Ik heb die vriendjes gezien,’ knikte ik. ‘Vooral die Alex lijkt me niks.’
‘Dat is een rasechte crimineel,’ gromde Ber. ‘Maar ze hebben nog nooit wat tegen hem kunnen bewijzen.’
Ik huiverde. ‘Dat wist ik niet.’
‘Daar kom je normaal gesproken ook niet achter,’ knikte Ber. ‘Ik wist het ook niet. Ik was zo kwaad over die klok dat ik eerst bij Willem thuis ben geweest en daarna naar de kroeg ben gegaan. Ik schreeuwde dat ik hem in elkaar zou slaan. Dat heeft Willem serieus genomen. Een uur later stond Alex bij me op de stoep. Of er problemen waren.’
Ik staarde Ber onthutst aan. ‘En toen?’
‘Of ik toch maar even wilde betalen voor die antieke klok.’
‘En dat heb je gedaan?’
‘Nee.’
‘En toen?’
‘Alex had ik wel aangekund,’ zei Ber geprikkeld. ‘Maar beide jongens niet. Hij haalde de schouders op. ‘Op een avond waren ze opeens achter me toen ik de container naar de weg wilde rijden. Eén gaf me een klap met een stuk hout. Honkbalknuppel denk ik. De ander mepte me flink in mijn buik. En toen had ik ‘m wel gehad.’ Hij zuchtte. ‘Ze hebben geen woord gezegd. Niks. Maar het was duidelijk dat het van Willem kwam.’
Hij haalde de schouders op. ‘Ik heb Willem betaald. Maar je begrijpt dat ik niets meer met hem te maken wil hebben.
Ik rilde en keek hem vol ongeloof aan. ‘Daarom kom je niet meer in de kroeg.’
Ber haalde de schouders op. ‘Ik kwam er ook meer voor het biljart. Daar ben ik goed in. Ik heb nou een andere stek. En ik heb m’n duiven.’
Ik keek naar de spullen op zijn lorrie. ‘Ga je een hok bouwen.’
Ber knikte. Plotseling verscheen er weer een lach op zijn gezicht. ‘Nóg een hok. Ik heb er aardigheid in. Soms win ik er wat mee. ’t Is in ieder geval beter dan handelen met Willem.’
‘Dat handelen zag ik toch al niet zo zitten,’ bekende ik.
‘Jij hebt er geen last van,’ zei Ber. ‘Jij bent voor hem de buurman met de gouwe hande.’
‘Ik heb beloofd een dasboard op te knappen,’ knikte ik. ‘Dat is nu bijna klaar.’
‘Niks aan de hand,’ vond Ber. ‘Maar ga niet in op een horloge, een partijtje drank of misschien zelfs een leuke auto, dan gaat het waarschijnlijk mis.’
‘Je hebt me toch laten schrikken,’ moest ik kwijt.
‘Ach. Je hebt overal van die jongens die hun maten naaien als ze hun kans zien.’ Ber haalde de schouders op. ‘Ik vond dat echt niet leuk die Alex aan de deur. Maar ik heb ‘m daarna nooit meer gezien.’
‘Maar je hebt wel betaald,’ begreep ik.
‘Ik heb ook wel eens aan Willem verdiend,’ legde Ber uit. ‘Nou heeft hij dat weer terug. Maar als je het niet erg vind ga ik nou verder. Ik wilde vanmiddag nog aan dat hok beginnen.’
Ik grijnsde. ‘En ik moet nog wat doen aan m’n laminaat.’
‘Ajuus,’ groette Ber.

Categorieën: Hokusai bon

0 reacties

Geef een antwoord