We stonden met z’n allen om de Moskwitsch. Willem, Fat, Connie en ik. Nou heb ik niets met auto’s. En waar Willem en Fat het over hadden ging volledig langs me heen. Ik bedoel, een auto moet het doen en daarmee uit. Als er iets mee is ga ik naar de garage. Willem had aangebeld en me gevraagd of ik eens wilde komen kijken. Toen stond Fat al bij de auto. Connie was met me meegekomen. Ze luisterde belangstellend naar die twee.
Willem wees naar de scheuren in het metaal en de roest. ‘Watscheure,’ zei hij.
‘Wordt gelast,’ zei Fat. Zijn spiedende ogen waren keurend over de auto gegaan. ‘We halen ons mannetje erbij en dan komt het dik voor elkaar.’
Ze keken elkaar aan. Er was iets als een blik van verstandhouding. Er speelde iets wat me ontging. Ik keek voorzichtig naar Connie. Maar die staarde naar de auto. Had zij niets gezien?
Willem deed de deur van de auto open en bukte zich naar binnen. Hij klopte eens op het dashboard. Toen kwam hij weer overeind. Hij keek naar mij. ‘Hebbie tijd?’
‘Hoezo?’ vroeg ik. Het klonk agressiever dan ik het bedoelde.
Hij grijnsde. ‘Nogsteeswantrouwig?’ Hij keek ook naar Connie. Die glimlachte vriendelijk.
Ik grijnsde nu ook. ‘Beetje.’
‘Kujje ‘t dasbord doen?’ Hij keek me vragend aan.
‘Dat is er nogal lastig uit te krijgen,’ legde Fat uit. ‘Krijg jij dat voor elkaar?’
Ik keek er naar. Het leek me niet zo’n probleem. Je moest de aansluiting van al die klokjes even loshalen. Ik zag plotseling hoe prachtig die dingen eigenlijk waren. ‘Jawel,’ hoorde ik mezelf zeggen. Dat dashboard was een juweel, besefte ik. Mijn vingers jeukten om er aan te beginnen.
‘Dat vind jij wel leuk met die klokjes,’ knikte Connie. Ze had vast mijn reactie gezien. ‘Daar heb jij iets mee.’
Ik zag dat er een vreemde trek over het gelaat van Willem gleed. Ik keek Connie op een speciale manier aan. De blik van: niets meer zeggen! We waren al jaren getrouwd. Mijn verkeerslicht meisje en ik. Ze begreep die blik. Ze zei dus niets meer. Ik vroeg me af of Willem zo raar gekeken had omdat hij zich ons gesprekje over die antieke klok van de buurvrouw twee huizen verderop herinnerde? Dezelfde klok waarmee hij Berry besotemieterd had. Ik keek nog eens naar Willem. Die rare blik was weg.
‘Waarom moet dat ding eruit?’ vroeg ik.
‘Polijste,’ zei Willem.
‘Het dashboard is nogal verweerd,’ legde Fat uit. Dat ding moet glimmen. Als je hem eruit hebt is dat polijsten zo gebeurd.’
‘Ik zal eens zien hoever ik kom,’ beloofde ik. Ik keek naar Connie. Ze keek ons belangstellend aan. ‘Vanavond begin ik er aan,’ beloofde ik. ‘Komen er nog meer mensen?’
‘Nee,’ zei Willem. ‘Jij motderuimte hebbe.’
Ik knikte.
‘Afgesproke,’ zei Willem.
Fat knikte me beleefd toe. Samen met Willem liep hij de straat op richting ’t Hoekje.
‘Als hij dat zelf niet kan, waarom is hij dan aan deze klus begonnen?’ vroeg Connie zich af. Ze staarde de mannen na tot ze uit zicht verdwenen waren.
We liepen terug naar ons erf. ‘Dat vraag ik mezelf ook steeds af,’ beaamde ik.
‘Vraag het hem eens?’ stelde ze voor.
‘Dat doe ik zeker,’ nam ik me voor.
‘Waarom mocht ik verder niks zeggen over dat dashboard?’ vroeg ze.
‘Je gebruikte het woord klokjes.’
Ze keek me niet begrijpend aan. Ik vertelde het verhaal van de antieke klok van een tijd geleden.
‘Wordt dat niet allemaal een beetje eng?’ vroeg ze.
Ik knikte. ‘Ik heb gezegd dat ik geen verstand had van antieke klokken. Jij weet wel beter. Maar dat mag hij echt niet weten.’
Connie knikte.
‘Hij heeft me gekocht op zijn manier,’ ging ik verder. ‘Ik help een beetje. Maar hij snapt dat het ‘kleinigheidje’ me nog steeds een beetje dwars zit.
‘Maar er valt niet over te praten,’ constateerde Connie. ‘Hij hoort je gewoon niet.’
‘Dat klopt,’ gaf ik toe. ‘Maar ach, dat dashboard is wel leuk om te doen. Echt een kolfje naar mijn hand. Tegen de tijd dat ik daarmee klaar ben is die auto ook wel af.’
‘Denk je?’ vroeg ze.
‘Daar zorg ik wel voor,’ knikte ik.


0 reacties

Geef een reactie