Hij was aardig, heel aardig zelfs, de taxichauffeur die ons van het vliegveld bij Salvador, Bahia, Brazilië naar ons hotel in Itapuã bracht. Wij hadden ooit een paar jaar in Salvador gewoond en hadden daar een heerlijke tijd gehad. We woonden vlak bij het strand en ik verdiende mijn brood met privé-lessen als leraar Engels. Tussen de lessen door waren we vaak aan het strand te vinden met ons eerste dochtertje. Het was een leven waarvan pas later de beschrijving werd uitgevonden :”Life is a beach.” In het Portugees bestaat een term die heet “matar a suadade”, hetgeen moeilijk te vertalen is, maar zoiets betekent als het “smoren van een verlangen naar een weerzien”. Als je opgevreten wordt door een soort heimwee naar een bepaalde plaats is niets beter om daar vanaf te raken dan er naar toe te gaan. Dat was dus wat wij deden. We wisten dat de plaats inmiddels uitgegroeid was tot een miljoenenstad en dat het massatoerisme het nu ook ontdekt had. Prachtige goudgele stranden met palmbomen, blauwe hemel, blauwe zee, het kon niet missen.

“Onder de evenaar bestaat geen zonde” was vanaf het begin van het bestaan van Bahia in de zestiende eeuw het motto geweest voor een genetische vermenging op grote schaal, hier zowel als in de rest van Brazilië.
Luxueuze hotels waren nu als paddenstoelen uit de grond gerezen, ‘typische’ restaurants waren her en der geopend, waarvan vele, dat kan ook nooit missen, caterden voor “special interest groups” met een speciale interesse voor het vrouwelijke lokale element.

Zodra onze chauffeur ontdekte dat we uit Portugal kwamen, vertrouwde hij ons toe dat zijn vader ook Portugees was en dat het zijn wensdroom was, om voordat hij overleed, ooit Lissabon eens te kunnen bezoeken, fado te beluisteren en ‘bacalhau’ met een roomsaus te eten in een restaurant met uitzicht op de Tejo-rivier.
Nu zijn Portugese vaderschappen in Brazilië niet zo verwonderlijk maar wat enige verbazing opwekte was, dat onze taxichauffeur een rasechte Bahiano leek, dat wil zeggen een pikzwarte bonk van een neger die meer gelijkenis vertoonde met Jonas Savimbi, de voormalige guerrillastrijder uit Angola, dan op Jose Socrates, de huidige Portugese Eerste Minister. Alles is natuurlijk mogelijk en de erfelijkheidswetten van Mendel zullen het kunnen verklaren.
Hij overspoelde ons met zoveel sympathie en vriendelijkheid voor Portugal dat we ons in het zonnetje gezet voelden en er extra lekker bij gingen zitten in z’n taxi. Instinctief besloten we hem in de waan te laten en onze vermeende afkomst niet te weerleggen en zodoende zijn enthousiasme niet te bederven. Om nu te zeggen dat ik Nederlander was en mijn vrouw Braziliaans zou als een koude douche zijn over deze menselijke warmte waarmee wij werden onthaald.
Eenmaal aangekomen bij het hotel bleven wij in de rol van Portugees tegen Portugees en gaven wij hem een flinke fooi, op deze manier bijdragend aan zijn droomreis naar Lissabon. Hij stond erop ons zijn visitekaartje te geven en te verklaren dat hij voor ons klaarstond op welk uur van de dag en voor wat voor geval dan ook. Hij heette Luis.

Het kaartje kwam ons direct de volgende dag goed van pas toen we een taxi nodig hadden om van een bijzonder sfeervol, tropisch aangekleed en subliem restaurant naar het hotel terug te keren. We waren er te voet heengegaan maar er viel een tropische regenbui later op de avond.
Het mocht zo zijn dat, tegen het einde van het diner, we in gesprek waren geraakt met een ander stel, hij een Italiaan van middelbare leeftijd en zij een landelijke schoonheid.
Het restaurant, subliem trouwens in sfeer zowel als in prijs, zat vol met Italianen van middelbare leeftijd en vrouwelijke autochtonen. Hier werd ik deze keer, in plaats van voor Portugees aangezien te worden, toegesproken in het Italiaans door de kelners die allemaal al een aardig mondje van die taal spraken. Het was ‘prego’ hier en ‘grazie’ daar. De Italiaan, een expansieve man, van aard en van omvang, begon het gesprek. Hij zei iets tegen mij wat ik niet verstond en ik antwoordde in perfect Italiaans:
“Sorry, io non parlo Italiano.”
Het gesprek werd verder voortgezet in karig Engels en was van het type: “Waar kom je vandaan, hoelang blijf je en wat heb je een mooie vrouw op de kop getikt.”
Zij, de dame van de Italiaan, maakte van de gelegenheid gebruik om een praatje aan te knopen met mijn echtgenote. Ze wilde weten of ze hier ‘nieuw ‘ was. Ja, dat was ze. En hoe was zij zo snel aan zo’n interessante buitenlander gekomen? Het leek of hij aardig in z’n slappe was zat?
“Dat kan zo wel lijken maar hij is een krenterige vrek,” vertrouwde mijn vrouw haar toe.
“Hij ziet er naar niet uit”
” Maar hij is het wel,” zei de mijne, ” hij is Nederlander.” Alsof dat voldoende verklaring was en het geen verdere uitleg behoefde.
” Ach, wat een pech, zeg. Zijn Nederlanders erg op de penning?” vroeg de Bahiaanse.
” Ik weet waar ik het over heb. Ik ben al een hele tijd met hem getrouwd.”
Op deze manier kwam de Bahiaanse gelijk aan de weet dat krenterig of niet, er al beslag gelegd was op de Nederlander.
” Evengoed heb je toch geluk gehad,” zei ze, mij goedkeurend monsterend van top tot teen.
” Kijk,” zei ze, zich richtend tot de Italiaan, “Sono marito e moglie’ wat ik meende betekende: ” Ze zijn echtgenoot en echtgenote.”
Dit werd gezegd op een toon alsof dit een lumineus idee was en waarom had hij daar nog niet aan gedacht? En ze herhaalde “É vero“, het is waar, “marito e moglie,” nu op een toon van:
” Wat zit je daar nou? Vraag mij eens ten huwelijk en kijk eens wat ik dan zeg.”

Ik weet niet of het ooit zover is gekomen want wij hadden de rekening al betaald en de kelner het visitekaartje van Luis gegeven om hem te bellen en ons te komen halen vanwege de regen.
Het duurde even voordat Luis kwam opdagen en het restaurant binnenliep, rondkijkend om ons te zoeken. Zodra de Italiaan hem zag, zei hij:
“Hé,daar heb je mijn vriend Luigi, ik ken hem goed. Hij is de taxichauffeur die ons van het vliegveld heeft gehaald. Hij is een hele aardige man. Hij heeft mij zelfs aan zijn moeder voorgesteld. Ook een hele aardige vrouw. Behalve haar moederlijke bemoeienissen met Luigi, doet ze ook aan zwarte magie. Op het moment dat ze mij zag, wist ze gelijk dat ik leed aan een “kwaad-oog” van mijn ex-vrouw. Het was vanwege dit “kwade-oog” dat ik nooit andere vrouwen meer leerde kennen. Z’n moeder heeft een paar bezweringen uitgevoerd en
onmiddellijk voelde ik mij een ander mens. Wil je geloven dat Luigi mij vervolgens voorstelde aan zijn buurvrouw en dat het gelijk klikte tussen ons? Zij is het die nu bij mij hier aan de tafel zit.”

De waarheid moet gezegd worden. Luis zijn buurvrouw mocht er zijn. Zij was een bella signora waar een Italiaan niets op aan te merken kon hebben.
“Ma che cosa!” zei ik , “Het is toch niet waar. Het gebeurt niet vaak dat je zulke vriendelijke taxichauffeurs met zulke aardige buurvrouwen tegenkomt. Beroepslui zoals hij verdienen zeker ons respect en een dikke fooi.”
“En denk je dat ik die niet gegeven heb? Bovendien weet je dat zijn vader Italiaans was? Wie zou dat zeggen, hé? Hij is aan het sparen zodat hij voor hij sterft, Rome kan bezoeken, de Heilige Vader zien, een muntje gooien in de Fontana di Trevi en een heerlijke macaronada veroberen in een ristorante aan de Piazza Navone. Het is een goeie knul. Verdient echt een prima fooi.”
Op de terugweg besloot ik Luis maar te vertellen dat ik Nederlander was dan hoefde ik ook niet meer van die exorbitante fooien van Portugees tot Portugees te geven. Hij zat daar niet mee.
“Ah, het land van Croif en Abe Lenstra.”
Hoorde ik dat goed? Abe Lenstra?
” Abe Lenstra?” Ik was met stomheid geslagen.
Ik hield mijn adem in om te zien of Fannie Blankerschoen er ook nog aan zou komen. Maar nee, het bleef bij voetballen en Luis was niet gauw voor een gat gevangen.
” Ja, Abe Lenstra dat was toch een van de beste voetballers die Nederland ooit gehad heeft. Na de Brazilianen zijn de Nederlanders trouwens het volk wat het best kan voetvallen. Heel toevallig was mijn over-over-grootvader van moeders kant een Nederlander. Hij keek dromerig voor zich uit:
” Holanda! Een van mijn dromen is om ooit…”
Hier kon ik niet onderuit. Nu ik Abe Lenstra voorgeschoteld had gekregen, wat moest ik? Abe, de voetbalheld van heel Nederland met toentertijd een buizenradio in de woonkamer voor hoor- en voetbalspelen? Ook kreeg ik nog een beschrijving aan te horen hoe hij dolgraag eens als verre afstammeling van een Nederlander door uitgestrekte tulpenvelden zou willen slenteren, Feyenoord en Ajax tegen elkaar zou willen zien spelen en zou een zoute haring daarna niet lekker smaken? Waarschijnlijk was dat bezoek in te lassen op de heen- of terugreis naar Lissabon? Hij was er hard voor aan het sparen zodat een en ander gerealiseerd kon worden voordat hij het laatste loodje legde.

Pracht kerel en weer een vette fooi natuurlijk. Zo krenterig ben ik nou ook weer niet als ik ontroerd raak door mooi toneel.


6 reacties

Avatar

SIMBA · 12 oktober 2007 op 13:13

[quote]Fannie Blankerschoen [/quote] :eh:

Avatar

Beryl · 12 oktober 2007 op 13:26

Voor deze column moet je even gaan zitten, maar dan krijg je ook wel een mooi verhaal voorgeschoteld!

Ik struikelde alleen over twee keer ‘tropisch’ en twee keer ‘subliem’ in de zelfde alinea…

[quote]zou als een koude douche zijn over deze menselijke warmte waarmee wij werden onthaald[/quote] Prachtige zin!

Avatar

arta · 12 oktober 2007 op 14:33

Ik ben het niet geheel met voorgaande reactie eens, moet ik bekennen.[quote]Wij hadden ooit een paar jaar in Salvador gewoond en hadden daar een heerlijke tijd gehad. [/quote]
Buiten dat je twee keer ‘hadden’ in een zin gebruikt, lijkt mij dat de eerste ‘hadden’ ‘hebben’ had moeten zijn.[quote]Nu zijn Portugese vaderschappen in Brazilië niet zo verwonderlijk maar wat enige verbazing opwekte was, dat onze taxichauffeur een rasechte Bahiano leek, dat wil zeggen een pikzwarte bonk van een neger die meer gelijkenis vertoonde met Jonas Savimbi, de voormalige guerrillastrijder uit Angola, dan op Jose Socrates, de huidige Portugese Eerste Minister. [/quote]
Een enorm lange, niet lekker lopende, zin, die wat mij betreft in drieën gesplits had kunnen worden. Jonas Savimbi?? Ojaaa, natuurlijk ken ik die (niet).
[quote]wat ik meende betekende[/quote]
Waarschijnlijk moet hier het woordje ‘dat’ tussen?
[quote]Fannie Blankerschoen [/quote]
Sim haalde hem al aan. Dit moet echt Fannie Blankers-Koen zijn.
Dit zijn een aantal dingetjes waar ik over viel. Sowieso al veeeel minder dan in je vorige columns!!

Ook zou ik nog de lengte van jouw verhaal willen aantippen. Compacter had het veel beter overgekomen, want het is echt een leuk verhaal.

Óp naar de volgende, weer beter dan je vorige, Jo go go go! 😀

Avatar

JoGoes · 12 oktober 2007 op 15:09

Laat ik nu gedacht hebben dat het schoen was. 😆

Avatar

JoGoes · 12 oktober 2007 op 15:14

Ja, dat tropisch kan er een keer uit.
Subliem was express 2 keer. Niet alleen het sfeertje maar tevens superlatieve prijzen.

Bedankt voor je aandacht en commentaar.

Avatar

JoGoes · 12 oktober 2007 op 15:18

Opmerkingen in dank afgenomen.
Waar ik over val is dat je Jonas Savimbi niet kent.(Grapje 😆 )
Als ik je eerder gekend had , zou ik geschreven kunnen hebben dat hij leek op Arta.

Geef een antwoord