Anton keek, zoals altijd, eerst nog even in de spiegel. Ja, zijn haar zat netjes. Natuurlijk zat zijn haar elke morgen netjes, maar toch, hij moest nabestaanden nu eenmaal laten zien dat ze op hem volledig konden vertrouwen, dat hij in die verwarrende tijd een rustpunt was. En dat begint bij een onberispelijk uiterlijk.
Bij zijn eerste afspraak die dag had hij al zijn rust meteen nodig. De deur werd opengedaan door een vrouw die slecht te verstaan was omdat ze onder het jammeren veel huilde en schreeuwde. Ze ging hem voor de kamer in waar de rest van de familie in ongeveer dezelfde toestand was.
‘Het was nog zo’n jong ventje,’ zei de moeder toen ze weer een beetje op adem gekomen was. ‘Ik snap het niet. Wie schiet zo’n jongen nou door z’n hoofd? Hij had nog nooit iemand wat misdaan!’ Anton fronste even. De laatste tijd had hij een hoop slachtoffers van schietpartijen. Vroeger kwam het een paar keer per jaar voor, nu leek het haast elke dag wel raak te zijn. Hij vond het ellendig voor die mensen, maar ja, werk is werk dus hij zette zijn gevoelens van zich af en zijn schouders eronder.

Toen hij een klein uurtje later weer in zijn auto zat merkte hij dat het hem, tegen zijn gewoonte in, maar niet losliet. ‘Wat voor een wereld leven we toch in, vandaag de dag?’ vroeg hij zich af. ‘Als kleine kinderen al door hun hoofd geschoten worden, waar gaan we dan naar toe?’
Eerlijk is eerlijk, slecht voor de zaken was het niet. Sinds de economie op zijn gat lag vreesde hij regelmatig voor het voortbestaan van zijn zaak. Mensen dachten altijd dat begrafenisondernemers in elke tijd wel konden rondkomen. Iedereen gaat dood, nietwaar? Maar in tijden van recessie kiezen mensen toch voor de goedkoopste, zo gaat dat. En meer doden betekent meer werk. Zo gaat dat ook. Maar toch…
Misschien liet het hem niet los omdat hij gisteren ook al een slachtoffer van een schietpartij begraven had. Echt een bloedmooi meisje, negentien jaar pas. Iemand had haar dwars door haar borst heen geschoten. Geen getuigen of wat dan ook. Het arme kind was zo zwaar verminkt dat het nog een hele klus was geweest om haar een beetje toonbaar te krijgen. Nou zijn borsten gelukkig nog wel te doen. Dat jochie met die kogel door zijn gezicht, daar zou echt geen beginnen aan zijn. Zoals ze in het vak zeiden: ‘Da’s een dichte kist.’
Hij reed de straat uit en sloeg rechtsaf richting Zuid. Hij reed extra voorzichtig want het was druk en hij was er met zijn gedachten niet echt bij. In zijn hoofd kwam het ene slachtoffer na het andere voorbij. Zoals die boom van een kerel twee weken geleden, met een schotwond in zijn maag. Zo’n verschrikkelijk pijnlijke dood. Of die man van een paar maanden terug, dat was jaren zijn eigen buurman geweest. Of die vrouw van laatst, die op het punt stond te bevallen.
Hij dwong zich ergens anders aan te denken. Als hij er al aan onderdoor ging, wat moesten de familieleden van de slachtoffers dan? Die hadden hem nodig dus hij mocht zich niet laten afleiden, wat er ook gebeurde.

Die middag was hij vroeg thuis. Eigenlijk had hij wel zin om op z’n gemak een beetje voor de buis te hangen; gezellig naast z’n vrouw, wijntje erbij, even de zorgen van zich af laten vallen. Zo vaak gebeurde dat de laatste tijd niet meer. Maar als hij niet failliet wilde gaan was er eerst nog werk aan de winkel, dus hij liep gelijk door naar de schuur.
Boven de werkbank hing een klein kastje. Hij opende het en haalde er een koffertje uit. Een eenvoudig, stevig koffertje. In het koffertje wachtte zijn oude trouwe pistool.

Een mens moet toch leven, nietwaar?


8 reacties

troubadour · 16 februari 2015 op 16:32

Een horrorscenario! Dat de fietsenmaker punaises strooit in zijn dorp

troubadour · 16 februari 2015 op 16:46

Een horrorscenario! Dat de fietsenmaker punaises strooit in zijn dorp kan ik me nog voorstellen, maar dit gaat wel erg ver. Vooral kinderen erbij betrekken maakt het voor mij ‘over de top’, ongenietbaar! Hoop nog steeds dat ik het niet snap.

Michel de Groot · 16 februari 2015 op 17:37

Ik heb geprobeerd iets te zeggen over een soort schijnheiligheid die we, naar ik vermoed, allemaal tot op zekere hoogte hebben.
Bijvoorbeeld, ik hou niet van bio-industrie maar eet toch met enige regelmaat een plofkip. Dit praat ik voor mezelf goed met het argument dat ik toch ook moet leven.
Door het in het extreme te trekken heb ik een lachspiegeleffect proberen te creëren zodat je jezelf makkelijker van een afstand kan bekijken.
Oproepen tot het neerschieten van kinderen behoorde niet tot de doelstellingen.

    Meralixe · 16 februari 2015 op 20:29

    Goed geschreven, dat wel maar met moeilijk uit te leggen situaties moet men toch opletten. En, vooral humor, dat is dubbel opletten. Zo kan bijvoorbeeld in het dagdagelijkse leven de ene een mop perfect vertellen zodat gans het luisterend publiek in een deuk ligt van het lachen. De andere vertelt precies de zelfde mop met minder gevoel, met minder timing, met minder lichaamstaal of gezichtsgrimas. Gevolg… moeizaam gelag.
    Bij het schrijven ontbreken dan nog die o zo veel aanvullende ingrediënten… En, nog een probleem, de schrijver kan maar moeilijk zichzelf controleren op het ‘aanslaan’ van zijn schrijven.. Het geschrevene bij wijze van ‘tray out’ eens laten lezen door één of andere wildvreemde en diens reactie nagaan kan helpen.
    Laatst schreef ik de column ‘ Ode aan de kleine dingen des levens’ hier terug te vinden op de site. Mijn bedoeling was een totaal humoristische visie te geven over mezelf. Afgaande op de reacties begreep slechts één lezer mijn bedoelingen. (Trawant) Dit, terwijl ik dacht dat wel iedereen de ironie van dit schrijven zou begrepen hebben. Let op, hier heb ik wel meer dan voldoende respect voor de collega’s maar beken volkomen schuld. Ergens was ik niet duidelijk genoeg geweest. 🙁

Dees · 16 februari 2015 op 19:17

Origineel en een oprecht onverwachte twist. Goed geschreven!

Esther · 16 februari 2015 op 19:38

Goed geschreven, taalvaardig. 🙂
Ik vind het persoonlijk niet zo fijn me te verdiepen in een psychopathische karakterstructuur.

Aan de andere kant is dat een angst van mij dat de schrijver het ergens uit zichzelf opdiept. Ik weet ook wel dat iedereen die om zich heen kijkt heel makkelijk die structuur kan beschrijven. Neem een bankier of een topmanager…. :quiet:

Toch wringt het ongemakkelijk dit stukje. 😐

Michel de Groot · 16 februari 2015 op 20:20

Wees niet bang, ik ben geen psychopaat.

Mien · 16 februari 2015 op 23:37

Je verhaal zou een mooie basis kunnen vormen voor een filmscript. Het is filmisch geschreven. Alleen het slot zou ik ietwat herschrijven. Het mist een beetje spanning. Misschien nog een andere twist geven of uitproberen.

Geef een antwoord