Er zijn van die dagen dat ik werkelijk niet begrijp, dat niet iedereen schreeuwend de straat op rent en schreeuwt: “De dood, de dood, we gaan allemaal dood” Net alsof de paniekaanval synchroon moet gaan met de paniek van alle mensen. Ik woon boven de markt. Dus dat de visboer een haring staat schoon te maken, en ineens met stinkend schort uit zijn kraam rent, haring en mes nog in de hand, vrouw en kinderen vergetend, nering overgevend aan het laissez Faire, en buiten zinnen schreeuwt: “we gaan dood, horen jullie, we gaan allemaal dood, en dan onbewust, maar ten dele bewust, ergens op de rand van die twee, de dode, maar nog niet geheel schone haring als soort van bewijsstuk omhoog houdt, en de dode haring in pppaniek opeet.

Nou, vandaag komt er niemand meer haring eten, dat kan ik u zeggen. En geen scharretje of paling, trouwens nagenoeg uitgestorven, want die liggen al lang niet meer in de dode-vissen-kraam, maar ook geen kibbeling of lekkerbekje. Heeft u trouwens wel eens een lekkerbekje zien zwemmen of een school kibbeling zich zien voortplanten, of vrolijk zien rondzwemmen in de film van de kleine zeermeermin, al zingend, harp of trompet spelend? Nee, dat komt omdat ze niet bestaan, omdat ze als het ware voor hun geboorte al dood zijn gegaan.

Om van de groentenboeren maar te zwijgen. Die hebben nu ook de smaak te pakken, vanachter drie concurrende kramen met groene luifels, die vandaag beter zwart konden zijn, – al eet u nog zoveel komkommers, spinazie, broccoli en anti-oxyderende pompoenen en wortels, u gaat toch dood. Ja! Daar rennen ze al achter hun kramen vandaan. Vandaag geheel eensgezind, laten zij hun concurrentie geheel buiten beschouwing. “De dood, de dood”, schreeuwen ze, en het is alsof de bossen peterselie in hun verweerde handen, plotsklaps gaan hangen als hadden die meegeluisterd naar de deprimerende boodschap.

En daar meldt de kaasboer zich al, de drogist komt met aspirientjes de winkel uitrennen: “de dood, de dood”, gillen ze, ellendig, tegen de aanzwellende gekte van de immer toenemende massahysterie aan. En nu dreigt het nog te gaan regenen ook, donkere wolken sluiten als afgesproken werk het luchtruim af. De elementen spannen samen. Is dit de dag des oordeels in het klein, op dit kleine marktplein? En daarnet scheen de zon nog, maar ja, wat kan een gewoon mens nou helemaal tegen het weer doen als de dood eraan komt ?

Ik moet nog melden dat ook de sigarenboer uit zijn winkel is komen rennen. Hij zag er altijd al wat naargeestig uit, maar nu is zijn mond vertrokken in een mislukte grijns, zijn bruingerookte tanden, waar hij mee reclame probeert te maken voor zijn uitstervende vak, als ik even het zo zeggen mag, trekt niet veel klandizie meer, minder en minder, zou ik zeggen. Hij moet het tot nog toe hebben van de nevenhandel, zoals tijdschriften, kranten, sleutelhangers en allerlei typen kaarten, prenten, annonces: geboorte- en rouwkaarten( heden is met niet veel uitzicht geboren, of, tot onze spijt geven wij kennis van het overlijden, ja, tot onze spijt, ze zijn blij dat ze niet zelf net geboren zijn, of overleden, en alles daartussenin is angstig uitstel) Maar goed ook de sigarenboer begint nu te schreeuwen, ze schreeuwen inmiddels mooi synchroon: “de dood, de dooooood, we gaan allemaaal doooooood!!!”

Maar de sigarenboer heeft nog een stapel sigarendoosjes onder zijn beide armen. Dacht hij ze naar elders mee te nemen, of werd hij door angst en paniek in zijn werk gestoord? Hoe dan ook: op de doosjes staat te lezen: Roken kan leiden tot een langzame, pijnlijke dood. Euro 6.50. Dat is trouwens ook niet duur!

Maar inmiddels heeft het marktplein zich gevuld, niet slechts met neringdoenden, maar ook met nog veel meer klandizie dan op andere dagen. Welke, op het geschreeuw is afgekomen, maar ofschoon luide en duidelijk gescandeerd: “de dood, de doooooood”, in hebzucht en schraperigheid met: “Goedkoop, goedkooooop”, moet hebben verwisseld. Kan gebeuren. Eenmaal op het plein, doet de hysterie haar werk: en schreeuwt men tesaam: “de dood, de dooooooodddd”

Tot hier reikt mijn verslaggeving, ik moet nu zelf ook gaan. “de dood, de doooooooood”.

Categorieën: Verhalen

9 reacties

Shitonya · 15 december 2010 op 17:40

beetje raar, maar wel lekker

Schorpioen · 15 december 2010 op 18:01

Bijzonder stuk. Dat van die zwemmende kibbeling is een platgetreden pad.

Maar het belangrijkste, misschien wel de verklaring die je zoekt; in zijn algemeenheid is het: “we gaan door, doooooor…”
Tot het ook voor ons een keertje ophoudt.

LouisP · 15 december 2010 op 19:08

Lareep,
‘k moet zo lachen met die beschrijvingen van die marktkramers…die groenteboer, die kaasboer en visboer…’k zie ze echt lopen en roepen…

keileuk!

L.

pally · 15 december 2010 op 21:50

Ik vind dit een heel apart stuk, Lareep: een soort laatste oordeel schilderij uit de Middeleeuwen. Misschien een moderne Jeroen Bosch, Heel intrigerend, angstaanjagend, maar ook geestig!

groet van Pally

dokterblues · 16 december 2010 op 08:02

Het onderwerp was eeuwenlang taboe om er zo vrij en open over te schrijven, – laat staan, praten. Ik ben er zo langzamerhand ongevoelig voor geworden, – door ervaring deskundigheid opgedaan,-maar om de vis-, groente- en sigarenboer hier in hun werk ook mee op te zadelen, vind ik geen goeie keuze, – vooral zo vlak voor de Kerst niet. We kunnen ze nog niet missen.
Ik hoop trouwens dat je de laatste alinea niet letterlijk voor ogen hebt.

Mien · 16 december 2010 op 08:22

Bijzonder inzicht en perspectief.
Zolang de schrijvers het hier maar niet gaan roepen.
Angst (en paniek) blijven slechte raadgevers.
Ook al zijn ze van alle tijden.
Goede column.

[b][u][url=http://www.asterix.com/encyclopedie/personnages/perso/g30b.gif]Mien[/url][/u][/b]

Anti · 16 december 2010 op 11:45

Interessant stuk en lekker vlot geschreven.

sylvia1 · 16 december 2010 op 11:46

Best wel filosofisch. Iedere minuut van ons leven is doordrenkt van de dood (niet door mij verzonnen), Zarathustra rende ook de markt op: God is dood! Maar toen luisterde niemand. Waar de collectieve synchrone paniek vandaan komt begrijp ik niet helemaal, maar wel een origineel stuk.

Patrick · 16 december 2010 op 12:46

Een (naar)geestige variant op Kafka, ik vond hem boeiend.

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder