Het is zaterdagavond en ik loop waggelend door de kamer om naar de keuken te komen.
Het is al tien uur, de aardappels zijn geschild en de bloemkool is al kopje onder in de pan.
Ik ben vergeten wat ik in de keuken moet doen en loop weer terug naar de woonkamer.
Gelukkig voor mij hebben we een aangenaam maar klein huis. Ik red het al waggelend naar de bank en plof neer.
Ik kauw wat aan mijn duim die inmiddels tot bloedens toe open ligt en zap wat heen en weer.
Na een poging om iets leuks en niet al te ingewikkelds te vinden, strand ik bij de BBC.
Een zeer slanke vrouw met rood stijl haar en bolle ogen houdt een betoog.
De mensen in de zaal kijken ademloos toe en lijken soms zelfs wat te snotteren.
De zaal is groot en kaal en doet me denken aan die Amerikaanse bullshit tv over geloof.
Meestal staan daar rijke, iets te goed geklede mannen te raaskallen over overconsumptie van de maatschappij en hoe belangrijk het is om het materiële te vergeten. Yeah right.
Hier heb ik geen zin in en dus waggel ik nog maar eens naar de keuken om te bedenken wat ik er ook alweer moest doen.
Ik pulk wat aan de koelkast en krab wat aan mijn kont.
Dan herinner ik me opeens dat ik jus wou maken. Ik doe de keukenla open en pak twee verschillende pakjes juspoeder.
De een is niet te pruimen en de andere ook niet, maar samen maken ze vast een verrassende combinatie.
Ik zet de hete kraan aan en vul het juspannetje voor de helft.
Ik zet het pannetje op het gas en gooi van allebei de zakjes ongeveer evenveel bij het lauwe water in.
Na een minuut kookt de prut en ik vul nog wat poeder bij voor de dikte.
Ik plof weer op de bank en voel een enorme klots brandend maagzuur naar boven komen.
Of het is kots, dat weet ik niet zeker.
Ik wrijf mezelf over mijn hoofd en bedenk me waarom ik het zo nodig vond om gisteravond twee flessen rode wijn in mijn gestel te brengen.
Ik neem een grote slok van de likeur die ik een tijd geleden heb ingeschonken.
Voor de kater, maak ik mezelf wijs.
Ik zie de vrouw op tv een enorme zak pakken die een man uit de coulissen haar aangeeft.
De zak rinkelt en er lijkt glas in te zitten.
Dan hoor ik de eierwekker en schiet omhoog.
Ik loop naar de keuken en zie dat mijn jus half aangebrand en half overgekookt op het fornuis staat. Waarom heb ik in hemelsnaam de jus vijf minuten gegeven om te koken. Ik weet het niet meer. Ik raak in paniek en wil de pan van het fornuis pakken. Ik pak de hete pan zonder handschoenen.
Een stekende pijn schiet door mijn handen en ik laat de pan jus in een klap uit mijn handen glippen. Ik schrik en krijs het uit.
Even ben ik de pan kwijt, maar dan zie ik hem liggen naast het fornuis half tegen de muur aan en de andere helft ligt op de grond.
Overal zitten klodders vieze, goedkope jus en de stoom komt van de grond. Ik pak razendsnel een wc-rol en ren ermee naar de keuken.
Ik veeg meteen de klodders in een snelle paniekerige veeg weg. De jus springt op mijn nieuwe pantoffels. Uit woede beweeg ik mijn armen woest heen en weer en klots de jus die op het papier zat zit nu op mijn broek en T-shirt.
Ik word zo ontzettend kwaad dat het al snel overslaat naar extreme agressie en ik bal mijn vuisten en laat me daarna zakken op de grond.
In kleermakerszit begin ik heftig te hijgen en heen en weer te wiegen. De woede slaat om in hevige verdriet en ik huil tranen met tuiten.
Als dan ook nog de telefoon gaat heb ik het niet meer. Met intense verdriet kruip in richting de woonkamer en mompel ik onverstaanbare dingen.
Net als ik in het midden van de woonkamer ben beland houdt het geluid van de telefoon op. Uitgeput en met brandend maagzuur alweer onderweg kijk ik naar mijn kleren en begin nog harder te huilen.
Mijn hoofd hangt op mijn borst en mijn make-up stroomt langs mijn gezicht. Dan kijk ik richting de tv en zie de magere vrouw weer staan.
Ze heeft inmiddels haar tas geleegd en dit op de tafel achter haar neer gezet.
Er staan twee flessen wijn van allebei dezelfde kleur en opdruk. ‘Dit, dames en heren’ zegt ze met een snik in haar stem ‘dit dronk ik elke dag’. Ze schud met de linkerfles en houdt de fles in de lucht zodat de inhoud zichtbaar word.
Er zat nog een bodempje in, niet eens genoeg voor een glas. ‘Aan dit laatste beetje wijn ben ik nooit toegekomen. Ik had hem die dag al klaargezet om bij het avondeten te drinken.
Ik had toen al bijna een hele fles op. Ik was aan het koken en..’ ze haalde diep adem en vervolgde haar verhaal. ‘en wou de pan met soep van het fornuis halen maar vergat om een pannenlap te pakken. Ik schrok zo van de hitte dat de pan me uit mijn handen glipte. Ik werd draaierig en ging op zoek naar pan die ergens op de grond moest liggen. Ik hoefde niet lang te zoeken’.
Nu pakte de vrouw de tafel achter haar met haar hand vast en boog voorover. Haar buik schokte onregelmatig en haar gezicht was verborgen achter haar lange rode haar.
Ze haalde diep adem en zei: ‘De pan lag op mijn kind, mijn driejarige kind dat me was gevolgd naar de keuken zonder dat ik dit wist.
Mijn kind huilde niet, het was niet meer bij bewustzijn. Ik rook de geur van verbrande huid en peterselie en keek naar het lichaampje. Van top tot teen was het verbrand. De vellen hingen los’. Koude vlagen trokken over mijn lichaam.
Ik rende zo snel als ik kon naar boven en vluchtte de badkamer in. Ik hield mijn hoofd onder de koude kraan en maagzuur veranderde zich in braaksel. Ik veegde mijn mond af met een handdoek en rende naar de kamer ernaast.
Ik hing met mijn hoofd boven mijn kindje en begon te huilen. De tranen vielen op het kussen en ze werd wakker. Met slaapoogjes keek ze me aan ‘Mama!’ zei ze vrolijk. Ik ging bij haar in bed liggen en sloot haar in mijn armen.
Mijn kind, mijn lieve, mooie kind. Ze is net twee dagen vier jaar, heeft mooi krullend bruin haar en haar vingertjes zijn gelakt in verschillende kleuren. Ze slaapt in haar k3 pyjama die ze verkeerd om aan heeft. Ik kuste haar op haar wang en mijn tranen stoppen langzaam met stromen.
Een periode van twee jaar was met enkele ogenblikken tot een einde gekomen.


9 reacties

Saya_Surya · 28 oktober 2009 op 21:08

*stil* (en dat gebeurt niet snel)

in het begin moest ik even de richting van het verhaal vinden, maar hoe verder ik las, hoe stiller ik werd. Realistisch geschreven.

(kijk Pien, drank maakt meer kapot dan je lief is 🙁 )

edit: of nee, drank maakt óók dingen kapot die je lief zijn

Zuurtje33 · 28 oktober 2009 op 21:17

Wauw.
Ik moest ook even slikken.
En ja 🙂 Pien moet dit stukje ook maar even lezen.

KawaSutra · 29 oktober 2009 op 00:57

Er is technisch gesproken heel wat te verbeteren aan dit verhaal, maar misschien juist mede door de gekozen vorm heeft het een enorme impact.

Avalanche · 29 oktober 2009 op 11:02

Ik sluit me volkomen bij Kawa aan.

LouisP · 29 oktober 2009 op 19:19

R.
zeer goed stuk, bijzonder om te lezen.
Ik had de laatste zin weggelaten.
De titel kreeg plotselng heel veel betekenis..
gr.
L.

DreamOn · 29 oktober 2009 op 19:54

Inderdaad, wat Kawa ook al zegt: technisch niet zo in orde, maar wel een indrukwekkend verhaal.
De reaguurders die het over ‘Pien’ hebben, duiden op mijn vervolgverhaal ‘Nu stop ik écht!’
Een fictief verhaal waarbij drank een grote rol speelt. Dus dan is dat ook duidelijk voor je.

Ik zou niet hebben gezegd: ‘ik waggelde van de kamer naar de keuken’, maar ‘ik wankelde van de kamer naar de keuken.’
Waggelen duidt op een dik iemand,
Wankelen op iemand die zijn evenwicht niet kan bewaren.

Maar je column heeft wel indruk op mij gemaakt.

pally · 30 oktober 2009 op 16:39

Over de wat rammelende techniek is genoeg gezegd.
Toch vind ik dit een goed stuk dat diep raakt. Misschien wel juist, omdat het zo ongepolijst is.

groet van Pally

Prlwytskovsky · 30 oktober 2009 op 17:43

Welkom op CX. Witregeltje hier en daar zou niet misstaan.
Verder goed geschreven. Goed leesvoer. 😉

arta · 30 oktober 2009 op 20:25

Heftig verhaal!
Ik ben het eens met Kawa, wat minder ‘ik’ en wat meer witregels, oa.
Knap, hoe je toch een gevoelige snaar weet te raken…

Geef een antwoord