In het verre afgelegen India, het land van de olifanten en de Radja’s. Leefde er eens een rijke fabrieksdirecteur, die de baas over een schoenenfabriek was. Deze man heette Indira. Op een dag stond hij te kijken naar al die hard werkende mensen, toen hij tussen deze mensen een mooi meisje zag staan. Dit meisje werd Kheer genoemd, omdat ze zo zoet was als kheer. Indira liet de onderdirecteur, Kashmiri, bij zich komen en vroeg hoe dit mooie meisje heette. Hier op antwoordde Kashmiri:’’Dat meisje heet Kheer, zij is de dochter van Mammadum die getrouwd is met een van de vetermannen in de fabriek Pappadum.’’
Even later werd er omgeroepen dat Kheer naar het kantoor van de directeur moest komen, dus ze stond op van de lopende band en liep tussen alle op elkaar gepropte mensen naar de trap naar het kantoor. Toen ze het kantoor van de directeur binnen kwam was alleen de directeur er en alle rolluiken waren dicht.

Een paar maanden later merkte Kheer dat ze zwanger was en meldde dit bij Indira. Dus vroeg Indira aan Kashmiri wie de vader van Kheer ook al weer was, die opnieuw zei dat de vader van Kheer een van de vetermannen in de fabriek was die Pappadum heette. De volgende dag moest Pappadum bij de directeur, Indira, komen. En Indira zei:’’Beste Pappadum, ga naar huis en rust wat of neem een paar dagen vrij, u heeft een zware en harde dag achter de rug.’’
Maar Pappadum ging niet naar huis hij bleef slapen bij de dakloze arbeiders, naast de grote fabriek.

De volgende dag, in de namiddag, hoorde Indira dat Pappadum niet naar huis was gegaan en liet hem opnieuw bij zich verschijnen en vroeg aan Pappadum
:’’U heeft z’n zware dag gehad, waarom bent u niet naar uw huis gegaan?’’
Hierop antwoordde Pappadum:’’Al die hard werkende mensen en zelfs kinderen in deze fabriek zitten opgepropt, opgestapeld en bont en blauw getrapt te werken aan al die schoenen, en zelfs onderdirecteur Kashmiri kan niet meer door de gangpaden lopen, omdat die vol zitten met mensen. Zal ik dan een dag vrij nemen of zelfs verlof nemen en thuis zitten met mijn vrouw en 7 kinderen? Zo lang u leeft dat doe ik niet.’’

Een paar dagen later werd Kashmiri geroepen. Dus dacht hij:’’Tot ziens mooie carrière, ik zal je missen.’’ Dus toen hij bij Indira in het kantoor stond zei hij:’’Oké directeur ontsla me maar!’’ Maar Indira zei:’’Nee, ik ontsla je niet, althans nog niet. Ik heb je nodig. Doe in de broek van Pappadum een paar van de veters waar hij mee werk. En betrap hem dan op het stelen er van.’’
Dus Kashmiri ging aan de slag. Hij vroeg of Pappadum even bij hem wilde komen en sloeg een arm om zijn zij. Liep met hem een rondje door de fabriek en besprak wat Pappadum nou eigenlijk van de fabriek vond. Het was aan het eind van de tocht toen Kashmiri Pappadum omhelsde en snel 3 veters in de zak van Pappadum stopte.

Pappadum was eindelijk klaar met zijn werk en de bel ging. De dag was nu voorbij, dacht hij, maar toen kwamen er 2 bewakers voor de deur, van de fabriek die naar buiten leidden, staan en gingen de fabriekarbeiders controleren op diefstal. Er waren nog 4 mensen voor Pappadum en hij dacht:’’Ach allemaal verspilde moeite.’’ Er waren nog 2 mensen voor Pappadum en hij dacht:’’Ik zou nooit iets stelen iemand anders zou het nodig kunnen hebben.’’
Pappadum was aan de beurt. En ja, de veters werden gevonden. ‘’Maar dat kan niet!!! Ik zou dat nooit doen!!! Ik heb het niet gedaan!!!’’ riep Pappadum uit. Maar schreeuwen en trekken hielp niet. En de arme onschuldige Pappadum werd de gevangenis in gegooid.

13 dagen later overleed hij en toen de rouwtijd er voor Mammadum op zat begon ze te bedelen voor geld en eten bij Indira, maar die pakte alleen haar Kheer af. Indira liet Mammadum met haar overgebleven 6 kinderen achter en liet ze half wegrotten op de straten van India.

De Indiase god Vishnu vond dat dit ongehoord gedrag was van Indira en zond Shiva, de god der kwaadverdrijving in het heelal, vermomt als oude voorspelster. En Shiva zei tegen Indira, van onder haar vermomming:’’Laat mij u een verhaal vertellen, beste Indira. Er waren eens een rijke Indiër en een arme Indiër, de rijke Indiër bezat alles wat hij nodig had en Vishnu stond hem bij, de arme Indiër bezat alleen één geit meer niet. Omdat het zijn enige bezit was verzorgde hij het als zijn eigen kind en gaf hem te eten. Op een dag kreeg de rijke Indiër een gast op bezoek, de Radja. De Radja zou bij de rijke Indiër blijven eten. Dus moest er een feestmaal worden bereid. En in plaats van dat deze man een van zijn eigen runderen op diende, diende hij de geit van de arme Indiër op.’’ Toen Indira dit verhaal hoorde riep hij uit:’’Deze man zou moeten worden gestraft en in de gevangenis moeten worden gegooid!’’ Maar hij begreep het nog niet. Dus zei Shiva:’’Die man, in het verhaal, omschrijft u. Dit zegt Vishnu, de beroemde god van India. Het was ik die u z’n goede baan gaf. Alles heb ik je gegeven en toch wordt je geen beter mens. Is het dan nog niet genoeg, hebt u nog niet alles wat u wilt? Door jou moest Pappadum sterven en moeten Mammadum en haar overgebleven 6 kinderen op de straat weg kwijnen, je hebt ze alles ontnomen van dat gezin. Nu zal er dood en verderf zich zaaien in uw gezin en in uw familie, omdat je mij hebt getrotseerd.’’ Indira zei toen tegen Shiva:’’Oké ik heb gezondigd tegen de goden en smeek u om vergiffenis!’’ Hierop antwoordde Shiva:’’Oké u wordt vergeven en zult niet sterven!’’
Maar dit vond Vishnu niet een goede straf en zo gebeurde het dat de grote Indiase god Vishnu de eerst geboren zoon van Kheer en Indira trof met een dodelijke ziekte.
En Indira bad tot Vishnu en smeekte hem genadig. Hij vastte en sliep op de grond van de fabriek. Maar Vishnu vergaf hem niet. Uiteindelijk ging het kind zeven dagen later dood, maar de fabriekarbeiders durfde niet te vertellen aan Indira dat zijn zoontje gestorven was.

Een paar dagen later stond een groepje fabriekarbeiders te praten over Indira en zijn gestorven zoon, in de fabriek. Ze zeiden tegen elkaar:’’Toen z’n zoon nog leefde ontsloeg hij ons al als we slecht nieuws brachten, straks gaat hij door het lint, of vermoordt ons allen.’’ Indira zag dat het groepje stond te praten en hoorde stemmen en keek van de met schoenen bezaaide grond op naar het groepje en vroeg:’’ Heeft mijn zoon de dood gevonden?’’ Waarop de arbeiders antwoordden:’’Ja hij is gestorven.’’

Na dit alles gehoord te hebben stond Indira op en nam een bad, kleedde zich goed, at en sliep weer in zijn eigen bed. Hij ging naar het altaar en knielde voor Shiva en voor Vishnu. De fabriekarbeiders vroegen Indira:’’Hoe kunt u dat doen? Toen het kind nog leefde vastte u en stortte u tranen. Maar nu het gestorven is lijkt het of u er niet meer om geeft.’’ En Indira antwoordde:’’ Ja, toen het leefde probeerde ik ermee Vishnu om vergiffenis te vragen, en wie weet zou Vishnu me vergeven en mijn zoon sparen, maar nu mijn kind gestorven is, waarom zou ik nu nog vasten, ik kan hem er niet mee terug halen. Nee, hij komt niet naar mij, maar ik ga naar hem.’’

Indira troostte Kheer met het verlies van hun zoon en zij kregen nog een zoon, die de naam Bombay kreeg, van Indira. Maar Vishnu noemde het kind Lamb Korma, dat betekent ‘Het zoete lam van Vishnu’


2 reacties

lagarto · 8 oktober 2007 op 19:07

Om een laaaaaaaaaaaaaaang verhaal kort te maken! Wat wilde je mij nu eigenlijk precies vertellen?
Groeten Lagarto

arta · 8 oktober 2007 op 19:49

Een boeiend verhaal met een onderwerp wat mij erg aanspreekt,Boris!
Als je de volgende keer wat beter op de interpunctie let, en het stuk even naloopt op foutjes, wat minder de namen noemt en dus af en toe je toevlucht neemt tot hij en zij zal het zeker prettiger leesbaar worden, wat jouw verhaal absoluut verdient! 🙂

Geef een antwoord