De rode puntjes leken zich te vermenigvuldigen en smolten uiteindelijk samen tot een rode waas. Ook Paul trapte nu op de rem en hij stond weldra stil. Zoals iedere ochtend. Op deze plaats. Hij was het inmiddels gewend. Hij beschouwde het als zijn meditatieve moment van de dag. Alleen. Alleen tussen zijn mede-forensen. Alleen, met de radio uit. Hij stond helemaal stil nu. Hij keek om zich heen. Links van hem zag hij in een groene modale middenklasser een voorovergebogen silhouet. Het bleek een dame die haar lippen stiftte. In de auto daarvoor leek een man met een kalende kruin in zichzelf te praten. “Zeker met zijn klant aan het bellen dat hij wat later komt”, dacht Paul. “Of met zijn secretaresse de dagagenda aan het doornemen”. Paul stond niet meer verbaasd over de activiteiten die mensen in de file achter het stuur ontplooiden. Scheren, nagelsknippen, appels schillen, met de krant of laptop op schoot. Talloze emails worden tegenwoordig met laptop, netbook of blackberry in de file geschreven.

Paul deed dit allemaal niet. Niet meer. Hij genoot van de rust. Een moment van reflectie. Paul was een succesvol zakenman. Na een moeizame start in zijn jeugd had hij zich met hard studeren en nog harder werken opgewerkt tot eigenaar van een goed lopend adviesbureau. In de IT. De laatste jaren had Paul wat gas teruggenomen en managete zijn bedrijf wat meer op afstand. Hij had een krachtig managementteam geïnstalleerd en hij richtte zich vooral op het bepalen van de strategie en het onderhouden van zijn uitgebreide relatienetwerk. Hij maakte geen werkweken meer van tachtig uur. Het had hem goed gedaan. Meer dan dat. Het had hem een ander mens gemaakt. De gejaagde, verbeten uitdrukking op zijn gezicht had plaatsgemaakt voor een rustige vriendelijke blik. Met de inmiddels teruggetrokken haarlijn en zijn grijzende slapen zag hij er eigenlijk heel aimabel uit.

Paul tuurde over zijn stuur naar de vertrouwde meters. Zijn ogen dwaalden naar de routeplanner, stijlvol ingebouwd in het notenhouten dashboardconsole. Rechts naast hem zag hij zijn vader rustig onderuitgezakt zitten. In zijn grijsgeblokte wollen houthakkersshirt. Hij had zich niet geschoren, dat was duidelijk. Een dunne grijze waas omlijnde zijn smalle gezicht en vormde een contrast met de getinte huid en het donkere haar. Hij keek recht voor zich uit, zoals vaders kunnen kijken als ze door hun zoon voor een ritje worden meegenomen. Met een trotse blik. Zo had Paul zijn vader zelden zien kijken. Zijn vader wendde zich naar achteren en sprak: “Wat een goede chauffeur is Paul, vind je ook niet papa?”

Paul keek in de achteruitkijkspiegel en zag ze zitten op de achterbank. Kaarsrecht en dicht naast elkaar. Hun blik onzeker en onwennig. Zoals een wat ouder stel zenuwachtig in de wachtkamer bij de huisarts kan zitten. Of op het vliegveld. Of neen, beter nog, in de grote vertrekhal van een rederij in afwachting van een grote reis met onbekende bestemming. De man droeg een grote knevel die sierlijk omhoog krulde aan de uiteinden. Zijn gitzwarte glimmende haar lag in een onberispelijke scheiding op zijn hoofd geplakt en hij droeg een donker kostuum. Zij droeg een koket zwart hoedje dat grotendeels haar dunne grijze haar bedekte. Haar zwarte jurk sloot zich nauw om haar gerimpelde hals.

Het verkeer kwam weer langzaam in beweging. Pauls ogen waren weer op de weg gericht. Het was alsof er geen file was geweest, alsof hij niet minutenlang had stilgestaan. Zijn telefoon ging over. Hij twijfelde even maar toen hij zag wie belde nam hij meteen op. “Hallo mam.” “Neen, ik ben het niet vergeten. Ja, het is vandaag precies twintig jaar geleden. Ik weet het, de tijd vliegt.” “Ik haal je vanmiddag om vier uur op en dan gaan we samen.” Hij hing op en het was weer stil. Maar hij voelde zich niet alleen. Voor het eerst in twintig jaar voelde hij zich niet alleen. Nee, nooit meer zou Paul alleen in de file staan..


Chris

Chris den Daas

5 reacties

Chantalle · 6 januari 2010 op 00:59

Meesterlijk! Je hebt me getroffen met je verhaal en je schrijfstijl.

SIMBA · 6 januari 2010 op 07:44

Erg mooi!

pally · 6 januari 2010 op 11:59

Mooi, Chris, zoals je het verleden, in de figuur van vader en opa en oma (?)neerzet in je auto!

Groet van Pally

LouisP · 6 januari 2010 op 17:21

Chris,
mooi,rustig en sereen verteld..

Louis

arta · 6 januari 2010 op 19:05

Ik vind em ook erg mooi!
🙂

Geef een antwoord