Een zonnige zomerochtend in 1963.
Het is 5 voor 8 en ik sta bij de fietsenstalling van het enorme verzekeringskantoor aan de rand van de stad.
Ik ben op z’n zondags en startklaar voor mijn eerste vakantiebaan,
een administratieve betrekking die mij gegund is via bemiddeling van onze benedenbuurman, oom Jaap.
Het is de tijd dat buren nog oom en tante heten, maar het eigenlijk niet zijn. Onderaan de helling met de uitgespaarde sleuven in het beton, zijn de stalen harmonicadeuren nog gesloten en overal om me heen doemen de kantoormensen op. Mijn aanstaande collega’s. De meeste met opgerolde hemdsmouwen op de fiets, een enkeling in een lange leren jas op een Solex of een Berini.
Hoewel ik niet op de afdeling van oom Jaap tewerk gesteld zal worden ligt er toch een druk op mijn 14 jarige schouders.
De verwachtingen in ons portiek zijn hooggespannen en ik ben tot aan de nok toe gevuld met goede raad en beste wensen:
‘Doe je best jongen’ en ‘Altijd met twee woorden spreken’.
Dan rollen de deuren open en stort de meute zich de duisternis in.
Ik ben ingedeeld op de afdeling Polis Archivering en maak kennis met de Heer Paulussen, afdelingschef. Hij gaat een archivaris van mij maken, zegt hij met een guitig bedoelde knipoog. Mijn superieur is een papperige vijftiger met grijze bretels en zit in een glazen hok aan het uiteinde van een lange pijpenla, met aan beide zijden van het middenpad een rij bureaus.
Vanuit zijn positie kan de chef al zijn werknemers in één oogopslag observeren. Een bezigheid waar hij zich, zoals ik later zal ervaren, met overgave aan wijdt.
Mijn taak is het om de bij te werken polissen aan te dragen en de bijgewerkte polissen op te bergen.
Ze leven in een reusachtige draaiende archiefmolen die met de hand bediend moet worden en eindeloze stapels mappen in zijn bolle buik verborgen houdt.
De werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd volgens een nauwkeurig vastgelegde procedure en codering.
In mijn ijver en dienstbaarheid heb ik tijdens de uitleg daarvan vaak en begripvol geknikt, maar weinig concrete informatie opgeslagen.
Gelukkig heb ik met het opzoeken van het gevraagde materiaal geen problemen en mijn mentor is onder de indruk van de snelheid waarmee ik de mappen weer terug op hun plaats weet te leggen.
Ik kan op de afdeling opperbest met de collega’s overweg en ook de pauzes worden in een ontspannen sfeer genoten. Thuis doe ik enthousiast verslag van mijn ervaringen en in de wandelgangen ontvang ik bemoedigende schouderklopjes van oom Jaap.
Waar men op kantoor echter na anderhalve week prettig samenwerken achterkomt is dat ik, met ’t oog op de soepele voortgang van mijn loopbaan, vanaf de eerste werkdag een geheel eigen systematiek heb ontwikkeld en de ontvangen polissen volstrekt onvindbaar in de altijd hongerige ingewanden van het archief heb gepropt.
Ik mag die middag al vroeg naar huis en zie vanuit de stalling voor het laatst het verblindende licht van de vrijheid opdoemen.
Mijn relatie met oom Jaap mag in de jaren daarna geen naam meer hebben.

Categorieën: Verhalen

14 reacties

SIMBA · 17 januari 2010 op 08:22

Hadden ze dat systeem van jou niet kunnen overnemen, het was vast véél logischer dan het bestaande.
Leuk stukje!

LouisP · 17 januari 2010 op 10:32

Trawant,
het stuk deed me denken aan een jeugdboek van vroeger. Was het nou Pietje Bell z’n eerste baantje of ’n andere persoon? ‘k ga ’t opzoeken.
Mooi, zulke verhalen…

Louis

ik weet de titel waar ik direct aan dacht…”Wim kiest z’n weg”

Chris · 17 januari 2010 op 10:54

Ik zal de gedrukte exemplaren van Dagblad Trouw nauwlettend in de gaten houden…

Avalanche · 17 januari 2010 op 11:38

Leuk stukje, Trawant. Brengt meteen ook weer herinneringen bij mij naar boven.

Prlwytskovsky · 17 januari 2010 op 14:15

Goh, en daar doe je dan zo je best voor.
Is het ooit nog goedgekomen met ome Jaap?

pally · 17 januari 2010 op 15:49

Een heel leuk stukje, Trawant. Zo grappig hoe je je eigen snelle systeem had gevonden.
een kleine suggestie. De zin hieronder had ik sterker gevonden, als je het laatste stukje had weggelaten.
Dus alleen maar:

Het is de tijd dat buren nog oom en tante heten.

[quote]maar het eigenlijk niet zijn[/quote]
kan dan weg.
Ach ,ik ben ook een muggenzifster…

groet van Pally

arta · 18 januari 2010 op 12:20

Leuk stukje weer, Trawant!
🙂

DreamOn · 18 januari 2010 op 20:27

Leuk stukje, Trawant!
Alleen… geen punt achter de titel! :hammer:

(En ik ben verbaasd, dat jij al zo’n ouwe knar bent… 😀 )

trawant · 19 januari 2010 op 01:53

Dank voor jullie reacties..
Vooral de ‘bemoedigende’woorden van ene DO!
hebben de ‘óude knar’ goed gedaan…. 😉

( ik had gewoon een ander jaartal moeten gebruiken, maar ja hoor er is er weer een die gaat rekenen..)

Ma3anne · 19 januari 2010 op 10:29

Je bent lekker productief de laatste tijd! Overal kom je trawantjes tegen, bij de columns, de kleintjes, de gedichten en in Trouw. En allemaal om te smullen.

Ook deze weer. Het is een anekdote, mooi gebed in een sfeertekening uit die tijd. De sleuven in het beton, opgerolde hemdsmouwen, de Solex en Berini en ‘altijd met twee woorden spreken’. Ouderwetse dingen die je op een ouderwetse manier beschrijft. De stoffigheid van het woord archivaris doet de rest.

Nee, wees maar blij dat je wegmocht en er niet bent blijven hangen.

P.S. Je bent helemaal geen oude knar, want je bent maar twee jaar ouder dan ik en ik ben ook geen oude knar. :hammer:

lisa-marie · 19 januari 2010 op 17:57

Het is net als met een taartje,smullen en de smaak blijft hangen.
met veel plezier gelezen 😀

trawant · 19 januari 2010 op 21:44

ik
ik ben
ik ben geen
ik ben geen oude
ik ben geen oude knar
ik ben geen oude
ik ben geen
ik ben
ik

Nog even niet
Toch.. 🙁

DreamOn · 19 januari 2010 op 22:00

Het
Het valt
Het valt best
Het valt best wel
Het valt best wel mee
Het valt best wel
Het valt best
Het valt
Het

Ach, je bent altijd nog 5 jaar jonger dan mijn moeder. Dus het valt best wel… 😀

Dees · 20 januari 2010 op 10:06

Heb hem op de valreep nog even gelezen voor het stukje van de voorpagina rollatort. Erg leuk geschreven.

(Zou ook leuk zijn voor een thema. De eerste baan. )

Geef een antwoord