Het is warm in de kleine huiskamer. Zoekend kijkt hij om zich heen. Eikenhout. De kasten, de tafels en stoelen. Daardoor oogt het huis nog donkerder en benauwder. De moeder van de overledene praat met zijn moeder. De buurvrouw van nummer acht, een nieuwsgierige roddeltante, staat er met open mond bewegingloos naast. Oud wijf, denkt hij, en bestudeert een schilderij dat boven het bankstel aan de muur hangt. Een voorstelling van het laatste avondmaal. Ook hier donkere kleuren. Het is deprimerend.
‘Ze ging al een tijdje niet lekker,’ hoort hij de buurvrouw op zachte toon vertellen.
‘Zeker omdat je ex-man jullie toen liet zitten,’ vist de roddeltante van nummer acht op zalvende toon.
‘Die man deugde niet. Komt hij nog?’
Boven de deur hangt een kruis. Een groot kruis. Vakkundig uit hout gesneden. Daar hangt het lichaam van Christus. De martelaar.
‘Alexander?’ zegt zijn moeder. Hij schrikt op uit zijn overdenkingen. De drie vrouwen kijken hem vragend aan.
‘We gaan even kijken boven,’ fluistert zijn moeder en grijpt zijn arm.
‘Waarom fluister je?’ wil hij weten terwijl hij achter de anderen aan loopt naar boven. Moeder antwoordt niet. Ze beeft. Natuurlijk, dit hele geval doet haar denken aan vader. Hij buigt het hoofd. Vreemd dat hij niets lijkt te voelen. Al die jaren heeft hij niets gevoeld. Geen hoge pieken of diepe dalen. Hij voelt zich doods. Dat is vermoedelijk de beste beschrijving van zijn gevoelens de afgelopen jaren. De trap kraakt licht onder hun behoedzame stappen.
De moeder van het overleden meisje opent de deur van het kleine kamertje. Dus hier ligt ze opgebaard, denkt hij. Zijn moeder gaat achter hem staan, waarschijnlijk om zo wat steun te vinden. Het kamertje is donker en koel. De moeder knipt een staande lamp aan. De dode ligt keurig opgebaard op een verhoging.
‘Het lijkt Sneeuwwitje wel,’ mompelt zijn moeder. Hij doet een pas naderbij en werpt een blik op het bleke gezichtje. Rode vurige krullen omlijsten haar onschuldig ontspannen gezichtje. Zijn adem stopt een ogenblik. Hij legt zijn hand op zijn hart, dat gejaagd begint te bonken.
Geschrokken kijkt hij naar zijn moeder, die zichtbaar haar eigen emoties probeert de baas te blijven. Wat is er met hem aan de hand? Opnieuw staart hij naar de gesloten ogen en de donkere wimpers die als zachte franje op haar tere huid rusten. Ze heeft sproetjes, ziet hij. Maar wat hem het meeste overvalt is de ontroering die hij voelt. Wankelend doet hij nog een pas naar voren. Zonder nadenken raakt hij licht de hand van het te jong gestorven meisje. Koud. Kil. Dan doet hij een pas terug. Het hoort niet: handen van de doden zomaar vasthouden. En hij heeft geen goede reden om dat wel te doen. De hand van het meisje voelde net elektrisch, magisch. Hoe kan dat?
‘We gaan weer,’ fluistert zijn moeder schor. Hij knikt verward. Zwijgend dalen ze de trap af naar beneden. Onrustige gedachten flitsen door zijn hoofd. Ze krijsen met hoge enge stemmen. Alsof er een beest in hem ontwaakt is, dat na jarenlange verdoving opeens tot leven is gekomen. De stemmen luisteren niet, maar overschreeuwen elkaar uit alle macht.
Dan staat hij buiten. Hij weet niet eens hoe. Wat is er daarbinnen in godsnaam gebeurd?

15 reacties
van Gellekom · 12 november 2016 op 09:32
Sereen. Knap geschreven
StreekSteek · 12 november 2016 op 09:48
De ingrediënten voor een ongetwijfeld bijzonder verhaal, worden op een prachtig geschreven wijze bij elkaar verzameld. Dit doet het verlangen naar het vervolg alleen maar groeien.
Nummer 22 · 12 november 2016 op 09:50
? Ik zie het huis zo voor me..de krakende trede hoor ik. Niet alleen sereen geschreven maar gewoon:mooi!
Esther Suzanna · 12 november 2016 op 10:13
Mooi! Ik volg met belangstelling …;-)
Meralixe · 12 november 2016 op 10:45
Nee hoor NicoleS, ik schrijf dit niet om (als enige) negatief te doen en geen probleem hoor, als het dan toch aan mij ligt, dan is dat maar zo.
Goed, het was, maar dat is dan meer het nadeel van een verhaal in verschillende afleveringen, met daar tussen zeven lange dagen plus twee andere columns, het was eventjes herlezen om terug in het verhaal te komen. Heb ik gedaan.
Maar dan was het voor mij echt nodig deel twee stukjesgewijze verder te lezen en steeds maar te zoeken naar de juiste verhaallijn. Wie is nu aan ’t woord? Op wie slaat deze zin?
De eerste keer lukte het niet. Pas nadat ik traag bijna bestuderend een tweede keer las kreeg ik de nodige duidelijkheid.
Toen kwam ik wel terecht in een prachtige fantasie waarbij je de ervaringen van je hoofdpersonage op een sublieme manier aan het papier toevertrouwd. Beslist geen gemakkelijk schrijven…
Zijn mijn ervaringen de ervaringen van een enkeling dan kun je mij eventueel een ‘leescursus’ aanraden maar zijn er wel meer lezers die er het zelfde gevoel aan over houden dan is dit voor u dan toch een aandachtspunt bij je verdere schrijfavonturen.
En, verdere reacties in de zin van ‘soepel lezend verhaal’ of ‘heerlijk duidelijk,’ dit om mijn reactie de grond in te boren, daar komen we ook niet mee verder.
Dees · 12 november 2016 op 10:57
Heb zojuist deel 1 en 2 gekezen. Deel 1 vond ik subliem. Dit deel goed. Wat hier een heel klein beetje wringt is een wie is wie gevoel. Makkelijk te ondervangen door wat namen uit te delen. Ria, de buurvrouw ofzo. Want de hoofdpersoon is oud genoeg om niet alleen maar in moeders van te denken.
Veelbelovend.
Ken je de schrijfster Alice Hoffman? Die zou je volgens mij fantastisch vinden. En als ik voor jou je ultieme genre zou moeten bedenken zou het magisch realisme zijn. Maar dat komt mss ook omdat ik daar gek op ben ?
Mien · 12 november 2016 op 11:13
Je raakt zo vervlochten in het verhaal dat persoonsvormen met elkaar lijken te stoeien. Dat kost mij als lezer wat moeite. Maar evengoed de moeite waard. Wat je zou kunnen doen is het verhaal zodra dat klaar is even naast je neer leggen en dan lezen vanuit een neutrale lezer, hardop aan jezelf. Als het goed is loop je dan zelf tegen de onduidelijkheden aan die vernoemd worden door Meralixe en Dees.
Wat ben je gegroeid in je schrijven. Hou dat vooral vast.
Karen.2.0 · 12 november 2016 op 14:46
Eens met Dees, maar je hebt mij als lezer gevangen en ik wil maar 1 ding weten: wat is daarbinnen in godsnaam gebeurd? Goed geschreven!
pally · 12 november 2016 op 17:10
Weer goed geshreven, maar ook ik raakte verward in welke persoon er sprak. Nog even mijn stijlstokpaardje: waarom ‘de trap afdalen?’ waarom niet gewoon ‘naar beneden lopen’, b.v.?
1e alinea: ‘het is deprimerend’,jammer dat je dit benoemt: Laat het liever aan de lezer over.
Het is muggen zifterig, maar je schrijft zo goed, dat ik het de moeite waard vind, dit te zeggen.
NicoleS · 12 november 2016 op 20:13
Allen bedankt voor jullie reacties. Ik heb zeer bruikbare tips gekregen waar ik weer gebruik van kan maken. Ik zal werken aan duidelijkere persoonsvormen voor betere leesbaarheid.?
emaessen · 12 november 2016 op 21:04
Erg mooi en lopend geschreven. Ik had moeite deel 1 te herinneren. Mij staat een verhaal met twee zelfmoorden voor de geest. Met dit in gedachten had ik geen zin in herlezen. Zo diep als je me meetrok had ik al moeite met mijn tranen. Er is te veel gebeurd.
Nachtzuster · 13 november 2016 op 16:11
Alle tips zijn al gegeven. Blijft staan een goed vervolgverhaal met een mooie cliffhanger. 🙂
Blanchefort · 13 november 2016 op 19:13
Mooi vervolg op het eerste deel. Waar je daar veel laat gebeuren is dit deel meer ingetogen. En mooi geschreven met goede flow. Ik ben zeer benieuwd waar je de lezers mee naar toe neemt.
Bruun · 14 november 2016 op 13:48
Zojuist samen met deel 1 gelezen. Je weet de spanning er goed in te brengen en ik hang aan je lippen voor wat betreft het vervolg. Ik sluit me aan bij de feedback van anderen over de personages, maar dat neemt niet weg dat het heel mooi en kundig geschreven is!
NicoleS · 16 november 2016 op 22:13
Dank voor de reacties. Ik ga hierop verder borduren in het vervolg.