Laatst op TV weer eens 40 dagen zonder seks gezien. Een slim programma waar je echt iets van kan leren. Dat meisjes de nieuwe jongens zijn op het gebied van seks. De hefstigste meisjeskandidaten zijn heftiger dan de heftigste jongenskandidaten. Het was de beurt aan Maaike en ook zij lustte er wel pap van. Eigenlijk is er geen nieuws onder de zon. Op het gebied van seks stonden er altijd al vrouwen aan de absolute top. Een verstokte hoerenloper laat zich hooguit 1 of 2 keer per week onderhanden nemen. Een hoer kan op een dag heel wat afwerken. De supersterren uit de pornowereld zijn vrouwen en wie kunnen er onbeperkt klaar komen?

Maar even terug naar 40 dagen. Waar het jongens vooral om het versieren lijkt te gaan, weer een trofee toevoegen aan de lijst, gaat het meisjes echt om de seks zelf. Tot de standaarduitrusting die Arie Boomsma bij meisjes aantreft behoort naast een condoomvoorraad altijd minstens een vibrator. Bijna alle seksspeeltjes zijn trouwens voor vrouwen. Omdat voor jongens om een of andere reden het versieren van een meisje als een prestatie geldt wordt de seks zelf praktisch bijzaak. Het is een bonnetje waarmee het bewijs geleverd wordt dat er sprake is van een geslaagde versierpoging. Meisjes heten makkelijk als ze seks hebben met veel jongens. Maar dat is een misverstand. Meisjes zijn niet makkelijk, ze hebben het makkelijk. Versieren is voor een meisje nauwelijks een prestatie, jongens zijn namelijk met een natte vinger te lijmen. Iets dat makkelijk is gaat niet als prestatie de boeken in. Daar gaat het dan ook niet om voor een beetje slet, zoals een meisje dat echt voor seks gaat vaak denigrerend wordt genoemd.

Waar zit het verschil tussen een slettenbak en een stoere versierder? Waarom mag ik niet wat hij mag? Dat vragen meisjes zich vaak wanhopig af. Een jongen die hem overal in hangt maakt de blits. Een meisje met vergelijkbare ambities kan haar reputatie op haar buik schrijven. Maar er is wel degelijk verschil, een slet is niet hetzelfde als, het is de overtreffende trap van de versierder. De positie van jongens en mannen als koningen van de seks wordt bedreigd. Door Koninginnen! Er zit verandering in de lucht. Maaike had er geen moeite mee zichzelf een slet te noemen. Die betiteling heeft alles in zich om een geuzennaam te worden. Natuurlijk kwam Maaike uiteindelijk een beetje tot inkeer. Het is tenslotte voor de EO. Maar er zijn andere Maaikes die voor geen goud beginnen aan 40 dagen zonder seks. Daar zijn ze ook nog trots op. En geef ze eens ongelijk!


15 reacties

Mien · 2 juni 2009 op 09:14

Knap, 40 dagen televisie kijken zonder sex.

Geef mij maar een Opel Manta Cabrio, da’s pas een slettenbak.

Mien

Sofie · 2 juni 2009 op 09:37

Een column naar mijn hart….:-D

phoebe · 2 juni 2009 op 19:12

Ik vind het een redelijk goed geschreven column.
Af en toe een leuke, originele zin, maar voor de rest redelijk standaard.

Een heel oud en al uitgemolken onderwerp, dat wel.. Mannen zijn stoer.. vrouwen een hoer.

Je verwoord het wel op een iet wat frisse manier, dat kan ik dan weer wel waarderen.

arta · 3 juni 2009 op 07:16

Goed geschreven!
Een onderwerp waarvan iedereen zich weleens afvraagt ‘Waarom zit dat zo?’ en waar ik hier nog nooit iets over gelezen heb.
🙂

Anne · 3 juni 2009 op 09:06

Ik heb er nooit bij stilgestaan dat de benaming slet tot geuzennaam zou kunnen promoveren! Goed idee. Ik hoop dat veel meisjes dat overnemen, zo verdwijnt dan misschien die vreselijke dubbele moraal.

Het blijft een boeiend en onopgelost raadsel: het verschil tussen de verondersteld vrouwelijke en mannelijke beleving van sex. Er lijkt sprake van het uiteentrekken in twee polen, waar het meisjes betreft: Diegenen die sex als liefde beleven, en aan de andere kant de sletten. Iets daar tussenin bestaat blijkbaar niet. Althans niet in de beleving van veel mensen. Het onzichtbare van de vrouwelijke sexualiteit blijft tot gokken, tot raden en vooral tot hopen en wensen leiden 😀 waarvan akte in deze column.

Maarreh, graag gelezen!

LouisP · 3 juni 2009 op 09:38

M.

‘t wordt tijd dat ik eens tv ga kijken!
Leuk stuk over wat ik dacht hoe ‘t zat, hoe ‘t was, hoe ik verkeerd zat, maar uiteindelijk niet zoo verkeerd als ik dacht.

gr.
L.

doemaar88 · 3 juni 2009 op 09:41

Vreemde mensen spot ik in dat programma 😀 Leuke onderwerpkeuze, het stuk is goed geschreven. Sluit me ook deels aan bij Phoebe 😀

Dees · 3 juni 2009 op 16:42

Het is inderdaad een beetje uitgekauwd. En komt misschien ook meer voort uit een onaflatende fascinatie voor jonge meiden (liefst zo slet mogelijk) dan uit werkelijk genderliberalisme? Of psychologiseer ik je de verkeerde hoek in 😉

Maurits · 3 juni 2009 op 18:39

Beste Dees,

Om 1 van je vragen alvast te beantwoorden. Ja ik schrijf liever over jonge meiden dan over ouwe mannetjes. Gek he?

Iedere schrijver krijgt er mee te maken. Dat lezers zich het hoofd gaan breken over de relatie tussen wat de schrijver geschreven heeft en het leven en vooral de psyche van de schrijver zelf. Ongelooflijk interessant schijnen ze te zijn, schrijvers. Zou het niet een veel beter idee zijn gewoon te lezen wat er staat? Dat is namelijk de bedoeling ervan. Daar kan je dan op in gaan of je kan je mening geven over hoe (leuk/origineel/scherp) de schrijver het heeft opgeschreven. Overigens kan je ervan uitgaan dat het met mijn genderliberalisme helemaal snor zit 😉

Dees · 5 juni 2009 op 12:13

Hmm, nee! Soms is de bedoeling erachter wel degelijk interessant, omdat het de hele visie op een stuk kan veranderen. Ik geloof wel dat het met jouw g.l. goed zit, maar ik geloof niet dat er overtuiging zit achter dit stukje. En it does make a diff…

Maurits · 5 juni 2009 op 14:56

Interessante discussie, Dees. Dat je visie op een stuk zou veranderen doordat je voorkennis hebt over de “bedoeling” (kennis) van de schrijver ervan lijkt me een contradictio in terminis. Het is je visie op de schrijver die verandert. Ik wil overigens niet beweren dat het niet interessant is om iets over de schrijver te weten (vooral in mijn geval, je moest eens weten 😉 Maar als je daaruit moet afleiden wat de strekking van een stuk is, mankeert er iets aan het stuk. De beste manier om een stuk op zijn waarde te schatten is niets te weten van de schrijver. De bedoeling van dit stuk is ook niet om een overtuiging over te brengen. Het is niet meer dan een enigszins andere invalshoek aanreiken om tegen een overbekend fenomeen aan te kijken. Dat lijkt me trouwens de core-business van de columnist.

Dees · 5 juni 2009 op 15:17

Juist columnisten leer je vaak ‘kennen’, doordat ze met grote regelmaat stukjes plaatsen. Juist in columns nemen auteurs vaak veel ruimte om veel over zichzelf te tonen. Het is een utopie te denken dat teksten op zichzelf beoordeeld zouden kunnen worden. Ik vind het ook een grappige discussie, want ik wilde hier eigenlijk iets over schrijven. Over devaluatie van woorden als je de herkomst ervan weet. Overkomt mij ook af en toe dat ik een uitspraak prachtig vind en er dan achterkom dat een of andere moron de uitspraak heeft gedaan. Of het uit de spirituele kwakzalverij komt. Tja. Weg glans, weg magie, weg schoonheid. Ik wil hiermee niet zeggen dat dit alles geldt voor jouw stukje, of jouw persoon 😉 Maar wel dat je visie op een stuk, of een uitspraak onvermijdelijk verandert als je voorkennis hebt over de auteur. Dat je van je lezers niet mag verwachten dat ze dat terzijde schuiven bovendien….

Maurits · 6 juni 2009 op 23:57

Uiteraard leer je iets over een auteur als je veel van hem/haar gelezen hebt. Maar zou je juist niet moeten proberen die kennis te negeren? Er is een berucht voorbeeld van een schrijver bij wie je dat wel zal moeten om hem nog te kunnen lezen. Celine! Aartsantisemiet maar briljant schrijver. Tja, de spirituele kwakzalverij, kan me al niet voorstellen dat daar ooit een memorabele uitspraak vandaan zou komen. Maar mocht je ooit een uitspraak uit die hoek prachtig vinden. Zie het dan maar zo: ze hebben daarzo zelf niet begrepen wat ze zeiden. En per ongeluk iets van waarde in de wereld achtergelaten. Ik weet dat je van lezers niet kan verwachten dat ze je stukken kunnen lezen zonder zich een oordeel over je aan te matigen. Maar ik blijf me er toch tegen verzetten. Vooral ten overstaan van mensen die ik tot beter in staat acht;-)

Darluz · 9 juni 2009 op 14:18

Hallo Dees & Maurits.

Vol belangstelling lees ik zojuist jullie gedachtenwissel. Zou het kunnen dat het niet óf óf is maar én én? De waarheid is niet absoluut. Laat staan een schrijver (over die waarheid) of de lezer. Er zit altijd een stukje schrijver, maar ook zeer zeker een stukje lezer in het ontvangen schrift. Het eindproduct van schrift is, denk ik, altijd een samenspel. De lezer is de persoon die het stuk zijn finale stempel geeft. Of deze klopt met de schrijver, en de bedoeling van de schrijver, is de vraag. Soms is er evenwicht en openheid tussen lezer en schrijver. Beiden laten dan alle ruimte over aan de tekst om voor zichzelf te spreken: los van de lezer, los van de schrijver. Dit zijn vaak briljante teksten, die de lezer zichzelf en wie-de- schrijver-is volledig doen vergeten. Tijdens het schrijfproces van briljante stukken, kan ik me voorstellen dat ook de schrijver zichzelf volkomen los laat en de letters hun eigen ding doen. Soms is de ruimte die de auteur laat aan de lezer groot, soms klein. Dit geldt ook voor de ruimte die de lezer overlaat aan de schrijver om in elke tekst opnieuw te mogen beginnen. Het is een prachtig doel om als schrijver blanco in het schrift te willen staan. Ik denk dat dit het streven is van meer schrijvers, en tot op zekere hoogte haalbaar. Niet voor niets kiest een aantal schrijvers een pseudoniem. Het is denk ik geen utopie maar een door meer schrijvers erkende en gekozen identiteit om het schrift volkomen op zichzelf te laten bestaan. Deze vrijheid is denk ik belangrijk bij het schrijven. Vrij zijn van vooroordelen (op basis van voorkennis van de schrijver) is denk ik een verrijking bij het lezen. Ik ben het eens met Maurits, dat de kennis die de lezer van de schrijver heeft aangaande zijn/haar persoonlijkheid anders de hoofdrol speelt en het stuk al dan niet interessant maakt, inkleurt, in plaats van het geschrevene zelf.

Maurits · 11 juni 2009 op 11:56

Een mooie reactie Darluz, Ik kan me er grotendeels in vinden.

groet Maurits

Geef een antwoord