Begin 1500 keerde Ridder Haelewijn ‘de Viriele’ na een kruistocht terug met een nare penisaangelegenheid. Zijn harnas was in bepaalde situaties te krap waardoor hij regelmatig zijn zaak kneusde. Om de vervelende beknellingen te verhelpen bracht hij een bezoek aan smid Egerius, lid van het Scaldische Harnasgilde.

‘Goede ende moarn, smid Egerius. Hoe vergaet het uwe?’
‘Goede ende moarn, ritter Haelewijn. Het vergaet mi reedelijck. Hoe vergaet het uwe?’
‘Nit geschwint, waerde smid. Telkenmaele wannear er vrouwelijk skoon min vizier inschreit, dan kneus ick min zaeck?’
‘Uwe zaeckje?’
Voorzichtig tikte Haelewijn op het metaal dat voor zijn kloris hing.
‘Nei, min zaeck’…
‘Ag soo… Uwe zaeck’, antwoordde de smid… ‘Om uwe nesterij van sijnen druck te bevriën, kan ick uwe kuras forzien van eenen schaefschagt.’
‘Dan keer ick morgan na het crieken werre voor din scharnier. Groete hu uwe joncvrouwe.’

Scharnier? Scharnier? Bedacht Egerius zich. Dat woord kende hij nog niet. Dat moest ridder Haelewijn vast over de Saksische grens hebben vernomen.

‘Groete hu uwe joncvrouwe!’ Herhaalde Haelewijn.
‘Danc, ritter’, antwoordde de smid zorgelijk. ‘Nae het crieken wort sei verbrant van ende weghen hexerei.’
‘Sal ick haer van din braendstaepel ferlosse?!’
‘Ick zal haer daer naer vraegen of sei dat wille.’
‘Wensch haer soowie ende soo maer sterckte.’ Antwoordde de ridder, waarna hij de smederij verliet.

De ganse dag werkte de smid aan de ‘zaeckscharnier’ voor ridder Haelewijn. Zijn harnas was gemaakt van een zeldzame legering geëffende edelmetalen. Loodzwaar. Zo woog Haelewijn in zijn verouderde harnas over de tweehonderdvijftig kilo, waardoor hij nog wel eens omdonderde op het strijdveld. Met de nieuwste technieken en materialen van toen probeerde Egerius het harnas van de ridder te moderniseren. Hij smeedde met ambachtelijk zweet op zijn rug een gat in de dag. En nacht! Tot het klaar was. De volgende ochtend meldde de ridder zich opnieuw.

‘Goede ende moarn, ritter Haelewijn. Hoe vergaet het uwe?’
‘Nit geschwint, waerde smid. Ick had eenen natten dröm. Min zaeck is mominteel pimpel ende paers. Hoe vergaet it uwe mit min scharnier?’

Trots liet Egerius zijn klep zien. Na een paar knippen met zijn tang nagelde hij het scharnier aan het harnas van de ridder vast.
‘Denckt uwe noe eens aan din skoonste’, vroeg de smid.
Haelewijn sloot zijn ogen. En jawel, de klep aan het scharnier opende zich luid piepend.
‘En noe aan din lelijckste.’

‘En din skoonste.’

‘Lelijckste.’

‘Skoonste.’…

Tijdens het stijgen en dalen spoot de smid de piep weg met zijn ‘oaljesput’. Opgelucht zoog Haelewijn, tussen zijn erecties door, diepe teugen lucht binnen.

‘Hoe vergaet het uwe joncvrouw. Sal ik haer nogh ferlosse?’ Vroeg Haelewijn aan de smid.
‘Ag, heelmael vergheeten te vraegen. Snelle, naer it plein.’

Gehaast spoedden Egerius en de ridder zich naar de dorpskern, alwaar de vrouw van de smid inmiddels was verbrand. Helemaal verkoold. Bij de nog na-smeulende brandstapel namen de twee mannen afscheid van elkaar. Ridder Haelewijn reisde af naar het volgende strijdtoneel. Smid Egerius keerde terug naar zijn smederij om de ‘zaeckscharnier’ te veredelen. Het woord ‘schaefschagt’ behoorde vanaf die tijd tot het oud Scaldische idioom.

 

Categorieën: Verhalen

8 reacties

Harrie · 26 november 2015 op 08:47

? ? ? ? ?

Mosje · 26 november 2015 op 09:26

vermaeckelyke mare

trawant · 26 november 2015 op 09:42

Kijk zo had het vak oude literatuur veel meer glans gekregen!
Dit zijn de verhalen waar de klas van smult. Ook keurig correct middeleeuws..
Alleen jammer van die roast , de dankbare jonkvrouw had nog voor een leuke scene kunnen zorgen!

Meralixe · 26 november 2015 op 09:47

Nieuwe ideeën zijn meer dan welkom maar deze column zal wel geen schot in de roos zijn. Door dat ‘Nei, min zaeck’… gedoe kan de lezer geen tempo in zijn lezen steken en komen we nergens bij een clou terecht, als dit dan al de bedoeling was.

Esther Suzanna · 26 november 2015 op 12:31

Enne ik dancke u! Door uwe schrijven ben ik te laat daar ik zeker drie maal moest lezen. Niet enkel voor de ontcijfering maar simpelweg voor de ‘leut’ en ik mompel nu de hele dag ‘zaeckscharnier’ voor het plezier.
(afwijking van asperger met taaltik…)

Net in de bus keek mijn buurman al bevreemd naar mijn gemurmel mét grote grijns…

Erg leuk leuk leuk leuk …

    Esther Suzanna · 27 november 2015 op 00:51

    Opeens komt ie binnen…ook handig om te plassen! Pfff..jaja, ik ben soms traag.

pally · 26 november 2015 op 15:47

Haha, Pierken, gewoon hartstikke grappig en ook een beetje lekker melig! Tussen de sintgedichten door, misschien? Je hebt mij goed vermaakt. Zo, nou thee met een stuk amandelspeculaas.

Pierken · 27 november 2015 op 11:18

@Harrie: :roffl: /”dingen”\ 😉
@trawant: Gratis lesmateriaal voor Otto. Waar vind je dat nog… V.w.b. het einde heb je een puntje. Gemiste kans voor Haelewijn.
@Mosje: Danck ende tot genoeghen.
@Meralixe: De clou van het verhaal is dat dit een belangrijk moment is geweest voor de Nederlandse economie. Het specialisme van Smid Egerius is halverwege de 19e eeuw nl. overgegaan in ‘zaakwaarneming’. Mijn volgende column is op de eerste alinea na beter leesbaar.
@Esther Suzanna: Is het woord inmiddels weer uit je hoofd? Mensen gaan nog denken dat je iets mankeert :-).Dank voor je compliment! Je bent de eerste die mij in het openbaar citeert. Al murmelend weliswaar, maar toch!
Waar had je de scharnier eerst bedacht? 😉
@Pally: Dank je en goed idee! Ik zal eens kijken hoe de kindjes er op reageren.

Geef een reactie