2. Walraven

Edward slaat zijn knieën over elkaar en kijkt naar de man voor hem.
Walraven ziet eruit alsof hij net uit bed komt.
Een warrige bos grijzend haar, grove zwarte wenkbrauwen boven vlezige wangen met een baard van enkele dagen. Zo’n baard die je met een trimmer op lengte zou moeten houden en bij de kin moet afbakenen denkt Edward, dan heeft het nog iets gestileerds. Dit is gewoon ongeschoren.
Walraven draagt een gekreukt donkerblauw T-shirt over een zwarte broek met vale vlekken daaronder witte Puma sportsokken in een paar verschoten sandalen.

Hij likt met zijn tong over zijn benedenlip en legt het gelezen a4 tje naast zich op tafel.
Smalle mond, maar een opvallend brede neus en kleine ogen. Weinig harmonie in dat gezicht, maar wat dat over iemands karakter zegt, zou Edward niet direct weten..
Toch maakte hij een tanige, soepele indruk op hem toen hij Edward een kwartier geleden uit de kleine wachtkamer, was op komen halen.
Vlak nadat Edward de deur van de spreekkamer open had horen gaan, was er iemand naar buiten gelopen. Even daarna hoorde hij een zware motor die voor de boerderij gestart werd en over het grindpad was weggereden.
Daarna het geluid van voetstappen op de tegelvloer van de gang in de richting van de wachtkamer, de deur die met een zwaai openging en dan zijn naam uit de mond van deze man.
‘Komt u meneer Van Rombeek’..?
Walraven was hem voorgegaan , had de deur van een zijkamer geopend en Edward een hand gegeven.
Eerst een hand, dacht Edward.
Een vluchtige hand, zoals gebruikelijk in elk hulpverleningscontact van na 1975, toen de democratiseringsgolf ook in de Zorg had toegeslagen.
De hand, centraal in de module Empathie van elke opleiding , ongetwijfeld goed bedoeld , maar door veelvuldig toepassen verworden tot een versleten gebaar dat betrokkenheid suggereert ,maar in haar eigen tegendeel was getransformeerd.
De hand die geen hand meer is maar een duw.
‘Mijn God wat doe ik hier.’
Edwards blik glijdt door de donkere bedompte ruimte.
Het balkenplafond, de kleine boerderijraampjes die op deze grauwe middag nauwelijks daglicht binnenlaten. Een grenen slaapkamerkast, drie rieten stoelen en een oude divan
Bedekt met een plastic hoes,
Voor als een patient zich tijdens de regressie onderpist.

‘Mijnheer Van Rombeek?’
De stem van Walraven scheurt hem los uit zijn gedachten..
De psychiater- ik zoek een stevige, had zijn huisarts gezegd, anders stuur je hem alle kanten op- leunt achterover in zijn stoel en kijkt Edward vragend aan. Hij heeft de velletjes achter zich op zijn bureau gelegd.
‘Zijn er nog meer mensen die zo’n invloed op uw..ontwikkeling hebben gehad.?
Dat irritante U.

Een paar minuten geleden had Edward hem, met de jongensachtige charme waar hij blindelings op vertrouwt, voorgesteld elkaar te tutoyeren.
De lul had hem koeltjes aangekeken en geantwoord dat hij er prijs op stelde met U te worden aangesproken. En dat terwijl Edward hem op minstens 10 jaar jonger schatte.

‘Vader, moeder familie, vrienden, uw vrouw..’
‘Ex.. vrouw’ ,
Wat zou Maddy het geweldig hebben gevonden als hij hier 5 jaar eerder had gezeten, om aan de relatie te werken. Ze had het hem zo vaak voorgesteld, geëist bijna.
Dé relatie, voor haar een heilige onbenoembare grootheid, een blok marmer waarin gehakt en gebeiteld diende te worden. Tenminste tot het de vorm had aangenomen die háár beviel. Het gezeik was eindeloos en altijd over hem. Avonden, nachtenlang, tranen, gesmijt met spullen, weggaan, terugkomen, goedmaken.
Je geeft je niet, ik zie niet wie je bent..
‘Ex vrouw , natuurlijk, maar u snapt wat ik bedoel’
Walraven glijdt met zijn rechterhand onder de hals van zijn T-shirt en wrijft over zijn linkerschouder.


3 reacties

Avalanche · 19 maart 2010 op 14:28

Wat is er gebeurd, dat de volwassen Eddie hulp zoekt? Die vraag houdt me al een tijdje bezig. Natuurlijk verwacht ik het antwoord binnenkort. 😉

SIMBA · 19 maart 2010 op 19:24

Ik ben zo benieuwd of we de tussenliggende periode, tussen klaslokaal en therapeutenruimte, nog te lezen krijgen of dat we die zelf mogen/moeten invullen.
Het blijft boeien!!!

lisa-marie · 21 maart 2010 op 22:39

Heb ze nu alle drie achter elkaar gelezen en vind de titel echt bij de serie passen.
Kijk uit naar de volgende!

Geef een antwoord