Het is donker in het speelhol. Alleen boven de hoofden van de kassiersters hangen een paar spotjes die een cirkeltje licht tekenen op de kassa. Even zie je dan bankbiljetten die vlug weer verdwijnen in een schuif. Je ziet dan ook de witte tanden van het meisje dat de klant bedankt met een vermoeid glimlachje. Verder bestaat de enige verlichting uit de aan- en uitfloepende veelkleurige lampjes van de speelkasten. Er is ook muziek. Heel harde muziek. Een dreunend gebons zonder veel melodie dat tegen je hartslag ingaat.
Het is fris in het zaaltje want hoog aan de muren hangen vier grote airconditioners die op volle kracht werken.

Dewi neemt vijf briefjes van honderdduizend rupiah in ontvangst, tikt ergens op wat toetsen en een klant begint hoopvol een aanval op een speelkast.
Ze werkt nu al drie maanden als kassierster. In het duister is het niet dadelijk te zien hoe mooi zij wel is. Haar lange zwarte haren hangen tot op haar frele schouders, haar jonge borstjes steken fier vooruit. Haar gezichtje is van een pure Javaanse schoonheid. Ze zou niet misstaan als hofdanseres in het paleis van de sultan van Yogyakarta. Dewi is pas 21 jaar, maar ze ziet er nog jonger uit.
Ik ben hier niet op mijn plaats, denkt ze voor de zoveelste keer. Dit kan haar lot niet zijn. Op een podium had ze nu moeten staan en dangdut liedjes zingen voor een enthoesiast meewiegend publiek en in de roddelprogramma’s komen op TV, onbenullige verklaringen afleggen over of ze met Budi of Agus zou trouwen of misschien wel met Ari en de reporter laten gissen wanneer ze haar volgende CD zou uitbrengen.

Wat was ze gelukkig geweest drie maanden geleden toen zij een week lang elke avond mocht zingen in dat cafeetje. Ze kreeg er een aalmoes voor, want de baas zei dat ze nog onbekend was in het artiestencircuit.
Het duurde niet lang of de baas wilde haar ook beter leren kennen.Zeven dagen lang moest ze hem van haar lijf houden, en toen is ze maar weggegaan want de situatie werd onhoudbaar.
Maar de klanten hadden haar toegejuicht telkens ze heupwiegend op de toog stond en meeslepende dangdut liedjes zong. Er waren ook wel klanten die net zoals de baas haar beter wilden leren kennen, maar dat hoort bij de populariteit van een artieste dacht ze.
Ook de klanten hadden bot gevangen want ze wist intuïtief dat ze zouden terugkomen, elke avond weer, als ze niet toegaf.

En ook die producer in zijn sjieke kantoor in Jakarta had haar beter willen leren kennen. In een paar woorden had die vent haar zijn voorwaarden medegedeeld. Eerst met hem naar bed, dan een kontrakt tekenen en het grootste percentage van haar inkomsten aan hem afstaan, maar in ruil daarvoor zou ze beroemd worden, later zelfs acteren in soaps op TV. Meteen had de producer haar naar zich toegetrokken, de bobbel in zijn broek drukte al tegen haar onderbuik en ze had nog niet de kans gehad om nee te zeggen. Wenend had ze zich losgerukt en snikkend was ze toen uit dat kantoor gelopen.

Dewi schrikt op wanneer een hand in de lichtcirkel tien briefjes van honderdduizend rupiah neerlegde. Eén miljoen rupiah. Evenveel als haar maandwedde om van zes uur ‘s avonds tot zes uur ‘s morgens achter de kassa te zitten. Sommige weken had zij dagdienst, van zes uur ‘s morgens tot zes uur ‘s avonds. En dat allemaal voor één miljoen waarvan ze dan nog vierhonderdduizend per maand moest betalen voor haar kamertje in Denpasar, en tweemaal per dag een taxi. Er schoot weinig geld over om naar haar familie te zenden in het verre Bandung, maar toch zond ze elke maand wat geld op om haar broertjes en zusjes te onderhouden.
Ze drukt op de toetsen en steekt het geld in de schuif.

Ze droomt maar wat weg en schrikt wanneer de klant weer voor haar staat. Ze kijkt hem even aan. Hij spreekt op gebiedende toon in korte onbeleefde zinnen. Een grote man met heel kortgeknipt haar zoals een militair. Nog een miljoen. “Pech gehad,” zegt hij, “deze keer beter” en begint meteen te spelen.
Een poosje later ziet zij de man weggaan. Misschien gaat hij naar de tweede verdieping, zijn geluk proberen op andere speelkasten.

Een andere man neemt zijn plaats in. Die doet het voorzichtiger.
Tweehonderdduizend rupiah had hij betaald.
Nog geen halve minuut later scheurt er een belsignaal door de muziek.
Jackpot ! Dewi kijkt op haar schermpje. Elf miljoen rupiah had de man gewonnen ! De klant begint een wilde berendans. Hij was nog aan het huppelen wanneer de grote man met de militaire haarsnit de zaal weer binnenkomt. In één seconde begrijpt hij wat er aan de hand is. Woedend beent hij naar Dewi.
“Jij daar,” blaft hij, “je moet aan mij betalen. Die vent wil mijn geld opstrijken. Ik heb twee miljoen op die kast gezet, ik heb gewonnen. Waarom liet je die vent op mijn kast spelen ? Ik was even naar het WC en achter mijn rug ga je mij bedriegen !”
Met een klein stemmetje zegt Dewi : “Mijnheer, ik dacht dat u weggegaan was. Hoe kon ik nu weten dat u naar het WC ging en ging terugkomen ? Als u mij nou verwittigd had dan zou ik die speelkast voor u hebben vrij gehouden.”
In het halfduister ziet ze de man een beweging maken en dan voelt ze pijnlijk een stuk koud staal tegen haar hals drukken. De pijn houdt op wanneer hij het ding voor haar ogen houdt, in het lichtcirkeltje. Een revolver. Ze haalt hikkend adem.
“Betalen !” gromt de man, “en vlug wat !”
De winnaar hield abrupt op met huppelen en stond komisch stokstijf stil met open mond toen drie veiligheidsagenten gewapend met lange houten knuppels, de revolverheld omringden. Die haalde met zijn linkerhand een pasje uit zijn broekzak en gooide het ruw in het lichtcirkeltje voor de kassa.
“Politie !” riep hij, “Ga weg jullie !” zei hij tegen de veiligheidsagenten. “Dit is geen zaak voor jullie”
De veiligheidsagenten stoven weg.
Niemand speelde nog. Heel wat klanten verlieten vlug de zaal als bange mussen. De moedigen maakten zich klein en keken nieuwsgierig toe.
“En nu ga je mij mijn elf miljoen geven” bromde de politieman.

Voor Dewi iets kon zeggen stond de baas daar met zeven veiligheidsagenten. De baas was een weldoorvoede Chinees met lange nagels aan zijn pinken zodat iedereen kon zien dat hij geen handarbeid hoefde te doen.
Hij boog beleefd naar de politieagent en zei “Mijnheer, wil u even naar mijn kantoor komen, dan kunnen we dit probleem oplossen”
De politieagent stak zijn pistool weer tussen zijn broeksriem, trok zijn hemd over zijn broek en volgde de baas.
De rust keerde weer. Alsof er niks gebeurd was.

Langzaam kreeg Dewi weer kleur. Ze ademde diep in en liet een lange zucht. Ze wist dat de baas de agent zou betalen. Niet alles, nee daar was hij te slim voor. Ze zouden een uur onderhandelen tot er genoeg afgeboden was. Maar de Chinees zou het daar niet bij laten. Hij had niet voor niks een ilegaal speelhol. De politiecommissaris had van hem een Mercedes gekregen. Hij zou de politiecommissaris opbellen. De commissaris zou de revolverheld bij zich roepen. De agent zou de buit moeten delen met de commissaris en dan zand erover. Geen tuchtstraf, enkel een vaderlijke vermaning. Corrupte agenten onder elkaar…

“Hey Dewi !” riep Fitri boven het lawaai van de muziek uit. Dewi keek op. Fitri was de sekretaresse van de baas.”Ik neem even van je over. Mijnheer Achoi verwacht je in zijn kantoor. Ga maar vlug !”
In het kantoortje op de tweede verdieping deed Achoi de deur open. Toen Dewi aarzelend voor de bureautafel naast een stoel bleef staan sloot hij de deur en stond in twee passen voor haar. Hij legde zijn handen op haar schouders. Dewi verstijfde.
“Neem vandaag maar een dagje vrijaf,” zei hij “Je hebt die zaak met die politieagent goed aangepakt. Je hebt niet toegegeven. Dat was heel moedig van je.”
Dewi keek naar zijn adamsappel en knikte.
“Weet je, we zouden samen eens kunnen gaan eten met een paar vrienden van mij erbij en ook nog andere meisjes.”
Ze voelde dat hij haar op haar gemak wilde stellen, jaja, vrienden en een paar meisjes erbij, dan valt het niet zo op wat hij van plan is, dacht ze.
Ze probeerde dankbaar te kijken en knikte bedeesd.
Dan liet hij haar gaan.
“Tot morgen !” riep hij haar na.

Ze ging de trap af, duwde de deur open en stond even verblind te kijken in het helle zonlicht. De tropische hitte viel over haar als een natte warme handdoek.De taxichauffeurs riepen al : “Hey Dewi !”
Ze stapte in een taxi.
“Weer veel verdiend vandaag zeker ?” vroeg de chauffeur die dacht dat zij altijd vette fooien kreeg van de klanten.
Ze zuchtte eens en sloot haar ogen.
“Zet eens een dangdut cassette op” vroeg ze.
Al bij de eerste maten wiegde ze heen en weer met haar hoofd en zong onhoorbaar mee met de muziek.


5 reacties

Tasz · 17 april 2004 op 19:03

Hallo Wayan,

Een intrigerend verhaal. Niet echt een column mijn inziens, maar zeker heel goed geschreven. Complimenten.

Tasz

Ma3anne · 17 april 2004 op 20:11

Nog maar één reactie, bij zo’n schitterend verhaal! Dat geeft te denken.

Ik lees hier en daar aan je taalgebruik dat je een Vlaming bent. En daarom even een flauw geintje: weten Belgen wat een column is?

Ben bang dat je voor dit soort lange teksten weinig publiek vindt hier… ik heb nochtans genoten… (of hoe zeggen jullie dat?)

Mup · 17 april 2004 op 20:45

Zeker en vast genoten. Moet door de snelheid van de aangeboden geplaatste columns komen dat er nog niet zoveel reacties zijn, anders door het lekkere-geen-pc-weer,

Groet Mup.

Wayan · 18 april 2004 op 01:22

Bedankt voor de lovende woorden !
Ik heb getwijfeld of ik dit verhaal wel zou plaatsen, want het is inderdaad niet echt een column.

Het verhaal is echt gebeurd. Ik ken Dewi (dit is niet haar echte naam).
Zij is een ver familielid van mijn ex-vrouw.

Het is slecht afgelopen met Dewi. Zij is teruggekeerd naar Bandung waar zij weer in een speelhol terechtkwam (wegens de hoge verdiensten)
Daar was de baas weer een Chinees. Nu is zij zwanger van die Chinees die haar met veel geld heeft kunnen verleiden. De Chinees is nog steeds getrouwd en heeft vijf kinderen. Hij heeft Dewi laten zitten.
Het is nog maar de vraag of hij haar af en toe weer wat geld zal geven wanneer zij als ongehuwde moeder alleen op een kamertje zit.
Gelukkig bestaat er in Indonesië altijd het netwerk van vriendinnen die kunnen helpen.

Zoals Dewi zijn er velen in dit land. Gewoonlijk komen zij terecht in de free lance prostitutie en hun doel is onveranderlijk een lieve Westerling aan de haak te slaan die dan ook voor hun kindje zal zorgen.

Ik ken ontzettend veel Westerlingen die met zo iemand getrouwd zijn.

Kees Schilder · 18 april 2004 op 07:59

Goed geschreven en ondanks lengte blijvend bloeiend

Geef een antwoord