Onder zijn dikke zwarte haren herkent ze met moeite zijn gezicht.
‘Ik ken jou.’
Hij reageert niet, geeft geen krimp en blijft stug naar de grond staren. Hij is niet veel veranderd. Vroeger staarde hij ook al naar de grond. Ze hebben haar altijd aangetrokken, gesloten mannen. Gesloten jongens. Jongens die je open moet peuteren, geraffineerd bewerken met zorgvuldig uitgekozen woorden, subtiele blikken. Een psychologisch spel dat ze graag speelt. Maar wanneer ze zich voor haar openden bleek de inhoud teleurstellend saai. Achteloos wierp ze ze dan weg. Bij één jongen is ze later met de schade geconfronteerd. Maar wat moet je daarmee? De naam van de man voor haar kan ze zich niet meer herinneren. Eigenlijk heeft ze nooit veel aandacht aan hem besteed, altijd waren er anderen.
Naast zijn stoel liggen links en rechts enorme bergen drop. Het zwarte snoep torent boven hem uit. Nog altijd heeft hij niets tegen haar gezegd.
‘Heb je ook schoenveters?’ Even kijkt hij omhoog, hun ogen ontmoeten elkaar. Donkere ogen, zo zwart als drop. Ze knikt in de richting van de hoge stapels. ‘Schoenveters zijn mijn lievelingsdrop. Of vissen, die zijn nog lekkerder, heb je die misschien?’
Achteloos trekt hij zijn schouders op.
‘Ze zijn van mij.’
Teleurgesteld zakt ze terug.
‘Wat doe je hier eigenlijk?’ Het scherpe randje in haar stem ontgaat haar niet.
‘Ik werk hier’ klinkt zijn monotone antwoord. ‘Wil je soms naar binnen? Een kaartje kost 7,50.’
Nu pas kijkt ze om zich heen. Ze staat in de hal van een kasteel lijkt het wel. Hoe komt ze hier? Ze kan het zich niet herinneren. Niet op haar gemak kijkt ze achterom. De enorme deur van wel vier meter hoog is gebarricadeerd met een zware balk.
‘Nee, ik wil niet naar binnen. Ik wil weg. Waar is de uitgang?’
‘Er is geen uitgang. Niet als het tijd is.’
‘Wanneer is het dan niet tijd?’
‘Daarvoor is het te laat.’
Even kijkt hij haar aan. Ziet ze nu medelijden in zijn ogen? Het irriteert haar, wat denkt hij wel?
Dan steekt hij zijn hand uit, in de palm ligt een visje, precies de drop die ze zo lekker vindt.
Blij pakt ze de vis en steekt hem in haar mond.
‘Dat is mijn sterrenbeeld, vissen.’
‘Ja, weet ik’, zegt hij, zijn ogen opnieuw op de vloer gericht.
Het verbaast haar niet. Kauwend en sabbelend op het heerlijke dropje wacht ze geduldig op wat komen gaat.

Categorieën: Fictie

8 reacties

LouisP · 8 januari 2011 op 17:52

Sylvia1,
‘k hou van ruimte, om zelf uit te vissen waar het zich afspeelt..en om wie het gaat
“Ze hebben haar altijd aangetrokken, gesloten mannen. Gesloten jongens.'”
Bij zo’n zin weet ik het nog niet helemaal maar wat ik weet is dat het me bevalt..

“Ja, dat weet ik”
Ik zie het tafereel voor me, en wacht ook,’k wil weten wat er gaat gebeuren..

Goed gedaan Sylvia1

louis

Kwiezel · 9 januari 2011 op 10:26

Sylvia!
Vind het knap hoe je de lezer in het ongewisse laat en tegelijkertijd weet te boeien aan je verhaal. Hoop wel dat hier een vervolg op komt, want ik heb ‘m nog niet door…

pally · 9 januari 2011 op 14:47

Intrigerend, als een droom over de dood die elementen uit het leven bevat. Zoiets zie ik er in, SYlvia.
Een abstract schilderij, iedereen ziet er iets anders in. anders. Wel origineel, al voelt het ook wat onaf. Of wordt het nog vervolgd?
groet van Pally

Mien · 9 januari 2011 op 23:39

Smaakt naar meer deze trekdrop!

Mien Sweat Dream

arta · 10 januari 2011 op 08:09

Bijzonder. Op mij kwam het als een droom over.

Harrie · 10 januari 2011 op 10:07

Na het eten van paddo’s krijg ik ook altijd zin in drop. Gelukkig heb ik altijd laurierdrop op voorraad.

Avalanche · 10 januari 2011 op 13:32

Ik vind hem mooi, dromerig, maar ook ongrijpbaar.

sylvia1 · 10 januari 2011 op 17:35

Bedankt voor het lezen! Maar een vervolg? Ik twijfel, vond het wel erg leuk eens zo’n stukje te schrijven.

Geef een antwoord