Dublin, ergens na middernacht, ik verga van de honger en zeik mijn reisgezelschap zó hardnekkig aan hun kop over het vacuüm in mijn lichaam dat we de eerst beste vreetschuur binnenduiken om mijn zucht naar junkfood te bevredigen. Het blijkt een soort nachtwinkel, gerund door Aziaten, waar je allerlei eetwaar en rommel kunt kopen. De eetwaar zou in ons land, na een bezoek van de keuringsdienst voor waren, waarschijnlijk onmiddelijk de destructor in verdwijnen en de uitbaters van deze garbage achter de tralies. Maar mijn maag is de keuringsdienst voor waren niet en bovenal wel wat gewend dus ik neem een paar worsten zoals je ze overal bij het breakfast kunt vinden. Hoewel… het blijkt de kip variant. Niet verwonderlijk. Veel produkten in deze wellicht van oorsprong dierenwinkel, lijken op basis van gevogelte en bij zo’n assortiment gevederte mag je natuurlijk verwachten dat daar een inherente berg afval als bijprodukt verwerkt moet worden. Wat is er dan makkelijker dan het spul te verwerken tot worst?

Maar eerlijk is eerlijk, ze waren heerlijk. Ik voelde hoe mijn maag bekleed werd met zo’n fijn beschermend laagje waar zelfs de vluchtigste drank geen vat op krijgt. De nacht kon dus nog lang worden als het aan mijn maag had gelegen. Helaas dacht mijn hoofd daar anders over. Later althans. Voorlopig werd mijn motoriek voornamelijk bepaald door mijn lager besturingscentrum.

We liepen de winkel uit en nog vóór we goed en wel de straat over waren en de worsten naar binnengepropt viel mijn lodderig oog op de welbekende M. Jawel, een Macdrek. Ik wordt altijd kindsblij en lyrisch bij het zien van vreetschuren dus ook nu kon ik de aandrang tot huppelen maar moeilijk onderdrukken. Mijn reisgezelschap begon jengelend te protesteren maar Poppeduifje bleek ook nu weer een goede partner in crime want Macdrek betekent ook ijs! En Poppeduifje is gek op ijs dus er was geen houden meer aan. De hele meute werd kreunend mee naar binnen gesleurd.

Omdat variatie nu eenmaal gezond is bestelde ik kip. Maar dan met vanallus erbij. Poppeduifje aan ’t ijs en jawel, dan moet opeens iedereen wat te kanen. Onderwijl slobberend aan mijn chicken-what-ever aanschouwden wij de nachtbrakende Dubliners en verwonderden ons vooral over de hoerigheid waarmee de vrouwen te koop liepen. Qua kleding dan. Ik kreeg de indruk omringd te zijn door pooiers en hun cashgleuven. Het kan aan het tijdstip van de nacht hebben gelegen, maar de manier van kleden is zelfs op de ons zo vertrouwde Wallen not done. Naast ons zaten een meisje en al-sla-je-me-dood, ik weet het niet meer, maar in ieder geval een meisje in een topje, een lage-taille-broek en een string. Iedereen kent dat wel. Maar deze soort niet. Poppeduifje kijkt me aan en vraagt: “Schat, wordt je daar opgewonden van”? Ik draai me om en zie een blote rug, twee billen met een driehoekje textiel. Of ze maken hier andere strings, wellicht dat ze daarom ook ’thong’ heten, of ze heeft het verkeerdom aan. Het klopt gewoon niet. Bovendien ziet het ondergoedje er meer uit als een volgesnoten zakdoek. Niet echt iets waar je als man eens stiekum aan zou willen snuiven. Het lapje stof is waarschijnlijk al door enkele geilaards bepoteld, te zien aan zowel de kleur als de vorm van het driehoekje. En terwijl ik mij kostelijk sta te vergapen komt er een grote neger in uniform op mij af gelopen…

Dichterbij gekomen blijkt hij kleiner maar ook breder dan ik in eerste instantie had verwacht en voordat het tot mij doordringt wat er komen gaat, splijt het zwarte gezicht van oor tot oor open en een rij witte happers gilt in redelijk goed Nederlands: “Heee mannnn, je bent een Hollander hè? Ik zie hoe jij naar dat wijfje kijkt mannnn, zo kijkt alleen een Hollander naar een wijf!” Hij grijpt mijn hand en begint die samen met mijn arm heftig heen en weer te slingeren. Mijn verbaasde blik moet hem geremd hebben anders had hij me in al zijn vriendelijkheid en onschuld waarschijnlijk vol op mijn bek gepakt. Hij wil weten waar we zijn geweest, hoe we het vonden, hoe lang we in Dublin blijven en meer van die vragen. Hij blijkt in tijdje in Amsterdam te hebben gewoond en heeft duidelijk oog voor onze lichaams- en spreektaal. Zijn geuniformeerde collegae staan verwonderd naar onze conversatie te kijken, vragen zich wellicht af of witte reus en zwarte kleerkast samen gefigureerd hebben in ’the Gladiator’. Na nog wat vage en onbeduidende ouwe-jongens-krentebollenklets neemt hij net zo enthousiast afscheid van mij als hij mij begroet heeft. Wij nemen de kuierlatten en gaan richting hotel.

Een mooie afsluiting van een heftige dag.


6 reacties

Kees Schilder · 14 januari 2004 op 07:53

Kijk, zo wil ik de dag beginnen! En hadden ze bij de McShit ook nog een ballenbak, Viking?
Daar ren ik altijd als eerste naar toe na het innemen van een McDrek product.
Sappige column

pepe · 14 januari 2004 op 08:08

😉 😛 Jouw leven bestaat m.i. voornamelijk uit van alles en nog wat naar binnen stouwen he?

😀 😀 😀

Mosje · 14 januari 2004 op 10:56

Shit viking, mijn eerstvolgende column gaat ook al over strings. Wat is dat toch met ons mannen?
Vraag me wel af hoe jij, slechts het deel ziende dat boven de lage-taillebroek uitsteekt, kunt weten dat het er uit ziet als een volgesnoten en bepotelde zakdoek. Heb jij laserogen? 😛

viking · 14 januari 2004 op 12:51

Jammer nee, geen laserogen, het stukje textiel dat aan de achterkant boven haar broek uitstak zit doorgaans aan de voorzijde van zo’n meisje en is daardoor voor de meesten van ons onzichtbaar…

kareltje · 15 januari 2004 op 00:56

wat voor een string het geweest is weet ik ook niet, maar kan je wel vertellen achterstevoren zit hij echt niet lekker! 😆

*kareltje*

deZwarteRidder · 15 januari 2004 op 16:54

heppie geen plaatjes????
nou ja vond term ook wel pakkend…..

deze pooiers en hun cashgleuven
lekkere column..
Rich@Rd

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder