Het is zondag 1-april, en het park ligt er verlaten bij. Niemand die een hond uitlaat, die zich afbeult op de trimbaan of aan het joggen is. Het grasveld ligt uitnodigend in de zon te stralen maar wordt niet gebruikt door spelende kinderen wier wakende moeders op bankjes gezeten hun kroost in de gaten behoren te houden. Een eenzame wandelaar loopt over de kronkelende paadjes en kijkt naar de bedden met narcissen die zich kleurrijk naar de zon buigen. Een klimop leeft zich uit in frisse groene kleuren terwijl zijn gastheer er nog treurig en kaal bijstaat. Een boom neigt naar omvallen nadat hij door de laatste storm is scheef geduwd maar hij houdt zich kranig vast met zijn wortels. De speeltuin en de zandbak liggen er verlaten bij. Door de zachte wind beweegt de schommel traag heen en weer.

De wandelaar kijkt langs de balkons en ziet niemand buiten zitten terwijl het toch al rond het middaguur is. Lege stoelen met een enkele tafel staan al buiten, dat wel. Niemand echter laat zich deze zonnige lentedag op dit uitnodigende meubilair, al zonnend welgevallen.

Zomaar een lentedag, op de eerste zondag in april. Een wijk vol flats en een verlaten park met een eenzame wandelaar. De wandelaar kuiert verder en blijft op het bruggetje staan. In het water ziet hij een karper langzaam onder hem doorzwemmen. Vogels zijn druk met het bouwen van nesten; een reiger staat langs de waterkant te gluren of er niet een smakelijke kikker langskomt.

De wandelaar loopt om de flat heen naar de parkeerplaats. Overal lijkt ineens het lawaai vandaan te komen. Een buurman wast zijn auto en heeft daarbij zijn autoradio hard aanstaan. Auto’s rijden door de straat en de bestuurders menen eerst hard te moeten optrekken om dan met gillende banden te stoppen, hoe nutteloos lijkt dit. Rondhangende knullen brullen om het hardst in een vreemde taal. Reigers en andere vogels zijn aan deze kant niet te vinden.

De wandelaar aanschouwt het tafereel en loopt terug naar de achterkant van de flat, naar het park. Op het moment dat hij om de hoek verdwijnt is het of hij in een andere dimensie stapt: terug in de rust en de stilte van het park. Twee werelden zo dicht op elkaar, slechts gescheiden door flats. Het lijkt wel of mensen het genieten in en van de natuur verleerd zijn terwijl de natuur toch de bakermat van ons bestaan is.

Categorieën: Verhalen

6 reacties

Avatar

SIMBA · 20 april 2007 op 14:27

Erg mooi P.!

Avatar

Mup · 20 april 2007 op 14:39

Ik zie de schommel bewegen, mooi sfeerplaatje, zou zo mee willen kuieren.

Groet Mup.

Avatar

arta · 20 april 2007 op 15:41

Een prachtig geschreven column, het contrast bijna voelbaar!
🙂

Avatar

Li · 20 april 2007 op 23:12

Jij blijft verrassen Prlwytskovsky!
Wat een mooie sfeertekening is dit.

Li

Avatar

KawaSutra · 20 april 2007 op 23:15

Gelukkig weet je nu waar je de rust moet zoeken. Een contrast is het zeker. Mooi geschreven.

Avatar

WritersBlocq · 21 april 2007 op 00:34

Heel gaaf, jouw diversiteit qua schrijven.
Puur natuur!

Geef een antwoord