Laatste kwam ik met een buur te spreken over ouderen; ouderen die in het nieuws zijn omdat zij verwaarloosd worden in tehuizen en verzorgingscentra. Niet op tijd douchen, geen schone kleding voorradig, en het eten en drinken laat ook te wensen over. E.e.a. aldus een nieuws bulletin. Buur en ik spreken onze afschuw erover uit en vragen ons af of er in onze nabijheid niemand is die aan deze criteria voldoet.
“Ken jij mensen die eenzaam zijn?” Vraag ik hem.
“Niet eentje.” Zegt hij. “Maar ja: zou jij dat in het openbaar willen erkennen?”
“Nee zeker niet.” Antwoord ik. “Ik zou dat voor mezelf niet eens willen weten.”

Een ander buur mengt zich in onze tête-à-tête, doet zijn zegje en geeft aan zelf een social-controller te zijn. Een social-controller! Wat dat ook in Gods naam mag betekenen. Hij loopt mensen na die alleen zijn en kijkt wat hun behoeften van het moment zijn. Een gesprek, een praatje, een luisterend oor of een helpende hand. Vriendelijk lachend zwaait hij naar ons en loopt dan de hoek om.
“Zie je nu wat ik bedoel?” Zeg ik. “Woorden zijn het, lege woorden.”

Buurman kijkt bedenkelijk, naar de almaar donker wordende lucht en dan weer naar mij.

“Het zijn alleen maar mensen die zij zelf kennen maar de echt noodlijdenden blijven mijns inziens onbekend- en niet geholpen.” Zeg ik.
“Wat wil jij eraan doen dan?” Vraagt hij.
“Wat kan ik eraan doen?” Zeg ik. “Hoe zou je trouwens die groep onbekenden moeten herkennen? Ik loop daar vaak over na te denken. Ik bedoel: iemand die eenzaam in zijn- of haar huisje zit en niemand meer heeft? Iemand die de deur niet uit kan vanwege een gebrek of handicap. Wie zou zo iemand dan om hulp kunnen bellen? Een instantie? Die hebben ellenlange wachtlijsten. Een buur dan? Die werken meestal of hebben andere dingen te doen. Kinderen? Ach: die hebben het zo druk en wonen meestal erg ver weg. Snap je wat ik bedoel?”

Met gefronste wenkbrauwen kijkt hij mij aan en ik zie dat hij de tijd neemt om na te denken. “Snap je?” Zeg ik. “Die groep kan toch moeilijk schreeuwend de straat op rennen, roepend dat zij alleen zitten?”

Ik ga naar boven, maak een bak koffie en ga dit epistel schrijven. Terwijl de melk het kookpunt nadert leun ik, alles nog eens overdenkend, op de vensterbank. Ik zie het regenen en bedenk: “De regen valt als een ragfijn gordijn uit de hemel.”
Beeldspraak natuurlijk, want eigenlijk is het gewoon kutweer.

Categorieën: Maatschappij

14 reacties

Libelle · 21 juni 2012 op 12:52

De laatste zin vind ik de mooiste. Humor kan je redden. Eenzame mensen hoeven niet per se noodlijdend te zijn volgens mij. Ons moeder kiepert juist sommige kennissen de deur uit, omdat ze niet meer tegen het oeverloze geouwehoer kan. Ze puzzelt liever. Zouden Social Controllers regenverlet kennen trouwens?

Ontwikkeling · 21 juni 2012 op 13:07

De laatste zin is briljant.
Ik weet niet of je op technisch *kuch* commentaar wacht maar ik ga het toch geven.

Ik vind de scene op zich meesterlijk, aangezien hij des Carmiggelt inzicht geeft in de menselijke trekjes van een gesprek. De dialoog kun je iets beter uitwerken, door “zeg ik” met kleine letters te schrijven en er geen aparte zinnen van te maken.

Een juweeltje, meneer met de onuitsprekelijke en niet foutloos te spellen achternaam! :wave:

Inhoudelijk: er is veel stil verdriet achter menig ouderendeurtje…. fijn dat je in gesprek bent en blijft met je buur 😉

SIMBA · 21 juni 2012 op 13:45

1 e teveel verder niks op aan te merken P.!

Sagita · 21 juni 2012 op 17:23

Wat ik zo mooi vind in deze kronkel, zijn de gedachten die voelbaar vorm krijgen; stap na stap!
Mooi onderwerp en subtiel uitgewerkt!

Meralixe · 21 juni 2012 op 20:09

Mooi verteld gesprek waar een vorm van eentonigheid en overbezorgdheid heerst. Dit wordt dan verklaard in die laatste zin. Daar krijgt plots het weer de schuld. Mooi.
De slechte zomer, ook al aanwezig bij Boschrijft met “Zon-garantie” is dus onze grote inspiratiebron…

LouisP · 21 juni 2012 op 22:56

heel erg goed P.

“Niet eentje.” Zegt hij. “Maar ja: zou jij dat in het openbaar willen erkennen?”
“Nee zeker niet.” Antwoord ik. “Ik zou dat voor mezelf niet eens willen weten.”

Er zitten misschien wel mooiere zinnen in maar dit is buiten bijzonder vooral zo echt.

Frans · 22 juni 2012 op 02:47

Daarom hebben we idealisten nodig die streven naar een samenleving waar niemand van eenzaamheid wegkwijnt. Het zal wel een utopie blijven. Toch moeten we de hoop niet opgeven. Het is als met het duppie dat nooit een kwartje wordt, maar wie weet wel 24 cent.

Yfs · 22 juni 2012 op 07:34

Erg mooi geschreven P…. ( ik krijg altijd de neiging om Przewalski te zeggen);-)

Een perfecte timing van het inlassen van de alsmaar donker wordende lucht. Mooi om te lezen hoe je er toe bent gekomen om deze column te schrijven. Ik heb er aan moeten denken toen ik gister het Belgische journaal keek waarin een ‘Robot’werd geïntroduceerd voor ouderen. Via de Robot kon in de gaten gehouden worden of de bejaarde nog overeind stond. Ook zou dit gele ijzeren gevaarte met knipperende ogen een ‘dialoog’ aan kunnen gaan met de ‘vergrijsde’ Echt een voorbeeld van dat de techniek voor NIETS staat! :eh:

arta · 22 juni 2012 op 08:27

Een heel mooi verhaal, waarin tussen de regels meer gezegd wordt dan erop!
Mooi!

Prlwytskovsky · 22 juni 2012 op 11:12

@Ontwikkeling: Technisch commentaar, zoals door jou verpakt is bij mij welkom.
En mocht je struikelen over mijn voor- dan wel achternaam? Peter is ook goed. 😉

Prlwytskovsky · 22 juni 2012 op 11:14

@Yfs: nou dank je wel voor je mooie reactie.
En die naam? Ach….: what’s in a name.

Prlwytskovsky · 22 juni 2012 op 11:16

En iedereen bedankt voor de reacties. Wordt gewaardeerd. :duimop:

Mien · 22 juni 2012 op 12:43

Mooie column Prlwytskovsky.
Je schetst een raak evolutiebeeldje.
Filosofen hebben hun hoofd er al eeuwen aan gestoten.
Ben ik alleen of zijn we samen alleen.
Besta ik door de ander of denk ik dat alleen?
Vooral de derde alinea vond ik treffend.

Mien (plukt zelfs een oude dag)

sylvia1 · 22 juni 2012 op 13:15

Ik hou heel erg van dialogen, tenminste, als ze echt leven en dat doet deze. Inderdaad schitterende eindzin en de zin die LouisP quote sprong er voor mij ook uit.
Wat erg dat er social controllers bestaan (zou nu zeggen dat ik later liever eenzaam ben dan een social controller op m’n dak krijg).
Wel ook ’n puntje, vind afkortingen als e.e.a. zo lelijk, past ook niet in het mooie kabbelende verhaal.

Geef een antwoord