Als verlamd zat ik tegenover hem. Ik had nog steeds een probleem en hij zou me daarmee helpen.
Ik geloofde er niet meer in.
Ik heb heimwee, zei ik.
Aanmoedigend knikte hij me toe. Het werkte. Hij wist hoe ik hechtte aan gebaren.
Ik mis.
Ik mis. Ik mis. Ik mis.
Wat mis je? Vroeg hij.
Ik huilde. Mijn wereld is zo vervormd. Het werkt niet meer. Het gaat gewoon niet. [i]Soep op woensdag. Linzensoep. Erwtensoep in de winter. Dromen van prinsen. Jongens in prinsessenjurken.
Verjaardagstaart. Elf kaarsjes. Papa, mama, broer en zus. Gezang.
Schoolvakanties. Lange zomers. Fietsen in het bos. Vallen. Opstaan.
Muziek. Mijn eerste elpee. Klasgenoten. Stiekem roken. Vriendschap.

Een gitaar.

En kussen, lange warme kussen. Verliefd zijn.

Harmonie.

En samen vielen we in slaap. [/i]

Weet u, zei ik. De meeste mensen kijken op de klok en binnen drie tellen zijn ze ergens anders. Ze zien toekomst. Geloven.
Hij aarzelde. En het nu. Wat betekent dat voor jou?
Ik rilde. Geef me een deken en ik zal eeuwig slapen.
Misschien ben ik bang.
Maar ik snak ernaar. Ik verlang om te voelen. Om ook dit moment ooit als een nostalgische voetnoot in mijn dagboek bij te kunnen schrijven.

[i]Donkere dagen. Brandend maagzuur. Geen graf maar een urn. Niet één, maar twee. Mama, ik mis je. Papa, ik begrijp je nu.
Een verjaardag. Stilte. Achttien lentes en negen winters.
Gesloten gordijnen. Fietsen over asfalt.
Vallen, nooit meer vallen.

Verloren liefde.

En dromen, koortsachtige dromen. Gemis.

Kathedralen.

En alleen schrok ik wakker.
[/i]

Wil je ontsnappen? De vraag leek ergens uit een andere wereld te komen.

Ik bestudeerde zijn handen. Pezig, groot, gebruind, veilig.
En even stelde ik me voor hoe hij zijn handen op de mijne legde, ze geruststellend vastkneep.
Indringend staarde hij me aan. Zijn ogen vol raadsels.
Stilte, tergende stilte. En toen de bewustwording. Een vraag.
Ontsnappen? Herhaalde ik. Ja, misschien wel.

Zijn handen zaten nu in mijn haar. Zachtjes masseerde hij met zijn vingertoppen mijn hoofd. Ik huiverde.

Weet u hoe? vroeg ik.

Categorieën: Overig

8 reacties

Avatar

arta · 19 juni 2008 op 20:35

Een tekst, waarbij iedere keer als ik hem lees weer andere dingen opvallen.
Mooi!
🙂

Avatar

Prlwytskovsky · 19 juni 2008 op 21:52

Hij’s weer mooi, Troy.
Of ….
Ohw Troy, wat is die weer mooi.
Of ….
Trouwens …: dat lijken mijn handen wel?

Avatar

Sierconflex · 20 juni 2008 op 10:19

ja, deze stijl is geweldig. Dat voelt, dat leeft, dat mineurt. Heerlijk!

Avatar

Li · 20 juni 2008 op 13:06

Troy, het is weer treffend.
Mijn vinger zweefde over de escapeknop, maar ik laat het nog maar even 😉

Li

Avatar

SIMBA · 20 juni 2008 op 13:48

Weer een meesterwerkje!

Avatar

lisa-marie · 20 juni 2008 op 21:17

Krachtig maar ook teer en elke keer als ik hem lees lees ik weer iets anders,krijg een ander beeld ervan .
Maar ten alle tijden voel ik het intens.
Ik heb gewoon genoten hiervan. :wave:

Avatar

pally · 21 juni 2008 op 00:09

Erg mooi geschreven, Troy, heel veel zinnen komen direct aan. Vooral de flashbacks. Eigenlijk is het helemaal een open stuk, in die zin dat je de inhoud op veel manieren kan lezen of zelf invullen. Het gekke is dat het ook benauwt door de levensangst die het ademt. Intrigerend, klasse weer!

groet van Pally

Avatar

dashuri · 25 juni 2008 op 13:27

oh oh oh

Een perfecte column om de vakantie mee te beginnen!

Geef een antwoord