“Kom op, rennen!”
“Alleen als je belooft geen lawaai te maken. Het is half drie ’s nachts.” In Marie’s oude pyjama sluipren ik achter Bram aan door de ijskoude nacht, waarin elk minimaal geluid maximaal lijkt te worden weergegeven. Op elke straathoek staat hij even stil, blaast een paar vrieswolken en rent dan in vol tempo door.
“Heb je alles?” hoor ik hem fluisteren. “De sleutel? Het gereedschap?” Glimlachend kijk ik hem aan.
“Yep! Ik heb alle voorzorgsmaatregelen getroffen. Gelukkig zijn we er bijna.” Al lopend begin ik in de kontzak van mijn pyjamabroek te graaien naar de sleutel.
“Waar is dat ding nu weer? Ik ben hem toch niet verloren?”mompel ik te hard.
“Schiet op!”
“Jajaja, ik heb hem al.”

Soepel glijdt de sleutel in het vreemde slot. Geruisloos zwaait de deur open om met een harde bonk een muur te raken. Ondanks dat het mijn eigen schuld is, kan ik een ‘ssst’ niet onderdrukken. Bram overstemt het, al bonkend de trap op. Op de tast volg ik hem.

Het eerste dat mij opvalt is de warmte. Mijn handen voelen een trap, bekleed met prettig aanvoelende stof. Stap voor stap beklim ik hem om gedesoriënteerd boven aan te komen. Waar is Bram? Zacht fluister ik zijn naam. Links van mij schijnt een randje licht onder een deur door. Onbestemde geluiden kruipen ook door de gleuf.

“Geef even het pleepapier.” De deur gaat een klein stukje open. Met mijn neus dicht geef ik het papier aan hem en ga op zoek naar een lichtknop. Ik sta in een keuken. Er staat een fornuis en een koelkast. Verder onderzoek levert een vaatwasser op. De kastjes zijn leeg. Ik laat warm water over mijn koude handen stromen. Heerlijk.

Vandaag hebben wij voor drie weken afscheid genomen van onze Wc en douche. Al maanden naderde een ijzeren karkas ons huis en nu de steigers zich als een cocon om ons heen gevouwen hebben is het tijd voor ons om af te zien. Een sleutel van de ‘rust/douche/Wc-woning’, die we met meerdere buren mogen delen, heb ik gekregen als schrale troost op een ijskoude wond. Het is tien minuten lopen en juist vandaag wordt Bram geveld door een buikgriep.

“Mam?”
“Ja?”
“Heb je de rest van het gereedschap?” Snel duw ik luchtverfrisser en een Wc-borstel in zijn handen. [i]’Als het straks klaar is, wordt het echt prachtig.’[/i] Buurvrouw’s stem galmt door mijn hoofd. Tuurlijk, het wordt prachtig, maar drie weken zonder sanitair en verwarming in januari? Ik probeer mezelf voor te houden, dat onder die cocon iets prachtigs groeit. Soms werkt het.

Een uur later word ik, met een pijnlijke plek op mijn voorhoofd, wakker. Het duurt even voor ik besef waar ik ben. De warmte in het huis heeft me met mijn hoofd op tafel in slaap laten vallen.
“Mag ik in dit huis slapen, mam? Anders blijf ik je maar wakker maken.” Als dieven in de nacht verhuizen we een riant luchtbed en beddengoed naar de woning. We checken of we elkaar telefonisch kunnen bereiken, voordat ik mijn bed thuis weer opzoek.

Anderhalf uur later wekt warmte mij. Vochtige warmte. En geluid. Hard geluid. Marie staat voor mijn bed. Huilend. Sorry roepend. Het duurt even voordat ik besef wat die warme kleverige massa, die door mijn dekbed heendringt, is. Snel prop ik hem in een vuilniszak, pak mijn dochter op en verhuis haar naar het luchtbed.

Tegen de ochtend stop ik met vloeken op alles -de woningbouw, buikgriep- en iedereen en geniet van een lange, warme douche. Zelfs mijn buik lijkt mee te spinnen als een tevreden kitten.
Of?
Onee!

Categorieën: VC-Arta

Arta

Zijn. bewonderen, verwonderen, notuleren, opwaarderen; Het zijn zomaar wat steekwoorden, die voor mij onlosmakelijk zijn verbonden aan 'Schrijven'. *Overigens schrijf en reageer ik als arta natuurlijk op persoonlijke titel

13 reacties

SIMBA · 1 februari 2012 op 07:37

Goede timing…die buikgriep 😕
Vervelend voor jullie maar het levert wel een leuk stukje op, dat dan weer wel 😀

Fem · 1 februari 2012 op 08:08

OMG! Ik heb zooooo met jullie te doen…

Mien · 1 februari 2012 op 08:43

Ach lieve Arta, je moet het maar positief labelen.

Op deze wijze creëer voldoende weerstand voor het grote feest der zotten. 😉

Leuke column, graag gelezen wederom.

Alaaf!

Prins Vita Mien

Meralixe · 1 februari 2012 op 09:11

Niet bepaald een “ontbijtcolumn” maar het is dan maar zo.
Graag gelezen. Sterkte!!!! :lach:

Boukje · 1 februari 2012 op 09:20

Ik heb, zoals gewoonlijk weer van jou schrijven genoten 😀
Hopelijk is het leed inmiddels alweer geleden!

Marja · 1 februari 2012 op 13:17

Een rampscenario. Heel veel sterkte!

Ferrara · 1 februari 2012 op 14:12

Kamperen in je eigen huis, het sanitairgebouw ligt wel erg ver weg. Afzien dus. Hoe kunnen we helpen de moed erin te houden. :aai:

LouisP · 1 februari 2012 op 17:21

Van die cocon die aan komt sluipen als een rups, je weltevree inkapselt en opvreet en het daarna weer als nieuw achterlaat, eigenlijk moet je het met eigen ogen zien.
Wat een situatie, in die kou en dan nog een zieke d’rbij…
Goed geschreven..en heel veel succes met de woonst!

L.

Li · 1 februari 2012 op 19:56

Sluipren, wat een leuk woord is dat! Die ga ik onthouden. Tjonge Arta wat een survivalrace voor Bram. Je begon lekker spannend en daarom werd ik meteen het verhaal ingetrokken. :lach:

Inderdaad leuk om een maand lang naast elkaar te buren! Staat lekker vertrouwd :aai:

WritersBlocq · 2 februari 2012 op 00:27

Owwwww…. shit!! Pech stinkt, pech kost energie, pech is nergens goed voor 🙁 wordt tijd voor betere tijd, potdomme!
Wie verzint dat dan – dit soort projecten uitvoeren in januari. Is de shittijd inmiddels achter de rug?

Taai taai, Pauline XXXXX

Dees · 2 februari 2012 op 10:14

Heerlijk Spartaans. Heb je wel gas? Dan kun je een omgekeerde bloempot op je gasfornuis zetten, dat schijnt ook wat verwarming op te leveren.

embee · 3 februari 2012 op 14:18

Grappig verteld Arta, maar naar mijn idee niet lekker om mee te maken. Sterkte ermee!

groetje van Embee

pally · 16 februari 2012 op 13:02

Ach arme Arta !

Ik krijg bijna wroeging een paar weken naar een zeer warm land te zijn geweest. Hopelijk is nu alles weer wat comfortabeler. Een mooier huis… pfff, je moet er wel véél voor over hebben. Heerlijk columnvoer is het wel, vooral door jouw stijl. Het klinkt als leedvermaak, dat is het eigenlijk ook wel, maar niet echt. 😀
:kus: Pally

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder