‘Eén gek kan meer vragen, dan tien wijzen kunnen antwoorden’.
Ik kwam hem voor het eerst tegen toen ik de hond uitliet. Een man van in de vijftig, hij was bezig allerlei spullen uit zijn auto aan het halen. Voor mij was hij een vreemde, ik had hem tenminste nog niet eerder gezien in de buurt. Ik groette hem en hij keek me schuin van onder zijn zwarte pet een beetje wild aan. Nu begrijp waarom hij toen zo de wereld in keek. De volgende dag stond hij weer tussen enkele dozen bij zijn auto en ik bleef samen met de hond bij hem staan. We kwamen aan de praat en hij vertelde dat hij bij ons in de straat kwam wonen. Al sjouwend met prullaria en plastic zakken tussen zijn voordeur en de kofferbak kreeg ik van hem te horen dat hij hier ging wonen, alleen.
Ik vroeg of ik iets voor hem kon doen, of hij hulp nodig had, – maar dat wees hij af. Of hij dan een bakkie koffie wilde bij mij thuis, ik woonde vlakbij en ook alleen. Daar stemde hij mee in en we liepen een paar deuren verder naar mijn voordeur.
Hij moet zich wel op zijn gemak gevoeld hebben, want na de tweede kop zette hij zijn pet af, streek met beide handen door zijn lange haren en nestelde zijn rug tegen de leuning van de bank waar hij op zat.
Een waterval aan woorden van ellende en emotie stroomde de kamer in. Hij heette Frits en was net ontslagen uit een GGZ-kliniek, waar hij vier maanden vrijwillig had gebivakkeerd. Zijn leven was na de dood van zijn zoontje van tien, doordrenkt met onbegrip en nog meer verlies. Het kind was twaalf jaar geleden, na een ziekteperiode van drie jaar overleden.
Ik slikte een kikker weg.
Twee keer hadden de doktoren hem genezen verklaard, de derde keer konden ze hem alleen nog maar morfine toedienen. Een paar dagen na de druk bezochte begrafenis, begon zijn vrouw zwaar te drinken en na haar dood, twee jaar later, vond hij overal in het huis nog de half aangebroken flessen terug.
Nadat hij drie jaar alleen geweest was, ontmoette hij zijn latere tweede echtgenote.
Ja, hij had nog twee kinderen, maar die hadden toen allebei allang een relatie. Ja, en hij was al die tijd blijven werken als chauffeur bij het streekvervoer. Jazeker, en of hij het een leuke baan vond, – wel met wissellende werktijden, maar hij vond het niet erg om op zon – en feestdagen te werken. Dan zat de bus niet vol met schreeuwende scholieren, hooguit een paar oudjes die met een dagkaart rondtoerden of een bijstandmoeder die met de kinderen naar de dierentuin ging. Zo kon hij ook nog eens een interessant gesprek voeren met een enkele passagier.
Tot op een dag in maart, – tegen zijn schuld kreeg hij een zware aanrijding en kwam in de ziektewet. Het euvel aan zijn lijf wilde maar niet beteren en na twee jaar kreeg Frits ontslag, zijn huis moest hij verkopen en kwam met zijn vrouw in een gelijkvloerse huurwoning terecht.
Ik ging nog maar eens koffie uit de keuken halen en schonk Frits ook bij. Hij keek niet meer zo wild, vond ik.
Doordat hij nu thuis was komen te zitten, was hij aan het piekeren geslagen, vertelde hij verder. Hij had moeite gekregen om ’s morgens uit bed te komen, ’s avond had hij niet kunnen slapen, was dan maar weer uit bed gegaan en had de halve nacht voor de tv gezeten.
Op aandringen van zijn vrouw had de huisarts hem doorverwezen naar een psychiater, die schreef op zijn beurt medicatie voor waar hij niet zo depressief van bleef en beter van kon slapen.
De verhouding thuis werd met de dag slechter en zijn echtgenote wilde niet langer zo leven met hem, – ze wilde van hem af.
Dat was ongeveer vier maanden geleden, volgens Frits. Hij wist niet veel meer van de laatste dagen dat hij thuis woonde, want hij had dagen achtereen allerlei medicijnen ingeslikt. Nu hij dan ontslagen was uit de kliniek en onder wekelijkse controle bleef, ging hij nu dagelijks naar een activiteitencentrum van het GGZ. Daar kon hij schilderen, houtbewerken en figuurzagen.
Op de vraag van mij of dat centrum ook in het weekend open was, leunde hij naar voren op en keek me weer wild aan, net als toen ik hem voor het eerst zag.
Nee, iedereen die ontslagen werd uit de kliniek, kon daar alleen maar terecht van maandag t/m vrijdag, van negen tot vier uur. Ook de feestdagen zat de deur potdicht.
Hij had de begeleiding ervan gevraagd waarom dat zo was, – het antwoord was dat ze liever niet wilden werken op die dagen en dat bleef, als het aan hen lag, ook zo. Bovendien was het voor de GGZ niet eenvoudig en duur om personeel voor het weekend te bekostigen.
Frits raapte zijn pet van de grond en vertrok morrend. Ik zag hem daarna nog wel eens in zijn auto rijden, maar alleen door de week. In het weekend zagen we Frits niet in de buurt, misschien had hij wel bezoek, zijn auto stond er wel.
Dat duurde een paar weken, toen er op een maandagmorgen een ambulance de straat ingereden werd. Ikzelf was niet thuis, maar volgens de buurvrouw aan de andere kant van hem, is Frits slapend of bewusteloos afgevoerd. Hij zou waarschijnlijk weer teveel medicijnen geslikt hebben, want ze had hem op de bank gevonden toen ze de wekelijkse was bij hem wilde ophalen. Lege medicijndoosjes hadden voor hem op tafel gelegen. Later bleek dat hij na een bezoek aan het ziekenhuis, weer in de kliniek terechtgekomen was, – de cirkel was weer rond.
Misschien is het een idee dat ze toch dat activiteitencentrum in het weekend open stellen. De kosten van heropname van Frits en eventuele andere ex-patiënten, kan volgens mij beter besteed worden aan personeelskosten.
Categorieën: Gezondheidszorg

8 reacties
SIMBA · 24 mei 2010 op 13:06
Wat een triest verhaal!
Wat mij betreft had het mogen eindigen met ‘de cirkel was weer rond’.
Maar ik vind het goed geschreven, welkom hier op ColumnX!
arta · 24 mei 2010 op 16:12
Ha, na jouw verhaal ben ik extra blij met het feit dat wij het dagactiviteitencentrum voor ex-psychiatrische patiënten in onze wijk, na anderhalf jaar strijd, open hebben gekregen op zondagmiddag met personeel dat op vrijwillige basis werkt! Wij, buurtbewoners, zorgen voor de activiteiten. Goed dat je Frits’ verhaal aan de orde hebt gesteld, want er zijn meer Fritsen in Nederland dan je denkt…
🙁
Avalanche · 24 mei 2010 op 16:47
Hartverscheurend debuut (welkom, dus) met een paar slordigheidsfoutjes maar met een duidelijke boodschap.
Fem · 25 mei 2010 op 09:25
Heftige realiteit, goed beschreven.
Iets meer witregels en weglaten van de slotzin had hem wel wat sterker gemaakt, denk ik…
Welkom hier!
lisa-marie · 25 mei 2010 op 10:27
Welkom op cx,
je raakt hiermee de juiste toon en snaar.
LouisP · 25 mei 2010 op 13:43
dokterblues,
mooi stuk om te beginnen hier..welkom!
groet,
louis
Chi_Dragon · 27 mei 2010 op 16:14
Welkom!
Ik vind je debuut (op enkele kleine schoonheidsfoutjes na) een plaatje!
Vanaf de eerste zin was ik geboeid. Hoewel het einde zich liet raden supergoed!
dokterblues · 30 mei 2010 op 16:22
beste mensen, hartelijk dank dat jullie de moeite hebben genomen mijn column te lezen, en ja het was de eerste die ik opgestuurd heb.
ik wil graag leren van mijn fouten, dus schroom aub niet mij te wijzen of verbeteringen voor de toekomst.