Mijn been voelt loodzwaar aan terwijl ik het opstapje van de trein probeer op te komen. Na zes lange dagen te hebben gewerkt heb ik mezelf heerlijk laten gaan in de winkelstraten van Amsterdam.
Amsterdam is absoluut mijn stadje. Afgezien van het feit dat ik geboren ben in de hoofdstad van Afghanistan en getogen ben in Westfriesland, voel ik mezelf compleet in Amsterdam. Ik kan een hele dag doorbrengen op de stenen bankjes op De Dam. Heerlijk vind ik het om mensen te bekijken. Pas dan valt je op hoe identiek en uniek mensen zijn. Ook al denk je dat alle Chinezen op elkaar lijken, iedereen heeft iets aparts. Daarom raak ik nooit uitgekeken.

Ik laat mezelf eindelijk neerploffen op een rood volgeklad met allerlei kreten bankje.
Rustig haal ik even diep adem en terwijl ik een gelukkige blik laat vallen op mijn aankopen die ik naast me neerzet, kijk ik even om me heen. Heel druk is het niet in de coupe.
Ik rommel wat in mijn tas opzoek naar mijn telefoon om mijn moeder mee te bellen. Zodat ik kan zeggen dat ik wel onderweg een lekker visje koop voor vanavond.

Tussen het geroezemoes van alle medereizigers hoor ik een man op het bankje naast mij praten met zijn vriend over dat zijn Turkse buurman een satellietschotel op zijn dak heeft geplaatst. Hoe slecht het ook is om mee te luisteren met andermans gesprekken, kan ik mezelf er niet van weerhouden om het toch even te doen.
Met overdreven handgebaren laat hij aan zijn vriend zien hoe groot die schotel wel niet is. Het is duidelijk te merken dat deze man het aanzicht van zo’n schotel op het dak van zijn buurman afschuwelijk vindt.
‘Gekke Turk, snapt hij dan niet dat iedereen daar last van heeft?’
Deze man geeft zichzelf het recht om te praten voor alle buurtbewoners ‘en wat moet hij daar nou mee, zijn gehele volk zit toch in Nederland, om hun te zien hoef je toch niet een schotel op je dak te smijten.’ Lachend antwoordt zijn vriend, ‘dat doen ze voor hun kinderen zodat ze elke dag van die Islam programma’s kunnen kijken over hoe je een vrouw het hardst kan meppen.’

Een van de in boerengewaad geklede mannen schraapt zijn keel en met een ranzig geluid haalt hij zijn neus op. Het idee dat zijn vieze gele snotterige slijm zijn keelholte doorglijdt maakt mijn maag overstuur.

Aangezien ik dit soort uitspraken wel wekelijks een keer hoor reageer ik niet. Het moment dat ik links van me kijk, kijkt deze man mij recht in mijn gezicht aan. Ik geloof dat hij al door had dat ik aan het meeluisteren was. Zonder enige aanleiding vraagt hij mij ‘ben je ook een moslim?’ Ik knik en rommel wat verder in mijn tas. ‘Maar je draagt geen hoofddoek, moet dat niet van Allah dan?’ Ik kijk weer even op en knik weer. ‘Dat heeft u goed gezien meneer.’ Antwoord ik kalm.

‘Maar ik heb een vraag, jullie vinden toch dat alle ongelovige dood moeten? Dat iedereen die niet volgens jullie boekje leeft naar de hel gaat?’ Zonder dat ik zijn vraagstelling begrijp ging de man overtuigend verder met zijn lectuur.
‘En dan die hoofddoek vrouwen en die baard mannen. Ik vind dat hun lekker naar hun eigen land moeten vertrekken en daar hun clowns pakjes moeten gaan dragen. En die idiote imams die lopen te verkondigen dat mensen die niet volgens jullie boekje leven geëxecuteerd moeten worden. Weet je wie afgeschoten moet worden? De mensen die daar in geloven en Mohammed heeft toch nooit geleefd man, dat geloof je toch niet. Jullie praten niet eens fatsoenlijk Nederlands, dat ken toch niet?’
De aderen in mijn pols ruisen alsof ze overuren maken.
‘Het is, dat KAN toch niet meneer en wilt u mij niet aanvallen op uitspraken van anderen.’
Ongegeneerd blijft deze man mij aanspreken, ‘ken, kan is toch allemaal 1 pot nat.’

‘Nee dat is het niet meneer, net zoals alle moslims ook niet hetzelfde zijn, en alle zogenaamde Nederlanders ook niet hetzelfde zijn.’ Ik merk dat er bij hem niet zo snel een weerwoord te binnen schiet. Dat geeft mij dus even de gelegenheid om als een gek mijn mp3 spelertje uit mijn tas te vissen.
‘maar ze snappen toch wel dat die gekkigheid niet kan in ons land?’ Zuchtend kijk ik nog eenmaal op en antwoord ‘ONS LAND, dat heeft u goed gezegd’. Waarna ik mijn oordopjes in mijn oren plug om maar niet nog langer naar onwetendheid te hoeven luisteren.


4 reacties

Mien · 25 februari 2009 op 11:20

Ik zou bijna zeggen: Welkom globetrotter op ColumnX!.
Maar ik zag dat je gemiddeld 1 keer per jaar een column publiceert op ColumnX. Dat is jammer want je hebt zeker wat te vertellen.

De trekking en inhoud van je column is goed.
Alleen in het schrijven zou je nog wat meer kunnen oefenen. Zinsconstructies en grammatica behoeven hier en daar wat verbetering.

Blijf vooral schrijven en hier publiceren!

Mien

Mosje · 25 februari 2009 op 11:41

Nog een paar van deze stukjes en jij wordt de troetelallochtoon van CX.

Grapje hoor, wat ik maar wil zeggen is dat er hier op CX soms nog meer gekkigheid voorkomt dan in een treincoupé.

Mosje, die erg moest lachen om de boerka van Gregorius Nekschot

arta · 25 februari 2009 op 16:11

Uit jouw verhaal blijkt maar weer dat sommige mensen hun oogkleppen geheel voor hun ogen dragen. Bah!
Helemaal lekker loopt het niet, maar het verhaal is pakkend genoeg om er overheen te lezen.

KawaSutra · 26 februari 2009 op 01:30

[quote]…terwijl ik een gelukkige blik laat vallen op mijn aankopen die ik naast me neerzet…[/quote]
Zou ik nooit doen, weet je wel hoeveel allochtonen er rond lopen in Amsterdam?
Haha, grapje, want je hebt helemaal gelijk en je bent helemaal gelijk. 😉

Geef een antwoord