Het landhuis ligt verscholen achter de bomen van de lange oprijlaan.
Voorzichtig loop ik door het hek en begin de tocht naar de voordeur.
Ik ben benieuwd wie straks de deur zal openen.
Ik verwacht een soort Joost uit de strip van Ollie B. Bommel.
Als ik voor de trap sta blijkt die minder treden te hebben dan ik dacht. De stoep is zeker geen bordes en de bel een gewone drukknop.
Naast de afgebladderde voordeur staan geen fleurige bloembakken en ik word niet begroet door een vrolijk kwispelende chique hond.
De hoge verwachtingen, die ik van deze missie heb, beginnen danig te slinken en ik vraag me af of ik niet beter rechtsomkeert kan maken.
Het idee dat ik mijn klasgenoten onder ogen moet komen met een formulier waar geen bestelling uit het geheimzinnige landhuis op prijkt, weerhoudt me.
Ik heb immers met veel bravoure aangekondigd dat ik daar naar toe zal gaan, in de verwachting er een flinke slag te slaan. Wie in een dergelijk mooi huis woont, is vast rijk.
De bel laat hetzelfde geluid horen als onze voordeurbel, daar is ook al niets deftigs aan.
Als de deur eindelijk wordt opengedaan staat daar geen Joost. Een man van stand kan ik de figuur in de deuropening ook niet vinden.
Mijn fantasie slaat nog verder op hol en ik denk dat het de tuinman is.

Op zijn norse vraag wat ik kom doen antwoord ik met een beverige stem dat ik meneer of mevrouw graag wil spreken.
“Ik ben meneer en zeg nou snel wat je wilt want je hebt me gestoord in mijn middagdutje”.
Ik slik en piep: “Wilt u kinderpostzegels kopen?”
“Heb je me daarvoor wakker gemaakt, voor kinderpostzegels? Ik verstuur al jaren geen post meer wat moet ik met die dingen. Wegwezen van mijn erf af en waag het niet me nog eens lastig te vallen met dergelijke fratsen. Kinderpostzegels, het idee alleen al.”
Met een ferme klap valt de deur voor mijn neus dicht.
Beduusd en teleurgesteld in de landadel druip ik af. De oprijlaan lijkt nu wel langer. Mijn zorgen zijn groot want hoe praat ik dit goed in de klas.

Mijn Opa brengt uitkomst. Hij plaatst een dubbele bestelling terwijl hij niet eens in een landhuis woont. Heer van Stand, mijn Opa.

Categorieën: Diversen

Ferrara

Wie sturen kan zeilt bij elke wind

10 reacties

Libelle · 27 september 2011 op 09:57

Prachtig geschreven!
“Ik slik en piep:…” Simpele woorden, die de scène zo fijntjes inkleuren.
Trouwens, ik ben ook zo’n opa.

LouisP · 27 september 2011 op 18:36

Beduusd en teleurgesteld in de landadel druip ik af. De oprijlaan lijkt nu wel langer.

mooi!

Mooie laatste zin ook

Meralixe · 27 september 2011 op 20:19

Mooie poging om een jeugdherinnering ook vanuit een kinderlijke leefwereld te vertellen.

lisa-marie · 28 september 2011 op 11:44

vanmiddag komen de kinderen weer en ik ben voor deze dag al “besproken” door mijn achterbuurmeisje.
maar koop van iedereen , heb genoten van je column!!

arta · 28 september 2011 op 13:24

Wat een lekker verhaal weer!
🙂

SIMBA · 28 september 2011 op 16:46

Ja! Ze waren er weer vanmiddag, de kinderen van de kinderpostzegels! Dit is een traditie die al héél lang bestaat in ons landje, helemaal leuk vind ik dat.
Leuke, actuele column!

Harrie · 28 september 2011 op 22:15

Ja, leuk. Ik moest meteen denken aan een heitje voor een karweitje. Dat zou nu vast een euro zijn.

sylvia1 · 29 september 2011 op 08:52

Ferrara, goede column! Het beeld van de strip vind ik een mooi gekozen begin, de actuele link naar de kinderpostzegels, de druk van de klas en dan een sterk einde dat het rond maakt. Mooi!

Ferrara · 30 september 2011 op 13:14

Dank voor jullie positieve reacties.

pally · 1 oktober 2011 op 23:20

Leuk verteld, Ferrara, deze column, vanuit het perspectief van een klein meisje :wave:

groet van Pally

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder