De man liep langzaam het bospad af, zijn schaduw aan de linkerkant bleek een spelletje met hem te spelen. Het leek wel alsof hij bij elke stap die hij deed, zijn schaduw een stap naar achteren deed. Ineens viel dat hem op. Hij draaide zich om en keek een lang en kleurrijk herfstachtige bospad af. Stilte om hem heen De zachte wind fluisterde door de vochtige bladeren die langzaam naar beneden vielen om zich klaar te maken voor de compostdood die altijd volgde na een zomer vol warmte en vreugde. De herfst die volgde was de dood voor de bladeren, maar konden zich daar in vinden. Het was de natuur die het werk afmaakte, om de cirkel van het leven in de natuur rond te houden.

De man draaide zich weer om, door de bijna kale takken van de bomen scheen een flauw herfstzonnetje en zijn schaduw aan de linkerkant ging steeds verder achter hem aan lopen. Hij snapte het niet, zo moest en kon het niet zijn. Hij trok zijn jas wat dichter en keek wat warrig om zich heen. Nee, hij was alleen.

Al wat hij hoorde was het geruis van de bomen, het geritsel van de opwaaiende bladeren, de lucht van vochtige aarde, dat was alles wat hij waarnam..Maar die verrekte schaduw dan? Die hoorde toch voor of zeker naast hem mee te lopen?
“Jij dacht zeker dat je alleen hier was”, hoorde hij nu een stem achter zich.
Verschrikt draaide hij zich om. Niemand. “Hé wie is daar”, fluisterde hij haast. Schreeuwen durfde hij niet, bang de stilte van het bos te verstoren.
“Ik ben het, je schaduw, je eigenste tweede persoontje”, klonk het nu spottend naast hem.
Hij keek naast zich maar zag alleen zijn schaduw en dacht dat het wel erg vroeg voor zijn delirium was, die regelmatig opspeelde bij te veel drankgebruik. Een sprekende schaduw had hij nog nooit meegemaakt…Was dat een nieuwe fase waar hij ineens indook? En de angst bekroop hem als een tijger zijn prooi besluipt. Hij voelde zijn hart in zijn keel kloppen en wist niets te zeggen. Wat moest je zeggen tegen iets of iemand die niet bestond? Hij liep naar een bankje en ging zitten, draaide zijn hoofd wat heen en weer, en zijn schaduw draaide mee met zijn lichaam. De man zag dat de schaduw brutaal naast hem ging zitten.
“Dat kan helemaal niet man, je kan niet zitten, je moet voor mij uit op de weg te zien zijn”, sprak nu de man in verwarring.
“Maar nee mijn beste, ik kom en ga wanneer ik dat wil, en nou wil ik met jou meelopen, want wat is er nou heerlijker dan boslucht insnuiven op een vroege morgen midden in de herfst”?
“Ga weg jij maakt me bang, jij bent niet mijn schaduw, ga weg spook ik ken je niet”, wuifde de man met zijn lange armen voor zich uit alsof hij vliegen om zijn gezicht wegmaaide.
‘Je zult het toch met mij moeten doen, en nee, het is geen uitloop van je delirium dat kan ook niet want je drinkt al maanden niet meer. Knap hoor, dat wilde ik je even vertellen”. De schaduw stond nu in vol ornaat voor hem, de man zag geen gezicht, alleen de zwarte contouren van zijn eigen lichaam. “Hoe kan een schaduw nu praten, je bent een verlengstuk van mijzelf, je bestaat niet. “Ik ben alleen”, mompelde de man voor zich uit steeds maar dezelfde woorden herhalend. “Oké, een beetje gelijk heb je wel, maar ik zal je verrassen met het feit dat de herfst voor jou voorbij is. Jouw herfst is geweest, jouw winter en zomer en lente, kom op wees een man je hebt ze allemaal gebruikt, en misbruikt. En daarom kom ik je ophalen, ik, de schaduw van jouw leven”. De man keek op en zag dat de schaduw van zichzelf nu helemaal had aangepast aan de lichtval van de zon. Opgelucht haalde hij zijn schouders op en wilde opstappen…Ontzet plofte hij weer op het bankje..Toen werd het muisstil in het bos.

Later stond er in de krant een kort berichtje over een man die dood op een bankje in het bos gevonden was. Hartaanval.

Categorieën: Verhalen

klapdoos

Gewoon een Amsterdamse vrouw die met een vrouw getrouwd is, ziek is, zodanig dat de neerwaartse spiraal steeds verder zakt. maar een kniesoor die daarop let. Ik lach graag, heb genoeg traantjes gelaten om mijn ziekte en nu is het tijd om via mijn nieuwe boek eens door te gaan met uit het leven te halen wat er te halen valt, zeker in een crisistijd is het de kunst om toch vrolijk te blijven. Mijn motto is dan ook: Een dag niet gelachen is zeker een dag niet geleefd.

5 reacties

KawaSutra · 5 november 2006 op 14:12

Tekstueel misschien niet helemaal correct maar ik vond het een boeiend verhaal om te lezen, geschreven met een rijke fantasie.
[quote]Al wat hij hoorde was het geruis van de bomen, het geritsel van de opwaaiende bladeren, de lucht van vochtige aarde, dat was alles wat hij waarnam..[/quote]
Begin gewoon met: “Al wat hij waarnam….” en dan klopt het helemaal. Lucht kun je tenslotte niet horen. 🙂

pally · 5 november 2006 op 17:20

Een herfstig sprookje over de dood, geschreven met fantasie.

arta · 5 november 2006 op 17:33

mooi, en op de een of andere manier ook triest!

Li · 5 november 2006 op 19:59

Wauw, dit is een bijzondere Klapdooscolumn! Mooie vloeienden zinnen Ik zat zo in het verhaal dat de foutjes me niet zijn opgevallen. Goed gedaan hoor!

Li

Barbapappa · 5 november 2006 op 20:09

[quote]En de angst bekroop hem als een tijger zijn prooi besluipt.[/quote]

Inderdaad een paar zinnen die niet helemaal lopen zoals ze moeten maar wel een mooi verhaal. Het zou wat makkelijker weglezen als je het iets bondiger had gehouden. Wel een ijzersterke climax!

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder