De hele dag heb ik al het gevoel dat de lens niet goed in mijn oog zit, maar eigenwijs als ik ben laat ik hem tot ver in de middag zitten en zit ik voorzichtig met mijn vinger aan en in mijn oog te porren. Aangezien ik graag het idee heb dat ik er nog redelijk goed uitzie heb ik, om alles uit te sluiten, in plaats van de +3.25 die ik nodig heb +2.75 als sterkte. Dat scheelt namelijk enige kraaienpootjes of zoals ik ze graag noem lachrimpeltjes en het bespaart me geld, want wat je niet ziet is er namelijk niet, dus geen dure cremes van een of ander vaag merk.
Mijn bril daarentegen is wel op de juiste sterkte, dus voordat ik die op mijn fragiele neusje zet, moet er heel wat gebeuren.
’s Middags om 4 uur is er dus heel wat gebeurd als ik radicaal mijn lens verwijder en de gehate bril op mijn neus plant. Ik vermijd alle spiegels en verstop me achter een boek op de bank. Mijn oog beseft nog niet dat de gehate lens eruit is en blijft geïrriteerd knipperen en tranen.

Als ik de volgende dag op sta, praat ik bemoedigend tegen mijn oog dat de lens er echt uit is en dat ze niet zo nerveus hoeft te knipperen. Als ik vanuit de donkere kamer naar de verlichte woonkamer huppel, krijgt mijn oog het steeds minder naar haar zin. Enigszins verbaasd sla ik toch maar een hand voor mijn oog, wat tot gevolg heeft dat ik zo goed als niets meer zie, omdat het andere oog haar werk in een ver verleden al heeft opgegeven. Ze vond de arbeidsomstandigheden waaronder zij haar werk moest verrichten onacceptabel, maar ik noem haar gewoon *lui*.

Ik schuifel ietwat gehandicapt door mijn huis, struikel over de hond en geef de kat een schop als ze onverwachts voor mijn voeten staat. Ik verontschuldig mezelf en denk dat het misschien een slim idee is om al vast mijn Yorkshire Terrier op te geven voor een cursus *Hoe word ik een goede blindengeleide hond*.

Als mijn zus later op de ochtend binnenkomt en zij mijn oog aanschouwt zegt ze heel wijs dat een zonnebril misschien wel een oplossing is als het licht pijn doet. Ik vraag me af waarom ik dat praktische gen niet heb, waar zij altijd zo succesvol gebruik van maakt. Snel gaat de bril op en mijn oog gaat als vanzelf weer open. Een zucht van verlichting ontsnapt me. Ik kan weer zien!

Met zonnebril op mijn neus en boodschappentas in mijn hand stappen we al babbelend naar buiten. *Flitsssssssssss* Ik krimp in een van de pijn, de zon heeft ondanks de zonnebril kans gezien om binnen te dringen. Ik krijg toch sterk de behoefte om *Bright Light, Bright Light* te schreeuwen, terwijl ik in elkaar krimp van de pijn. Dit is niet normaal en met enige paniek besluit ik toch om maar eerst naar de dokter te gaan.

De doktersassistente neemt het serieus op en verteld me vast haar diagnose. Zij geeft mij verschillende keuzes: te hoge bloeddruk, hersenbloeding of reuma. Verward staar ik haar aan en vraag ietwat cynisch of een gewoon strontje op het oog uit het medisch handboek is verdwenen.
Mijn huisarts, normaal een vrolijke jonge vent, belt met een zeer ernstig gezicht toch maar even het ziekenhuis en na overleg met de oogspecialist kan ik daar over anderhalf uur terecht.

We besluiten om toch maar eerst boodschappen te doen en met 2 handen voor mijn oog, stap ik bij mijn zus in de auto en vergeet gemakshalve dat mijn zus haar hele leven kippig is geweest en dat zij vele jaren geleden haar rijbewijs heeft gehaald door mee te doen aan het experiment *Hoe rij ik op de tast*. In een gedoken, zit ik naast haar, mijn hoofd verstopt in mijn handen, terwijl zij bochten neemt met een snelheid waar Schumacher jaloers op zou zijn en Lammers in zijn glorietijd nog wat van zou hebben kunnen leren.
De zaadjes van de doktersassistente zijn geplant, ontkiemen, en langzaam voel ik dat de angst vat op me krijgt. Reuma? Hersenbloeding? Blind? Met maar drie noodstoppen, waarbij mijn hoofd tegen de voorruit is geslagen komen we aan bij het winkelcentrum, waar ze mij optimistisch vraagt of ik nog ergens een parkeerplaatsje zie.

In de winkel volg ik haar zoals een kuikentje haar moeder volgt, alleen dit kuikentje heeft een zonnebril op en beweegt haar hoofd alsof ze het zusje van Stevie Wonder is. Aangezien mijn zus net zo boodschappen doet als ze rijdt, ben ik haar al kwijt in het eerste winkelpad. Verbijsterd vraag ik me af waarom de juszakjes allemaal bruin zijn, de aardappels allemaal in plastic zakken zitten en waarom op het bakje peperfilet geen pepertje is geplakt. Dit gedoe ben ik snel zat, en ik besluit op hoop van zegen een kassa op te zoeken. Ik bots hier en daar tegen wat hielen en wagentjes op, maar het parcours leg ik toch min of meer foutloos af. Trots gooi ik de boodschappen op de band en hoor de cassiere zeggen: *dat is dan 39 euro mevrouw*. Het volgende probleem dient zich aan: Pinnen! Ik pak het blauwe pasje, daar hoort namelijk tegen het einde van de maand nog wat op te staan en haal hem door het apparaat heen. U moet het pasje omdraaien mevrouw vertelt de cassiere mij vriendelijk. Braaf draai ik het pasje om en staar naar de cijfertjes op het apparaat om mijn pincode in te toetsen. Na 2x de foutieve pincode te hebben ingetoetst, zegt de cassiere enigszins geïrriteerd, misschien helpt het om uw zonnebril af te doen zodat u beter kunt zien, buiten dat, is het erg onbeleefd om in een winkel uw bril op te houden. Ik voel mijn bloeddruk stijgen als mijn bloed een ongezonde warmte aanneemt, doe mijn bril af, kijk haar aan en werp haar een zeer bloederig boos oog toe, waarna zij zich met een rood hoofd verontschuldigd. De man die achter me staat vraag ik met mijn allerliefste hulpbehoevende stemmetje of hij misschien mijn pincode wilt intoetsen. Ik bouw een stukje *veiligheid* in door hem te vertellen dat het het einde van de maand is en dat ik maar hoop dat er nog genoeg op de rekening staat.

Ondertussen is het tijd geworden om naar het ziekenhuis te racen. Mijn zus neemt dezelfde weg terug en bewijst weer eens dat je niets hoeft te zien als je achter het stuur zit, als de andere automobilisten maar wel een goede opticien hebben. Afgezien van wat blauwe plekken komen we ongedeerd aan bij het ziekenhuis.

Tussen alle onderzoeken door, ontkiemen de zaadjes van de doktersassistente zich steeds meer. Heb in gedachten de witte stok al besteld, mezelf opgegeven voor een cursus Braille en een boze brief geschreven aan Appie Hein waarom er geen speciale Appies bestaan voor slechtzienden.

Het zaadje van de doktersassistente, is een enorme stevige plant geworden en alle enge ziekten passeren in mijn hoofd de revue. Ik snauw iedereen af die mij maar durft aan te spreken en mijn zus vindt dit de juiste plaats en tijdstip om het werk wat mijn ouders hebben geleverd qua opvoeding nog een vervolg te geven en mij te vertellen dat ik zeer onbeschoft ben en me niet zo hoor aan te stellen.
De plant neemt nu de groteske vormen aan van het sprookje *Jantje en de bonenstaak*, als ik word binnengeroepen door de oogarts.
Angstig kijk ik haar van achter mijn donkere glazen aan terwijl zij haar verhaal begint. Totaal verkrampt, mijn handen nat van het zweet om de stoelleuningen geklemd, zit ik keurig zoals zuslief me net heeft geleerd te wachten op het vreselijke nieuws. Haar woorden dringen langzaam tot me door en opeens zie ik haar naar een potje plantengif grijpen en na iedere zin strooit ze wat korreltjes van dat heerlijke gif op de bonenstaak waardoor het weer het formaat van de vetplant van mijn maatje krijgt. Een zweertje op de iris is namelijk zeer goed te behandelen.

Met dank aan de doktersassistente 😉


5 reacties

arta · 24 oktober 2006 op 08:57

Ik lees je stukjes met veel plezier!!
Beterschap met het oog!
🙂

Ma3anne · 24 oktober 2006 op 21:41

Een column van 1347 woorden is wel heel erg lang. Dat zijn er drie tegelijk ongeveer.

Je hoeft niet alles naar waarheid en chronologisch te vertellen in een column. Zelfs liegen mag.

Je schrijfstijl belooft wel wat, als je probeert bondiger te schrijven, denk ik.

DriekOplopers · 24 oktober 2006 op 23:36

[quote]Mijn bril daarentegen is wel op de juiste sterkte.[/quote]

Ook als je erop gaat zitten?

😀

Driek

SIMBA · 25 oktober 2006 op 14:32

lEUKE STUKJES! VOORAL DE TITELS ZIJN ERG ORGINEEL.

SIMBA · 25 oktober 2006 op 14:34

arta…schrijf je zelf ook?
SIMBA

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder