Stil als een standbeeld zit ze met haar handen in haar schoot voor zich uit te staren. Een zorgelijke rimpel boven haar ogen. Als ze het zelf al amper kan geloven, hoe zal haar omgeving dan reageren? Zullen ze denken dat ze gek geworden is? Kon ze dit maar voor zichzelf bewaren, maar weldra zal aan haar figuur te zien zijn wat er gaande is. Haar verloofde zal er op aangekeken worden. En dat, terwijl ze nog nooit…

Eerder deze middag kreeg ze de schrik van haar leven. Ineens werd haar woning verlicht en stond daar een geestverschijning. Hij probeerde haar gerust te stellen, en vertelde dat hij een engel van God was, en met een bijzondere boodschap naar de aarde was gezonden. Zij, Maria, zou de moeder worden van Gods Zoon. Maria had gestameld dat dit onmogelijk was, aangezien ze nog maagd was. Maar God zou zelf zorgen dat Maria zwanger zou worden. Binnen een jaar zou zij de moeder worden van de langverwachte Messias. Maria kan het nieuws niet bevatten. Ze is bang voor wat de toekomst brengen gaat. Maar ze voelt zich ook vereerd dat zij, een eenvoudige maagd uit Nazaret, de moeder zou mogen worden van de Verlosser. Toch maakt ze zich zorgen. Wat, als Jozef, haar verloofde haar niet gelooft? Als zij zwanger blijkt te zijn, dan zou hij ook kunnen denken dat het van een andere man is, aangezien zij nog nooit gemeenschap met elkaar hebben gehad.

De volgende dag blijkt, dat ze zich hier geen zorgen over had hoeven maken. Jozef komt bij haar langs en vertelt dat de engel Gabriël ook bij hem is langsgekomen om hem het nieuws te vertellen. “Laten we maar zo vlug mogelijk trouwen,” zegt Jozef. “Het komt allemaal wel goed, Maria.” En hij kust zijn verloofde vol liefde op haar mond.

Het loopt allemaal anders dan dat ze gedacht hadden. Jozef en Maria zijn inmiddels in ondertrouw gegaan en treffen alle voorbereidingen voor hun bruiloft. Ze moeten hun voorbereidingen staken. Want het hele land is in rep en roer. Keizer Augustus heeft namelijk een decreet afgekondigd, dat alle inwoners van het rijk zich moeten laten inschrijven. Nooit eerder is er een volkstelling geweest, en het grootste probleem zit in het feit dat de mensen zich moeten laten inschrijven in de plaats waar ze geboren zijn. Voor sommigen is dat de plaats waar ze nu nog wonen, maar voor velen betekent dit een lange reis.

Ook voor Jozef en Maria. Zij moeten naar Betlehem, in Judea, om zich in te laten schrijven. Ze stammen beiden af van David. En het feit, dat Maria al ver in haar zwangerschap is, maakt niks uit. Het is een bevel, en er worden geen uitzonderingen gemaakt. Ook zij zullen deze reis moeten maken.

De reis is zwaar voor hen allebei. Jozef probeert zijn aanstaande vrouw zo veel mogelijk te ontlasten, maar het valt niet mee. De nachten zijn koud, de dagen zijn heet. Er heerst veel onrust in het land, met zoveel mensen die op reis zijn! Maria denkt veel na over het kind dat ze onder haar hart draagt. Want: ook al weten zij dat dit de Zoon van God is, hoe zullen anderen dit te weten komen? Zelf zou ze dit nooit durven rondbazuinen, want mensen zouden haar voor gek verklaren, of als iemand die spot met God houden. Jozef heeft veel meer vertrouwen. “Het komt wel goed, heus, geloof me maar,” zegt hij keer op keer.

Eindelijk, éindelijk komt het jonge stel in Betlehem aan. Maria kan wel huilen van blijdschap. Ze verlangt naar een bad, naar een heerlijke maaltijd en een nacht in een warm bed. Het enige wat hen nog rest is een herberg zoeken om de nacht door te brengen, en dan mag ze eindelijk uitrusten van de reis. Ze weet dat haar kind hier geboren zal worden. Jozef en zij hebben al besproken dat ze pas na de bevalling en de besnijdenis van hun zoon terug naar huis zullen keren.

Het valt niet mee. De herbergen zitten vol. Waar ze ook komen, wordt hen verteld dat er geen plaats is. Ook wel logisch, de herbergen kunnen deze ongewone drukte niet aan. Uiteindelijk is er een herbergier die medelijden krijgt met de hoogzwangere jonge vrouw. “Tja, ik heb wel een slaapplaats, maar of het ideaal is…” Hij krabt wat verlegen achter zijn oor. Maar Jozef bezweert hem, dat ze absoluut niet veeleisend zijn. “Als het maar warm en droog is, en als we kunnen liggen om te slapen, dan zijn wij tevreden”, zegt hij, met een smekende klank in zijn stem. De man knikt kort en maakt een gebaar, dat ze hem maar moeten volgen.

Hij brengt hen naar de stal achter de herberg. De herders blijven ’s nachts in het veld met de schapen, dus het is rustig in de stal. Een paar dieren snuffelen nieuwsgierig aan deze tijdelijke bewoners van hun stal. Jozef en Maria zijn blij, dat ze een plekje voor zichzelf hebben. Als ze wat van het brood hebben gegeten dat ze van de vriendelijke herbergier hebben gekregen, maken ze bedden van stro en gaan daar uitgeput op liggen. Eindelijk eens een ononderbroken nacht.

Maar het loopt anders. Maria wordt wakker doordat haar vliezen gebroken zijn en door felle pijnscheuten in haar onderbuik. Ze maakt Jozef wakker en hij ziet de schrik in haar ogen. “God zal ons helpen, “ zegt hij alleen maar, en streelt haar klamme wang.
Een paar uur later wordt er een klein jongetje geboren in die stille stal, met als enige getuigen de dieren die op een afstandje eerbiedig toekijken. Zij protesteren niet, als het kindje in doeken gewikkeld in hun voederbak wordt gelegd.

In diezelfde nacht gebeuren er vreemde dingen. De herders, die met de kudde in het veld slapen, worden opgeschrikt door een legermacht van Engelen, die zingen over de Messias, die geboren is in een stal in Betlehem… De herders krijgen opdracht om te zoeken naar een stal, waar deze nacht een kindje geboren is dat in een voederbak voor dieren is gelegd. De herders gaan direct op weg om te zoeken. Ze voelen dat dit de belangrijkste dag van hun leven is.

Drie belangrijke sterrenkundigen uit het Oosten zien een bijzondere ster, en zij weten dat deze ster alleen verschijnt als er een Koning geboren is… Ze gaan direct op weg en nemen allemaal dure geschenken mee voor dit Koningskind. De ster wijst hun de weg. Boven de stal, waar het kindje geboren is, blijft de ster hangen.

Na de bevalling ligt Maria moe maar voldaan met een glimlach om haar mond naar haar kindje te kijken. Jozef ligt naast haar. Af en toe kijken ze elkaar aan. Eigenlijk zijn ze er niet mee bezig, dat dit baby’tje de Zoon van God is, de Verlosser. Het is op dit moment gewoon hun kind. Hij zal Jezus heten, zoals de engel het hen geboden heeft. Ze tellen zijn vingertjes en teentjes, zoals duizenden ouders voor hun ook al gedaan hebben bij hun nieuwgeboren kind.

Dan gaat zachtjes de staldeur open. Een heleboel mannen komen voorzichtig binnen en knielen neer voor de voerbak. De herders bewijzen het kindje eer, terwijl Jozef en Maria beschroomd toekijken. Hoe weten die herders dat nou?
Als even later de deur van de stal weer opengaat en er drie zeer belangrijke wetenschappers binnenkomen, weten ze het zeker. God zelf zorgt ervoor dat Zijn Zoon bekend zal zijn bij alle mensen.

Een bijzondere nacht in het verder slapende Betlehem. Een klein kindje staat in het middelpunt van de belangstelling. In die nacht wordt voor het eerst Kerstfeest gevierd.


10 reacties

LouisP · 26 december 2009 op 10:52

wat een verrassende kijk op het Kerstverhaal, ’t eerste…
vroeg al een hele mooie twist…’modern’ geschreven.
Geschreven door een originele en creatieve auteur..
‘k heb genoten..

Louis

Avalanche · 26 december 2009 op 10:57

Het enige échte kerstverhaal verteld door Emiliever. Zonder twijfel.

:wave:

SIMBA · 26 december 2009 op 13:07

Wat een mooi verhaal! :wave:

KawaSutra · 26 december 2009 op 15:52

Wat mij betreft een echte DreamOn.
En een waardig kerstverhaal.

Mien · 26 december 2009 op 15:57

Kerst in al zijn eenvoud.
Mooi Kerstverhaal, wel een beetje lang.
Kreeg even het gevoel van vroeger terug. Het gevoel van hoe lang moet ik nog in de kerk blijven zitten. Hoe lang duurt de mis nog.
Do of Kawa?

Mien

Prlwytskovsky · 26 december 2009 op 15:59

Do? Ik-weet-het-niet eigenlijk. Maar evengoed zou het een ‘Pally’ kunnen zijn.
😥 Maak me gek ……

Chantalle · 27 december 2009 op 09:07

|Ik denk Emilyever.

DreamOn · 27 december 2009 op 19:06

Deze heb ik geschreven! 😉

Avalanche · 27 december 2009 op 19:55

Dacht ik er in ieder geval eentje goed geraden te hebben 😀 . Hij is er niet minder mooi om, Do!

pally · 27 december 2009 op 23:34

Mooi, Do, ik had hem gemist….

groet van Pally

Geef een antwoord