“Wat zit u toch heerlijk te [b]ouwenelen[/b]?”
De woorden komen hard aan bij de kerkganger. In een flits ziet hij zijn idool in levende lijve voor zich. Door deze kleine blaag op de hak genomen? Dat kan hij niet over zich heen laten gaan. Hij dient zijn misdienaar dan ook meteen van repliek. “Ho, ho, even oppassen met welke woorden jij hier malpredikt. Bij welk kerstkransje heb je dit woord opgevangen? Weet je wel over wie je het hebt? Je mag nooit de naam van grote voorgangers ijdel gebruiken jongeman.”
Eventjes is de jongeman beduusd. Maar al snel herstelt hij zich. Gooit zijn gezicht in de plooi en antwoordt kordaat.

“Jazeker. En ik kan ook uitleggen waarom? Het kerstkransje vond plaats afgelopen lente. Een groepje mensen zat wat te wauwelen over hogere breiwerken, stopnaalden, wollig geouwehoer (excusez le mot) en andere vrouwenbezigheden. U weet wel meneer pastoor, waar wij als misdienaars niet veel van weten. Ik kon het amper volgen. Maar ik kan u één ding wel vertellen. Ze waren zeer bevlogen. Ik ving zelfs nog wat religieuze zaken op. Wat mijn bewondering alleen maar deed stijgen. In hun sterk geloof gingen zij zelfs voor gebreide adventwantjes. Hoe nederig en schoon. En ja, hier was het waar ik dit mooie woord opving. Ouwenelen. Het klonk nochtans zeer onschuldig. In dezelfde context heb ik het dan ook nu gebezigd. Als u begrijpt wat ik bedoel.”

Het gezicht van de pastoor spreekt boekdelen. In een flits schieten zo wat alle encyclieken door het hoofd van de goedheiligman op zoek naar de juiste woorden. Tegelijkertijd kan hij nauwelijks zijn trots verhullen. De trots op zijn erudiete misdienaar die nu malpredikt en eigenlijk ook weer niet. Hoe kan hij dit ventje nu berispen zonder hem in zijn eer te kwetsen? Het blijft toch ook zijn eigenste febbeke.

“Ik begrijp goed wat jij bedoelt mijn vriend. Maar ik vrees dat je toch niet zo goed hebt opgelet tijdens de catechese. Ouweneel is een theoloog. Tevens filosoof. Daarnaast kan hij geweldig schrijven. Heel christelijk. Het toeval wil dat ik zeer gebiologeerd ben door deze vooraanstaande bijbelstudieleraar. Van hem heb ik namelijk het debaten geleerd. Op een wijze waaraan Arie B. en Twan H. nog een puntje kunnen zuigen (excusez le mot). Wat ik bedoel te zeggen is dat je wel erg moet oppassen met het toepassen van eigennamen als werkwoord. Wim Ouweneel is daar namelijk niet van geportretteerd.”

Nu heeft de misdienaar plotseling een blik om op te schieten. Hij is weldegelijk in zijn eer aangetast. En pastoor of niet, hij zal het wel eens eventjes laten weten aan zijne goedheiligman.
“Wel meneer pastoor, ik heb kort geleden nog contact gehad met Willem. Bij die gelegenheid heb ik hem gevraagd naar de volle betekenis van de uitdrukking “ouwenelen”. Hij vertelde mij dat hij vol trots is genomineerd door de nazaten van de heer van Dale in hoogsteigen persoon, om dit mooie woord onder de aandacht te brengen van een groot publiek. “Ouwenelen” komt in alle kringen voor en mag als zodanig ook overal gebezigd worden, aldus Willem Ouweneel. Dus meneer pastoor. Ik gebruik dit woord zoals ik het wil. Te pas of te onpas. En u kunt wat mij betreft uw [b]kerstbal[/b] of sterker nog beiden kerstballen, met of zonder [b]adventwantje[/b] in de magnetron stoppen. Want ik blijf dit mooie woord bezigen. Amen.”

Perplex en aangebrand door de onfatsoenlijke woorden van zijn topverbale adonis, droop de pastoor af. Tersluiks zag de misdienaar hoe de pastoor de plooien van zijn paarse tuniek gladstreek ter hoogte van zijn [b]achtpuntige ster[/b]. Het was een koude zit in de biechtstoel.

Categorieën: Thema column

12 reacties

LouisP · 13 juni 2012 op 07:12

Erudiete, topverbale adonis,

Libelle..

‘k dacht nog, als ik had meegedaan had ik de achtpuntige ster ook zo gebruikt, allee, in de tekst hè

sylvia1 · 13 juni 2012 op 08:01

Ja dit is Libelle. Dus toch aan de themacolumn… cx verrast altijd weer. De oude, deftige woorden passen uitstekend in de hier beschreven sfeer. Erg goed gedaan.

Mien · 13 juni 2012 op 08:23

Libelle? Dat denk ik niet.
Daarvoor is het taalgebruik te deftig.
Bovendien heeft Libelle een gruwelijke hekel aan dit soort CX activiteiten.
Ik denk eerder aan LouisP of Meralixe (febbeke=Belgisch).
Of wacht, nee natuurlijk, het is Sylvia1.
Mooi dwaalspoor Sylvia.
Zeker weten dit keer.
Sylvia1.

Mien

Libelle · 13 juni 2012 op 10:14

Nee, voor Libelle is dit te hoog gegrepen.
Daar ontdek je altijd weer die taalfouten en zijn gehannus met die comma’s.
Ik doe Dees. Dat raden is wel leuk.

arta · 13 juni 2012 op 11:08

Tja, Mien, jij blijft hangen bij Sylvia, maar ik zie jou in elke column :oeps:
Zo ook deze…
Overigens vind ik deze schrijfstijl ge-wel-dig!

lisa-marie · 13 juni 2012 op 12:58

Hij is Goed !!
trawant,libelle of mien hoop daat ik daarmee in de goede richting zit maar dan moet ik nog kiezen,
Ik ga voor trawant.

Harrie · 13 juni 2012 op 14:43

Kerkelijk ouwenelen. Dat moet Libelle zijn.

Mien · 13 juni 2012 op 16:53

@Arta:
Ik ben bang dat je een Mienwaas voor je ogen hebt.
Maar anyway … bedankt voor het compliment.
Zou gek zijn als ik daar niet gevoelig voor zou zijn. 😉

WritersBlocq · 14 juni 2012 op 22:37

Tsjonge hee, ook deze is weer heel knap geschreven. Van Dale verwijst naar Arta? de ‘v’ van ‘van Dale’ expres fout klein geschreven door Dees, die je niet snel kunt betrappen op dit soort foutjes?

Ja, Dees. Verwijzend naar Arta, met een beetje gepikte Mien-schrijfstijl.

HOe dan ook: complimenten, heel leuk!

Pierken · 27 juni 2012 op 16:38

Pwoah lastig en verdeeld: Meralixe-Mien: 1-0.
Meralixe dus.

Nachtzuster · 27 juni 2012 op 19:43

Hm, moeilijk. Ook ik kies denk ik Libelle. Maar ik twijfel. Maarja, je mag maar 1 naam noemen. :hammer:

Mien · 2 juli 2012 op 14:38

Inderdaad een moeilijke deze.
But it was Mien.
Bedankt voor de leuke reacties.
Het was weer een leuke RWIB.
Met dank aan de redactie en aan alle schrijvers en lezers van de RWIB.

Geef een antwoord