Ergens in de verte hoorde ik een deur dichtslaan. Ik sloot mijn ogen, en liet mijn gedachten overwaaien naar een plaats waar het er kalmer aan toe ging. Ergens waar een groot, rood omrand bord stond geplaatst: “verboden voor mensen!”. Natuurlijk trok ik me weinig van dat soort verboden aan. En bovendien; wie of wat was dit bord om te bepalen dat ik menselijk was? Mijn besluit stond vast: ik negeerde mijn “mens” zijn. Ik stond stil voor het bord en ik waande me een “ziel”.

[i]Ziel (de ~ (v.), ~en): 1 het wezen van het niet-stoffelijke van de mens => mensenziel[/i]

Wacht, ik heb niet de intentie om een pseudo-verheven, spirituele zoektocht van dit verhaal te maken. Vergeet dat ik het woord ziel heb uitgesproken. Vergeet die hele zin maar. Een deur sloeg dicht, daar ging iets aan vooraf.

“Het is prima als je gaat”, zei ik. “Vergeet niet om de sleutels achter te laten. Ik neem aan dat je ze niet meer nodig hebt”.

[i]- Neem drie tot zes diepe ademteugen. Adem daarna in vier tellen in, houd twee tellen vast, adem in vier tellen uit, houd twee tellen vast en ga zo door. Bij elke inademing stelt u zich voor dat een ontspannende energie u vult en bij elke uitademing laat u uw gespannenheid los…-[/i]

Ik zou liegen als ik niet toe zou geven dat ik me ronduit ellendig voelde nadien. Als ik nu wakker zou blijven wist ik dat mijn hoofd ieder moment uiteen zou springen van alle gedachtes die me teisterden. Als ik zou gaan slapen zou precies hetzelfde gebeuren, maar dan had ik mijn gedachtes zelfs nog minder in bedwang.

Gevangen tussen twee kwaden vulde mijn hart zich met paniek.
“zen!”, dacht ik, “zen!”.

“Oh mani padme hummmmm”.

Zen gaf geen gehoor, en aangezien dit verhaal nu ongewild toch steeds meer op een spirituele wanhoopsronde begint te lijken, zal ik eerlijk toegeven dat ik op dat punt besloot om terug te gaan naar het landschap met het verleidelijke rode bord.

Natuurlijk wilde ik weten wat zich daarachter bevond:
Leegte? Eenzaamheid? Wroeging? Gemis?

De paniek sloeg weer toe; ik opende mijn ogen.

“Drank! Verdoving! Meer drank! Nu!”.

“Jij hier?”.
“Ik dacht toch echt dat ik een deur dicht hoorde slaan”

“Goed, vannacht mag je blijven, maar daarna wil ik echt dat je vertrekt”.
“Nee, ik ben niet van plan om mijn standpunt te herzien”.

“Nee! Nee!”.
“Voor de laatste keer: nee!”.

“Nee, ik wil niet dat je gaat. Nee, ik meende het niet”.

Ik sta stil voor het bord, maar sta nog steeds in dubio.

Categorieën: Fictie

3 reacties

senahponex · 25 april 2006 op 14:13

[quote]Ik sta stil voor het bord, maar sta nog steeds in dubio.[/quote]

Maar neem geen risico , Lieve heer, als u bestaat, redt mijn ziel, als ik die heb.

Je blijft verbazen troy

Ma3anne · 26 april 2006 op 00:16

[quote]Vergeet dat ik het woord ziel heb uitgesproken. Vergeet die hele zin maar.[/quote]
Oke.

Die onderbrekingen werken tussen alle ellende van het verhaal door op de lachspieren. Echt geinig!

KawaSutra · 26 april 2006 op 22:52

Mijn eerste reactie: een eenakter. Het scenario van een theatervoorstelling in de vorm van een monoloog. Ik zie het helemaal voor me.
Bijzonder zoals je dat bekende dubio in woorden giet. Zo chaotisch en tegenstrijdig dat het wel heel dichtbij komt.

Geef een antwoord