‘Schat?’
‘Ja, zeg het maar lieverd.’
‘Zeur ik veel?’
‘Nee, je bent het leukste meisje op de hééééle wereld! Als je zeurde, zou ik dat wel zeggen.’
‘Beloof je me dat je dat dan zegt, en niet op een andere manier’?
‘Ja lieverd, ik weet het. En beloof jij mij dan dat je onthoudt dat ik je nooit iets aan zal doen.’ Eén keer in de zoveel tijd vraag ik dit. Niet om te zeuren, en niet uit onzekerheid. Maar door het verleden. Het verleden dat eens in de zoveel tijd opduikt. Het verleden wat me af en toe in elkaar laat duiken in een hoekje. En dat, terwijl dit tegenwoordig niet meer nodig is. De liefste vriend, en een totaal ander leven.
Nu bijt ik van me af, laat ik altijd van me horen. Kan niemand me iets maken, en heb ik altijd een weerwoord. Ik kan tegen mezelf zeggen dat ik er goed uitzie, en neem complimentjes aan als de waarheid.

Maar vroeger, deed ik dat niet. Ik was een 13-jarig meisje dat probeerde te overleven. Een jong meisje, dat 2 jaar lang een hel heeft moeten doorstaan. Geen hel in de zin van de bekende puberteit. Een letterlijke hel, waar alles wat het meisje zei fout was. Dat ze dom was, niks waard was en lelijk was. Dat ze beter zelfmoord kon plegen, wat het kon toch niks worden met haar. Dat ze maar niet moest proberen een grote mond terug te hebben, want dan brak de hel los.
En deze hel is vaak genoeg losgebroken.

Want het vriendje was de baas. Ze moest doen wat hij zei. Ze mocht het huis niet uit, en niet met andere jongens omgaan. En dit, terwijl hij geeneens aanwezig was.
Als ze wel samen waren, vielen de klappen. Geen seks? Een harde rechtse. Tegenspreken? Een trap in je maag. Ga zo maar door, geen woord was goed.
Het enige weerwoord wat dit meisje ooit heeft durven zeggen was; ‘Je zoent als een hond’.
En dat was hij. Het was een valse hond. Zij had er geen schuld aan; hij was gewoon vals. Vals van binnen.

Twee jaar lang is deze hel doorgegaan. Was het meisje bang, bang voor nóg meer klappen. Bang voor nóg een verkrachting. Want als ze nee zei, kreeg ze klappen. Als ze ja zei, deed het alsnog pijn.
Totdat ze de kracht kreeg om er een punt achter te zetten, en het aan haar moeder te vertellen. Samen met haar vader, broer en moeder hebben ze haar kersverse ex-vriend tegengehouden. Hij wou naar haar toekomen, en haar helemaal de tering in trappen. Vermoorden, in een coma slaan. Maar daar waren haar ouders. En haar moeder is een held. En held die dit meisje er weer bovenop heeft gekregen. Een moeder die haar dochter zo ver heeft gekregen, dat ze de liefde weer toe durfde te laten. Kinderen zijn veerkrachtig, wonderbaarlijk hoeveel ze kunnen verwerken in een paar jaar.

Nu is dit meisje nóg een ex-relatie van 2 jaar verder. Waar ze weer heeft leren genieten, en dat het niet altijd pijn doet. Dat je niet altijd alles moet doen wat de man wil. En dat je het uit kan maken, wanneer je het simpelweg niet meer leuk vindt. Dat kan nog, als je jong bent. En je kunt ook opeens een hele leuke jongeman ontmoeten. Die veel leuker is dan je ex-vriendje dat sloeg, en je ex-vriendje die je er bovenop hielp. En deze man is veel leuker, omdat jij nou ook veel leuker bent. En toevallig is deze man, zo blijkt, ook nog eens heel begripvol.

Toch is af en toe de bevestiging nog steeds nodig. Met je ogen dicht, kan het verleden weer opdoemen. Dan ben ik opeens weer het onzekere, ineengedoken meisje van vroeger. Dan ben ik niks waard en doe ik alles fout. De kille blik en de vernederende woorden.

Maar ik ben trots op mezelf. Trots op mijn kracht en trots op mijn overlevingsvermogen. Trots op mijn verwerking en trots op wat ik kan geven.

En vooral trots op het heldhaftigste wat ik ooit heb gezegd.

‘Je zoent als een hond.’


9 reacties

Mien · 8 april 2009 op 09:09

Dit valt even keihard rauw op het dak.
Je rubriceert je column onder Diversen.
Ik weet niet of het fictie of non-fictie is.
Het komt wel binnen en het is knap geschreven.
To the point, feitelijk en daarmee ingehouden afstandelijk.
Je voelt echter tussen de regels de pijn.
De hoop, het geloof en de moed die uit je column spreekt is lovenswaardig en sterk.

Puntje van kritiek:
In de titel liever geen aanhalingstekens en ook niet eindigen met een punt.

Mien

pally · 8 april 2009 op 09:48

Heftige inhoud en ik lees het als een ik-verhaal.
In dat geval is het ook nog eens erg moedig om het op te schrijven.
Goed geschreven ook, zonder opsmuk en zonder een zielige ondertoon. Knap! Je bent terecht trots op jezelf. :wave:

groet van Pally

champagne · 8 april 2009 op 10:22

Ik weet niet hoe honden zoenen en wil dat ook graag zo houden. Wat ik wél weet is dat ik net een heel ingetogen, pakkend verhaal heb gelezen over een heel sterk meisje.

arta · 8 april 2009 op 12:20

Inderdaad: Moedig en terecht trots op jezelf!

Garuda · 8 april 2009 op 14:45

Knap en moedig geschreven. Wat dat betreft sluit ik me aan bij de rest; een terechte trots!!

lisa-marie · 8 april 2009 op 18:49

je hebt het knap neergezet!
Moedig en sterk en terecht trots op jezelf.

KawaSutra · 8 april 2009 op 23:50

Zo’n ervaring op die leeftijd en dan ook nog in staat zijn om het een plek te geven. Overtuigend geschreven.

Dees · 9 april 2009 op 09:02

Dapper meisje, zeker weten. Het is lstig om ook iets kritisch te zeggen over dit stukje, want het lijkt meteen zo harteloos. Maar ik ga het toch doen. Het basisgegeven is mooi voor het vertellen van het verhaal (al was het gruwelijk voor jou). Maar het zou nog meer aankomen als je minder vertelt en meer toont. Als je de lezer durft te laten beslissen dat die opmerking heldhaftig was. Schrijven is niet alleen het op een rij zetten van gebeurtenissen, maar ook er net iets meer mee doen. Neemt niet weg dat je een heldin bent geweest en nog. En die trots is reteterecht. Ben benieuwd naar een volgend stukje 😉

LouisP · 13 april 2009 op 15:24

M.

in mijn ogen is het niet zo goed geschreven maar wat er staat, is met enorm veel gevoel geschreven en zo is het door mij ook gelezen.
En is er ongeschreven een hoop vervelende zaken bij te denken.

groet,
L

Geef een antwoord