In december gaan wij naar de zon en dit jaar wederom naar Mexico. Over het vliegen wil ik niet eens nadenken: ik vind het vreselijk. Gelukkig ben ik iemand die, zo gauw ik met mijn lange benen in mijn stoel gepropt zit, slaap. En wel de hele vlucht, zo’n 12 uur non-stop. Dit heeft voornamelijk te maken met het feit dat we niet mogen roken, want dat wil ik als een ketter (of is willen in het verband met ketters het totaal verkeerde werkwoord?). Eenmaal op mijn bestemming beland, gaat het geweldig met mij en geniet ik volop. Socialiseren, eten, drinken, op excursie: het gaat mij allemaal goed af! De terugvlucht verloopt idem: mijn geliefde kijkt wat op het tv-scherm, ik snurk dat het een lust heeft, af en toe neem ik een slokje of een hapje van iets. Verder ben ik OUT.

Thuis begint de napret. Een halve dag acclimatiseren, wat betekent dat je als vrouw alles in de wasmachine gooit, je man gedag zwaait die als een speer het stamcafé inschiet dat-ie zó gemist heeft, en dat je er bovendien voor zorgt dat de shaoarmalijn op tijd arriveert. En daarna ga ik de fout in. Eenmaal in mijn eigen bed beland, raak ik finaal de kluts kwijt. Het begint bij het nachtelijk toiletbezoek. Twee jaar terug maakte ik hevig ontsteld mijn geliefde wakker en sleepte hem mee het toilet in. ‘Kijk dan, ze hebben híer net zo’n foto hangen als wij thuis’. Veel knorrig commentaar, iets van ‘dat mens is niet goed’en ik werd terug het nest ingesleurd.

Afgelopen jaar ging ik wat verder en probeerde een en ander te beredeneren. Hierbij lag de ‘grens’ tussen Mexico en Nederland namelijk bij onze gang, zo had ik in de nachtelijke uren vastgesteld. Als ik die gang inliep, kwam ik in Mexico. Maar bij het nachtelijk toiletbezoek bleek daar een kalender te hangen die dat weer ontkende, want die hadden we thuis ook (notabene met dezelfde jarigen erop!). Slapeloze nachten, vol verwarring. Waar was ik? Tenslotte maakte ik na een paar nachten thuis mijn man wakker dat de hotelkamer inmiddels niet meer voor ons was. ‘Schiet op, we moeten al drie dagen van die kamer af’. Hij wist zelfs nog wel raad met deze nieuwe verwikkeling en kreeg me zover dat ik weer braaf ging slapen.

Ach, het duurt maar een week. Een week waarin de dag een nacht is en vice versa. Die week kom ik om elf uur ’s avonds op het werk, waar ik niemand aantref. Het pand is verlaten. Alles is stikdonker. Gedesillusioneerd ga ik dan maar met de laatste tram naar huis. Mijn bed in. Na een uur of wat malen, begrijp ik het weer allemaal en maak mijn man wakker. Ik heb de rugzakjes gepakt, met het zakje zuurtjes en het fototoestel (je weet nooit of je nog een krokodil tegenkomt) , maar hij wil niet mee op excursie.
Hij wil slapen…

Jetlag


6 reacties

Avatar

WritersBlocq · 20 oktober 2004 op 13:27

Ik durf het bijna niet te zeggen…
maar na zo’n thuiskomst ben je weer erg…
AAN VAKANTIE TOE!!!
Leuk geschreven, groetjes, Pauline.

Avatar

Mup · 20 oktober 2004 op 15:34

😀 😀

Groet Mup.

Avatar

Mosje · 20 oktober 2004 op 15:57

Wederom Mexico, en wederom geen foto’s??
😛

Avatar

Winny · 20 oktober 2004 op 18:00

Mijn titel staat ook nog een keer onder mijn column. Zo hoort het niet natuurlijk, want het lijkt nu of het een soort verzuchting van mij is.
Beste lezer: denk dat laatste woordje weg!

Avatar

Li · 20 oktober 2004 op 23:19

Winny, blijf gewoon in Nederland en eet af en toe in een Mexicaans restaurant, dan heb je al die toestanden niet.:-D

Maar ik vermoed dat je dan ook de Mexicaanse zon erbij moet denken 😎

Zonnige groetjes van Li

Avatar

tontheunis · 21 oktober 2004 op 12:18

Of ga eens naar Cuba… Boris Dittrich heeft er ook gedineerd. Het beste Montignac-dieet van heel midden-Amerika…

Of neem eens een veerboot naar Scandinavie…
[url=www.tontheunis.nl]Nordica, de nieuwste thriller van Ton Theunis [/url]

Geef een antwoord