Verkleed in een bruin harig kostuum gleed hij de supermarkt uit. De oren in de nek en de staart tussen de benen. Wat had hij het warm gehad de afgelopen week. Op eieren had ie moeten lopen. Vijfentwintig graden was de buitentemperatuur en binnen was het nog geen zeventien. Snipverkouden was ie geworden. Daarnaast was hij bijna stapelgek geworden van al die supermarktklanten die hem belaagden. Stiekem lachten ze hem uit en noemden hem maf konijn. Dat vond de aangeklede paashaas niet fijn. Hij ergerde zich gruwelijk aan mensen die hem bij de foute naam noemden. “Ik ben geen maf konijn, ik ben een paashaas!” meesmuilde hij dan. Een week lang had ie paasartikelen aangeprezen. Chocolade paashazen en eieren van fondant. Hij had wel duizend kindjes op zijn schoot gehad. Sommigen hadden keihard aan zijn snorharen getrokken. Dat had zeer gedaan. Door al dat getrek had hij een rode neus gekregen. Ja, ook kleine mensjes konden heel vervelend doen. Maar als dappere dodo liet hij zich niet kennen. Hij was geen bang konijn en zeker geen angsthaas.

Als paashaas vond hij troost bij de trekharmonicaman. Die stond elke dag trouw bij de schuifdeuren van de supermarkt. Hij maakte de mensen gelijktijdig blij en kwaad met zijn gebrekkig repertoir aan trekharmonicamuziek. Samen rookten de paashaas en de trekharmonicaman zo af en toe samen een sigaretje en bespraken dan het publiek van die dag. Hun gesprekken noemden ze voor de gein dan beroepsdeformatie. Daar moesten ze beiden als supermarktallochtonen altijd keihard om lachen. Gezonde zelfspot zo gezegd. Met z’n twee hadden ze eigenlijk best veel lol.

De supermarktmanager was erg in zijn nopjes met de twee allochtonen. Niemand plezierde en kietelde de supermarktklanten beter dan de trekharmonicaman en de paashaas. Zij waren namelijk echt klantengek. Stapel waren ze op klanten. Ze vraten de klanten bijna letterlijk op. Dat lieten de klanten zich graag welgevallen. In het jungleleven dat een supermarkt soms kon zijn gold de gouden regel: “Eten of gegeten worden”. Nou dat wilde wel lukken met paasartikelen op trekharmonicamuziek. Een gouden combinatie. Na elke uitvoering ging de trekharmonicaman met de pet rond, de paashaas huppelend achter hem aan. Dat leverde entertainment en trok klanten. En ach, dat kleingeld kon de supermarkt best missen. Met de kleine vis werd uiteindelijk de grote binnengehaald.

[b][url=http://www.henderson-verhuur.nl/images/pakken/paashaaspak.jpg]Mien Bunny[/url][/b]

Categorieën: Maatschappij

Mien

Bewonder luidruchtig en verwonder in stilte

2 reacties

lisa-marie · 1 mei 2011 op 13:36

:hammer:
paashazen, choco-eieren zo laat in het jaar en de zomer zo vroeg in het jaar dat gaat ook niet goed, wordt lekker vreemd 😉

sylvia1 · 1 mei 2011 op 18:51

De derde alinea vind ik sterk [size=xx-small](wel beetje jammer van 2x samen in 1 zin)[/size], met die harmonicaman, de twee supermarktallochtonen. Maar verder weet ik niet zo goed wat ik van dit stukje moet vinden.

Geef een antwoord