Iemand die niet van muziek houdt, is voor mij net zo onbegrijpelijk als iemand die niet van chocolade houdt. Muziek is een levensader voor mij. Zuurstof! In mijn hoofd staat de radio 24 uur per dag aan. Als kind citeerde ik John Miles al in mijn dagboek: [i]Music was my first love, and it will be my last.[/i] Hoe vaak ik ook verliefd was op de ene onbereikbare klasgenoot na de andere: mijn liefde voor muziek stak daar altijd bovenuit en bleek bovendien duurzamer. Sindsdien hou ik vooral van nummers met een mooie opbouw. Van gelaagde, complexe songs. Net zoals ikzelf. Van nummers waarin ogenschijnlijk onverenigbare melodieën uiteindelijk samensmelten tot een harmonieus geheel. Zodat het lied rond is, af is. Muziek met inhoud, muziek die blijft hangen.

Maar ik moet iets bekennen.

Eigenlijk voel ik me nog meer aangetrokken tot diegenen die juist niet binnen de lijntjes kleuren.

Mijn vader moest vroeger voor zijn werk regelmatig kleurwedstrijden beoordelen. Hij leerde me tactieken voor succesvol inkleuren, die ik gretig en geconcentreerd uitprobeerde. Vele bonte en verzorgde kleurplaten vonden hun weg naar de supermarkt, de randen dik aangezet met viltstift en de vlakken opgevuld met een bijpassende potloodtint. Ik won onder andere een walkman, de mp3-speler van de jaren tachtig.

John Mayer zong het al: [i]They love to tell you: “Stay inside the lines!”[/i] Op mijn vijftiende was het vals meezingen van Blur mijn vorm van rebellie. Brommers en peuken deden me niets, maar ik had altijd een voorkeur voor de underdog: Lee Jeans in plaats van Levi’s, Pepsi boven Coca-Cola. En Blur was beter dan Oasis, ook al was het wel duidelijk dat ze die strijd af gingen leggen.

Ik durfde niet goed buiten de lijntjes te kleuren, mijn haren wild te dragen of me te kleden als een alto, zoals in de jaren negentig gebruikelijk was. Pas nu leer ik langzaam bij. Dankzij Biffy Clyro, een band die ik al jaren kende voordat ineens het kwartje viel. Eindelijk durf ik ervoor uit te komen dat mijn hart sneller gaat kloppen van ruige, bombastische rock – en bovendien van de zanger, met zijn woeste baard en lichaam vol tattoos. Dat ik het aandoenlijk vind dat hij in een radioshow onnoemelijk vals de ochtend aftrapt. Het is het ruwe, het ongepolijste, het authentieke. Dat wat net op het randje zweeft.

Een echte rockchick ben ik nooit geworden, daarvoor hebben de kleurplaatlessen te veel impact gehad. Maar stiekem blijf ik altijd zoeken naar een scherp randje, naar foute mannen, naar datgene of diegene die net niet voldoet aan de norm. Ik hou daarvan, het raakt een snaar. En in ieder nummer van Biffy schuilt mijn inmiddels volwassen rebellie.

Categorieën: Thema column

11 reacties

LouisP · 14 november 2010 op 17:13

“Vele bonte en verzorgde kleurplaten vonden hun weg naar de supermarkt”,..da’s anders bedoelt zeker? Of was het een kleurwedstrijd? Mooi thema van buiten de lijnen…

Als huidige kampioen CXraadsman heb ik alleen maar te verliezen…

Anti!(tattoes)..lekker stuk om te lezen..

louis

Mien · 14 november 2010 op 17:14

Grappig hoe iedereen zijn eigen invulling geeft aan het Musica Sacra thema.
Heel wat openbaringen gezien hiero.
Deze past er ook mooi bij.
Van wie?
Ik denk Sylvia1.

Anti · 14 november 2010 op 19:04

Ik ga ook voor Sylvia. Mooi stuk, bijzondere eigen invulling.

LouisP · 14 november 2010 op 19:13

“Een echte rockchick ben ik nooit geworden, daarvoor hebben de kleurplaatlessen te veel impact gehad. Maar stiekem blijf ik altijd zoeken naar een scherp randje, naar foute mannen, naar datgene of diegene die net niet voldoet aan de norm. Ik hou daarvan, het raakt een snaar. En in ieder nummer van Biffy schuilt mijn inmiddels volwassen rebellie.”

Da’s een alinea om zot van worden…….prachtig!

Chantalle · 14 november 2010 op 19:37

Nou, bij elke raad-wie-ik-ben column verschijnt óf de naam van Anti, óf de naam van Sylvia. Die hebben zo op het oog dan wel heel veel columns ingestuurd, haha.

Ik denk dat dit er één van DO is. Het binnen de lijntjes kleuren is namelijk ook in haar columns terug te vinden.
Mooi geschreven, dat dan weer wel.

arta · 14 november 2010 op 20:00

Ik heb je eerder genoemd, Dreamer, maar van deze ben ik bijna zeker dat jij het bent!

Avalanche · 15 november 2010 op 08:23

….. Dreamer, denk ik. Tjonge, wat lastig.

Anti · 15 november 2010 op 20:30

Een erg goed stuk. Volwassen rebellie helemaal top. Beter nog dan puber-rebellie, want die is grotendeels toch weer om juist ergens bij te horen.
Binnen de lijntjes kleuren prachtige metafoor, da’s mij dus mijn hele leven nog niet gelukt. Ook best frusterend 😀 .
Zojuist even Byfo opgezocht. Het nummer many of horors bleek ik te kennen. Mooie muziek! Kun je echt wel even lekker met de gordijnen dicht op los gaan…

Anti · 15 november 2010 op 20:45

Lowieke, Lowieke. mijn vader was ijzervlechter ( als je mijn columns goed leest, had je dat kunnen weten). Over het algemeen beoordelen die geen kleurplaten, hooguit naaktplaten in de bouwkeet 😉

arta · 16 november 2010 op 08:39

Quinn, wat leuk om jou te lezen!!
Komt er meer van je??

Quinn · 16 november 2010 op 09:11

Ik beloof niets, maar het was erg leuk om (weer eens) mijn rentree te maken 😉 Sinds een jaar werk ik dag in, dag uit met teksten en dat gaat een beetje ten koste van het creatief schrijven, maar het blijft kriebelen om daar meer mee te doen. Dus wie weet, volgend jaar? Ik ga binnenkort voor een maand terug naar Chili en Argentinië, dat zorgt vast voor genoeg verhalen. Bedankt voor de reacties en het raden! 🙂

Geef een antwoord