Teruggaand naar mijn jeugd herinner ik me glashelder dat mijn ouders mij er geregeld van overtuigden dat ik niks in te brengen had behalve lege briefjes, zoals zij dat noemden.
Dat betekende in de praktijk: niet bij de grote mensen zitten als er visite was en vooral je nooit in een discussie mengen waarin zij verwikkeld waren. Eigenlijk kon je je het beste onzichtbaar houden met je gezicht op neutraal en onnozel. Maar je oren wel wagenwijd open houden en dan alles opslaan.

Over ooms en tantes die niet deugden, over neven die stalen. Over meisjes die een kind hadden gekregen ver van de wereld. Mannen die er met kantoormeisjes vandoor gingen en meer van dat smeuïgs. Ze spraken met rollende ogen en gretige stemmen, een beetje gedempt.
Genoten daar nog meer van dan van de geserveerde gebakjes, volgens mij.

Op zo’n moment zette je je antenne voluit de goede kant op met je ‘neutrozelste’ gezicht. Of je ging half onder de tafel zitten rommelen met een pop of een serviesje.
Ze zaten er zò in, op een gegeven ogenblik, dat ze je niet meer in de gaten hadden.
Van deze gestolen colleges heb ik veel opgestoken, want aan voorlichting werd nauwelijks gedaan. Ooit kreeg ik een pocketboekje, vertaald uit het Zweeds, van een tante voor mijn verjaardag. Ik zal negen geweest zijn of tien. Op een bepaalde bladzijde stond , ik zie het nog staan: ‘En toen deed hij zijn wil met haar’
Elke keer zocht ik stiekem die bladzijde op als mijn moeder niet oplette. Een deuk in mijn buik kreeg ik ervan al begreep ik het nog niet helemaal….
Zo moest je je levenslessen zelf bij elkaar schrapen.
Ook over zaken zoals vakanties, vrije tijd, wat eten we, vriendjes, ruzies enzovoorts werd nooit met kinderen overlegd. We werden nog niet als gesprekspartners beschouwd, óók niet op ons niveau. Spreken was al gauw tegenspreken.

Laatst waren we een weekend uit en aten in restaurants. Tijdens de lunch op zondag zat vlak naast ons een gezinnetje met een zoontje van hooguit vier.Een klein knulletje met achter zijn ronde brillenglazen pruilerige, doffe ogen.
De kaalhoofdige vader boog zich geregeld diep over de tafel naar hem toe.
‘Wil je er over praten, Jesse? Hoorde ik.
Nee? Nu niet? Zullen we er dan straks over praten, dan gaan we even buiten lopen?
Nee? Misschien morgen dan? Zal ik het dan morgen nog een keertje aan je vragen?’
Het jongetje bleef zijn vader aankijken alsof die niks vroeg waar hij op zou moeten antwoorden. Vervolgens ging hij door met zijn ijsje te vernielen, waar hij geen hap van at.
‘Wil je soms iets anders eten, Jesse?’, vroeg zijn moeder, die zich er voor het eerst mee bemoeide. Ze zag eruit als een vermoeide, overwerkte veertiger.
‘Nou, we gaan maar naar buiten, dat vind je misschien leuker, hè?’ Terwijl Pa afrekende sleepte hij zich met een geoefende tegenzinpas achter zijn moeder aan.
Door het raam in tegenlicht zagen we het kleine goudgerande figuurtje, tussen zijn ouders in, schoppen tegen een colablikje.

‘s Avonds aten we lang en uitgebreid in een gezellig Aziatisch eetzaakje.
Schuin voor ons ging een duur nonchalant gekleed stel zitten met een elfachtig blond meisje van, ik schat, negen jaar. Zìj nam de menukaart als eerste en pakte bij iedere gang, negen kleine dum-sum gerechtjes net als wij, ook steeds als eerste. Noemde deskundig alles op. Liet haar moeder tussendoor drie keer opnieuw haar lange blonde staart in een knotje doen, voor ze het goedkeurde. Ze kreeg in die twee en een half uur constant de aandacht .

We liepen toevallig tegelijk naar de uitgang en ik merkte tegen de moeder op: Goh, ze heeft het wel goed volgehouden, zo’n hele avond zitten, hè? Compliment hoor!
Waarop de moeder antwoordde: Ja, maar Ilse heeft zelf bepaald dat we vanavond uit eten zouden gaan, hier. Het was haar initiatief…..

Eenmaal buiten dacht ik:
Zijn we van de ‘bemoei-je-er-niet-mee-snotneus-tijd’ nu verzeild geraakt in het ’koning-kind-wat-zijn-uw wensen-tijdperk’ ?

Categorieën: Maatschappij

pally

Genieten van leven en mensen en natuur om mij heen. Schrijven als belangrijke drijfveer om te ordenen, te relativeren en te communiceren.

8 reacties

klapdoos · 12 februari 2007 op 13:41

Ik snap nog steeds die kinderen van tegenwoordig niet, zij maken de dienst uit, en pa en ma ( vaana therapeutische neuroses onder den leden) die doen wat kleintje bepaalt. Als het mijn dochter was, zou ik haar uit venijn misschien toch een gerecht hebben laten eten waar ze niet dol op was, spinazie of spruiten of zo…Kids rules the world, maar de regels werden ook in mijn tijd door mijn ouders bepaald. Jouw jeugdverhaal komt in mijn straatje, dus vandaar dat ik de huidige jeugd knap verwent vind..Maar daar ligt een taak voor de psyche van de ouders….
groet van leny :wave: :wave: :wave:

DriekOplopers · 12 februari 2007 op 14:40

Zo zie je maar weer. Doorgeslagen ouders naar links, doorgeslagen ouders naar rechts. Waar is die gulden middenweg toch gebleven???

Prachtig verwoord, Pally. Hulde!

Driek

SIMBA · 12 februari 2007 op 15:17

Gelukkig zijn tegenwoordig niet
alle kinderen zo, wij hebben ons kind niet als koning opgevoedt.
Maar ik kan het wel helemaal met je eens zijn hoor!

DreamOn · 12 februari 2007 op 15:53

Helemaal mee eens! De kunst is om een gulden middenweg te zoeken. Mooie column, met plezier gelezen! 😉

arta · 12 februari 2007 op 17:32

Goede column, Pally!
Ik ben blij dat ik mijn kinderen niet op deze manier opvoed. Mijn eerste prioriteit is om ze vooral kind te laten zijn, en met al die keuzes en verantwoordelijkheden lukt dat volgens mij niet! Dus ík bepaal wat we eten, maar één keer per week mogen zij het wel klaarmaken voor me! 😀

pepe · 12 februari 2007 op 22:10

Erg leuke column.
Goed onderwerp, ik denk dat het vroeger niet bepaald beter was dan nu.
Dat er mensen zijn die nu totaal doorgeslagen zijn en hun kroost echt behandelen als een koning lijkt mij ook niet goed.
Een middenweg lijkt mij de meest geschikte oplossing.

Li · 13 februari 2007 op 19:28

Ik heb weer genoten van deze column waarin wederom een duidelijke boodschap verweven zit. Beeldend geschreven met originele woorden en zinnen.

Li

pally · 13 februari 2007 op 22:06

Bedankt weer voor de reacties!

Inderdaad, Li, er zit een boodschap in verweven, maar geen uitgesproken mening. Die kan men er eventueel zelf uithalen.
Ik kan nu wel zeggen dat ik voor de middenweg ben.

Groeten van Pally

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder