Een prachtig landschap met veel groen en wilde bloemen. Rustgevend als die gaten er niet waren. Kogelgaten die de verlaten huizen naar adem doen happen. Nog niet van de schrik bekomen. Vijftien jaar geleden is voor geweld een fractie, een seconde. En overal zwarte graven, zomaar in de heuvels opduikend. Een kapotgeschoten kerk staat ergens nog onaangeraakt na de strijd. Het dak gedeeltelijk opengereten. Alsof je ingewanden bloot ziet liggen. Het terras van een café vol mensen vlak ernaast vormt een bijtend contrast. Het lijkt of ik geweerschoten hoor, kruitdamp ruik. Natuurlijk heb ik net als de rest van de wereld thuis de beelden gezien van de Joegoslavische oorlogen met zijn ingewikkelde en bloedige etnische strijd. Maar nu ik hier ben, voel ik het pas werkelijk. De gezichten van ouderen en middelbaren staan gesloten. Is het toeval dat we tijdens een wandeling verschillende malen mensen zien zitten, gebogen naar een tafel waarop niets? Bewegingloze achterhoofden in verstarring. Zien ze de horrorfilm van de oorlog, die ze nooit als werkelijkheid hebben kunnen aanvaarden? Ons bedeesde ‘Bog’ beantwoorden ze niet. Of horen ze niet.

Van sommige huizen zijn de kogelgaten dichtgesmeerd. Maar zo ruw dat ze nog duidelijk te zien blijven. Littekens heten niet voor niks tekens. Ze getuigen van zaken die niet verdoezeld mogen worden. Misschien om de graven nog zin te geven of te waarschuwen voor herhaling. In een krant zie ik de foto van een huilende moeder die een lachende foto van haar zoon laat zien. Er liggen jeugdfoto’s van hem op tafel uitgespreid. Ik hoef de tekst niet te kunnen lezen om het artikel te begrijpen.

Tijdens de twee weken zwerven in het binnenland verandert mijn vakantiegevoel soms bijna in schuldgevoel. Hoe kun je genieten tussen oorlogstekens? Ze spreken zo’n overduidelijke taal. En ik moet kijken. Mijn ogen worden er naar toe getrokken. Als we naar de kust rijden vermindert het. Al blijft het diep van binnen werken.
En droom ik er soms ‘s nachts van. Maar ik kan geen lasten dragen die niet van mij zijn. Of zijn ze van ons allemaal omdat we allemaal mensen zijn?

Langs de schitterende kustweg houden ijzeren netten vallende stenen in bedwang. Daar achter zie je de wonden in de berg die nodig waren om een gladde asfaltweg te construeren. Hij meandert langs de Adriatische zee. Deze blijft haar onverstoorbare zelf. Ze heeft alles gezien, zonder te veranderen. Lokt weer veel toeristen naar hier: de ruige rotskusten van Kroatië. Maar geeft wel de pijn mee. Je moet altijd de toegang tot de zee verdienen met moeizaam klauteren over stenen voor je je over kunt geven aan het lauwe blauw.

Een jongen en een meisje van een jaar of zes schreeuwen uitgelaten op de kade naar een meeuw. Uitgelaten, maar dwingend.
Zullen zij de kogelgaten misschien gladstrijken?


pally

Genieten van leven en mensen en natuur om mij heen. Schrijven als belangrijke drijfveer om te ordenen, te relativeren en te communiceren.

18 reacties

arta · 1 augustus 2009 op 12:29

Wow, Pally, wat is dit prachtig indringend geschreven!
Oorlog kan fysiek uit een land verdwijnen, de sfeer echter kan zoo lang blijven hangen!
Een paar geweldige grammaticale uitdagingen, zó leuk om te zien hoe jij met taal speelt!
Mooie VEC!
🙂

Prlwytskovsky · 1 augustus 2009 op 18:18

Waarom zijn er dan nog steeds mensen die, ondanks dit schrijnenede relaas, de wereld de oorlog verklaren? Heikneuters zijn het. uiteraard met veel hei en weinig kneuter. 😉

Goed zo Pally, mooi verwoord.

Anne · 1 augustus 2009 op 20:28

Ben je ook in Bosnië geweest Pally? Daar ben ik wel nieuwsgierig naar. Ik veronderstel dat wat jij beschrijft over wat je ziet ook voor mij zo geldt, hier wonend. Die tekens inderdaad, óveral. Voor mij betekende de oorlog destijds vooral ongemak: ik kon niet door Joegoslavië naar Griekenland reizen….
Mijn kinderen zijn nu tien en zes. Ik hoop, door hier te zijn, dat ik iets van mijn eerdere gebrek aan betrokkenheid goed maak. Iets teruggeef aan het land. Een beetje toekomst. Er zijn zoveel mensen vertrokken…

pally · 1 augustus 2009 op 21:54

Alleen maar een heel klein stukje zijn we door Bosnie gereisd, Anne, vanuit Dubrovnik. Maar wel een heel stuk vlak langs de grens waar je zo Bosnie in kijkt en juist in dat grensgebied heb ik zoveel oorlogstekens gezien. Ik heb me niet gewaagd aan analyses over die oorlog of me een mening aangematigd. Etnische oorlogen zijn vreselijk voor alle burgers. Het heeft me erg aangegrepen deze oorlogstekens te zien. Vandaar dit stuk.

leuk weer van je te horen, groetje Pally

SIMBA · 2 augustus 2009 op 16:11

Jouw reisverhalen vind ik altijd super! En nu lekker eentje die een maand op de hoofdpagina staat!

Dees · 2 augustus 2009 op 18:21

Weet je, ik ga het toch zeggen. Als ik het lees vind ik het mooi. Mooie taal. Mooi geschetst. En ik geloof je aangeslagenheid. En toch bekruipt me ook het gevoel van: heb je wel goed gekeken. Heb je niet erg selectief gekeken. Want ik ben niet geweest waar jij wel geweest bent, maar wel in andere voormalige rampgebieden. En wat mij altijd opviel was dat juist de hoop en het dagelijks leven op de voorgrond stonden met leedtekens ertussendoor piepend. In jouw stuk lijkt dat andersom. Meer passend bij vijftien dagen dan bij vijftien jaar. De mens is flexibeler dan dat, denk ik, hoop ik, dus ondanks de suggestie in jouw tekst denk ik niet dat jullie “Bog” niet gehoord is vanwege trauma, maar vanwege volstrekt andere redenen.

Het is een heel kritische reactie op een column die eigenlijk heel mooi geschreven is, maar het moest met toch even van het hart ofzo. Hoop niet dat je het erg vindt.

pally · 2 augustus 2009 op 20:00

Natuurlijk vind ik je kritiek niet erg, Dees. Maar ik denk dat het een kwestie is van accenten leggen. Die hoop was er ook zeker. Maar in die ene week door het binnenland was het toch dat andere wat voor mij de boventoon voerde omdat het overal te zien was. Hele verlaten kapotgeschoten dorpen. ìk ben ook degene die kijkt en het op mijn manier duid.Toch begrijp ik wel wat je bedoelt. Voor ik het gezien had voelde het heel anders. De man die echtgenoot en ik beiden zagen zitten straalde voor ons hetzelfde gevoel van wanhoop uit.

groet van Pally

Anne · 2 augustus 2009 op 20:25

Ik denk dat het beide geldt. Zowel het dagelijkse leven gaat vooral gewoon weer door, met daartussen door piepende schrammen en lidtekens van de oorlog, maar omgekeerd is ook waar. Die leedtekens springen sterk in het oog, niet alleen de verwoeste architectuur maar vooral in de verhalen van mensen. Telkens als ik met mensen in gesprek raak die de oorlog hier hebben meegemaakt of anders zijn gevlucht en eventueel teruggekeerd, komt de oorlog ter sprake. Altijd, in meer of mindere mate, maar nooit niet.
Maar inderdaad, de draad is wel weer opgepakt, dat wel.

Bitchy · 2 augustus 2009 op 22:33

Mijn oudste zoon is toen hij jaar of 12 was in het oude Yoegoslavie geweest. Hij ging op vakantie met zijn vriendje en zijn ouders, zijn vader was een Servier.
Toen hij thuis kwam had hij het over kogelgaten in muren, lege huizen en het goedkope eten. Ik herkende veel in je verhaal, door de verhalen van Dave. Hij was te jong om emoties van mensen te interpreteren, maar ik kon me er alles bij voorstellen. Hij is nu 22.

Jouw verhaal is voor mij een bevestiging wat ik toen dacht, mooi geschreven!

Mien · 2 augustus 2009 op 23:55

Dappere column, moest en moedig geschreven.
Zo heb ik het ervaren.
Echter zonder oorlog in land en mens geen schoonheid, aldus sprak een meeuw aan het zoute strand.
Knappe waarneming, met mededogen verwoord.

Mien

WritersBlocq · 3 augustus 2009 op 00:36

Hee Pally, wat een plaatje van een column. Echt prachtig!
[quote]Littekens heten niet voor niks tekens.[/quote]
Ook die je niet ziet (of juist die) zijn zo sprekend en laten zich door jou vertalen.

Sommigen zijn het niet met jouw manier van verwoorden eens. Ik ben ook zo’n mens af en toe. Deze keer hebbie me helemaal plat. Ben blij dat dit verhaal hier in de VEC staat, en ga nog weleens inloggen om het te lezen.

Liefs, Pauline.

Chantalle · 3 augustus 2009 op 07:51

Mooi!

dashuri · 3 augustus 2009 op 10:27

Terwijl ik dit lees, heb ik een liedje van Duman opstaan. Het begint mooi en eindigt dramatisch, net zoals in jouw column. Net zoals zoveel dingen eigenlijk. Maar waar dit op neerkomt: ik bewonder stiekem deze column, je eenvoudige schrijfstijl.

Liefs, Dash

lisa-marie · 3 augustus 2009 op 11:31

Zo als altijd neem je mij mee in je column en dat is echt genieten. 😀
Leuk dat het stokje bij jou beland is deze maand !
Hoop en wanhoop liggen dicht bij elkaar en dat lees ik uit deze littekens.
Een pracht column waar ik van geniet en nog over na blijf denken.

klapdoos · 3 augustus 2009 op 20:13

Altijd vol bewondering lees ik jouw reisverslagen en stiekem reis is altijd een stukje met je mee. Prachtig verwoord en helaas zo dicht bij huis maar zo realistisch omdat het gebeurt is, zo kort nog geleden….
Grot van leny :wave: :wave: :wave:

Kuin · 19 augustus 2009 op 14:14

Wreed mooi, Pally!

JanBontje · 24 augustus 2009 op 01:30

Een indringende column. Dwingt tot nadenken, overpeinzen, filosoferen. Filosoferen, ja, want wat is filosoferen anders dan nadenken over het waarom der dingen, dus ook het waarom van de waanzin die we oorlog noemen.

Bedankt Pally!

PeterP · 9 oktober 2009 op 20:11

Ik sluit mij aan bij de andere lezers: mooi, boeiend en indringend.

Alleen vind ik wel dat dit in mijn beleving geen column is maar een (prachtig) kort verhaal. Geeft niet, ik heb er van genoten.

Geef een antwoord