Hand in hand liepen wij door het laantje. Aan de linkerkant waren bosjes met daarachter een vijver en aan de rechterkant de poldervaart. Voorheen een vaart die van de rivier de Maas via de vijf-sluizen naar de Schie loopt maar dat tegenwoordig een stilstaand water is. Net voor de vijf-sluizen stond nog het gebouw van het stoomgemaal dat het waterpeil in de polders moest regelen. Het was een lome zomerse dag in 1965, zij liep in haar wijde jurk naast mij en hield mijn hand vast. Het was voor het eerst dat wij zo liepen want wij kenden elkaar nog maar net. Tijdens het lopen keek ik stiekem naar haar en gluurde naar het profiel van haar gezicht en naar haar borstjes die zachtjes wiegden op de maat van haar parmantige pasjes.

Het paadje maakte een grote lus en in die lus was destijds een roeibotenverhuur gevestigd. Ik huurde een roeibootje en peddelde met haar de vaart op. Het wateroppervlak zag er gladgestreken uit en de zon brandde aan de hemel; ik liet het bootje rustig dobberen. Languit lag zij daar, met haar handen op haar buik gevouwen en haar ogen gesloten. Wat was ze mooi met haar ravenzwarte haar, met haar roomblanke huid en haar ranke verschijning. Ze opende haar ogen in spleetjes en vroeg waarom ik niet verder roeide. Dat maakt herrie zei ik, dan maak ik je misschien wakker. Ze glimlachte en sloot haar ogen weer.

Één uur maar, kon je dat bootje huren dus moest ik terugroeien naar het eilandje van de botenverhuur. Met moeite werd zij wakker en ik hielp haar uit het bootje de kant op. Op het terrasje van de botenverhuur dronken wij een glaasje sinas. Zij praatte honderduit en lachte zo mooi en aantrekkelijk, zij keek mij aan met haar donkerblauwe ogen, godsamme wat was ik verliefd aan het worden.

Aan het einde van de middag bracht ik haar naar huis en ik mocht binnenkomen. Samen zaten wij aan tafel en zij vertelde haar familie over onze middag. Na Peyton-Place moest ik naar huis, zei ze. Ik keek haar aan, hoorde haar praten en zag haar bewegen; als ze lachte dan kirde ze zelfs. In de gang kreeg ik mijn eerste welgemeende knuffel en ik hield haar stevig vast. Wat had ik haar graag in mijn zak gestoken en meegenomen in mijn leven maar het lot besliste anders voor ons.

Een paar jaar geleden las ik geheel toevallig een rouwadvertentie van een familielid van haar. In die advertentie lees ik dat zij is getrouwd en 3 kinderen heeft. Ik sloot mijn ogen en droomde terug naar onze jeugd, naar ons bootjes avontuur op die zomerse dag in 1965. Ik zag haar weer liggen in dat bootje, met haar handen op haar buik gevouwen.
Marja, wat heb je mij een mooie herinnering nagelaten.

Categorieën: Verhalen

13 reacties

arta · 14 april 2007 op 20:45

[quote]Marja, wat heb je mij een mooie herinnering nagelaten.[/quote]
En Prlwyt, wat hij jij die mooi beschreven, alsof het gisteren gebeurd is…

DriekOplopers · 14 april 2007 op 21:13

Schitterend gedaan. Een gevoelige Prlwyt. Vind je het achteraf niet erg dat je je leven uiteindelijk niet met haar bent gaan delen?

Li · 14 april 2007 op 21:15

[quote]Wat had ik haar graag in mijn zak gestoken en meegenomen in mijn leven maar het lot besliste anders voor ons. [/quote]

Maar ze heeft wél een plekje in je hart veroverd en dat is op zich al hartstikke mooi. 😉

Li

Prlwytskovsky · 15 april 2007 op 00:11

@Driek: dat is heel spijtig ja. Maar ik kijk liever vooruit en kan het gaandeweg toch niet laten om af en toe eens om te kijken, dan zie ik deze mooie momenten.

KawaSutra · 15 april 2007 op 00:28

Jeetje, wat een prachtige herinnering. Al was het maar voor één dag. Maar levend voor altijd, vooral door de mooie beschrijving.

WritersBlocq · 15 april 2007 op 01:32

Twee belleblazen, eventjes aan elkaar verkleefd, en vervolgens ieder hun eigen weg gegaan. Daar doet het mij aan denken.

Mooi Peter!

schoevers · 15 april 2007 op 08:14

Heel mooi, gevoelig en goed geschreven!

SIMBA · 15 april 2007 op 09:43

“zucht, zwijmel” Heerlijke herinnering!

Dees · 15 april 2007 op 12:29

Mooi…

Als je er nu de column van Rose bijpakt, krijg je helemaal het gevoel van het cyclische in het leven. Haar eerste alinea en de jouwe zijn wel anders, maar ook identiek.

pally · 15 april 2007 op 15:47

Heel mooi en levendig je jeugdliefde beschreven!
Ik hou wel van jouw gevoelige columns.

Mup · 15 april 2007 op 20:51

Een uurtje maar, maar een uurtje dat zoveel later nog steeds is blijven hangen, heerlijk toch?

Alles klopt in dit stuk ,zoals ook de laatste zin, haar naam, maar je zou ook kunnen lezen; ‘Maar ja,…’

Groet Mup.

DreamOn · 15 april 2007 op 23:24

Wat een schattige column, sorry, ik kan even geen ander woord bedenken!
Liefs DO.

delta75 · 16 april 2007 op 12:44

*Zwijmel* 😀

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder