Ik lig onder een struik en weet het honderd procent zeker. Er is niemand die me kan zien. De grote truc is om zo lang mogelijk te blijven liggen. Maar ook weer niet zo lang dat ik als laatste overblijf. Het is nog lang en ver naar de pot. Ik maak voor mezelf een berekening en teken de weg in gedachten uit.

Ik moet wachten tot de zoeker ver genoeg van de pot verwijderd is. Bij voorkeur in tegengestelde richting. Het probleem alleen is, ik kan dat niet zien. De pot is om de hoek. Het aftellen is al afgelopen. Is de zoeker al op zoek? En wat voor zoeker is het? Meer een potbewaker dan een zoeker? Dan kan het lang duren. Ik luister met gespitste oren. Probeer euforische ontdek- en verraadgeluiden te detecteren. Wat duurt het lang dit keer.

Vanaf de plek waar ik nu lig is het minstens vijftig passen lopen. Ik kan natuurlijk alvast naar de hoek lopen. Dan heb ik de helft van de afstand al gewonnen. Maar stel dat de potbewaker dat vanaf de andere kant ook doet? Nee, Mien, even geduld bewaren. Hoe moeilijk het ook is.

Aha, daar hoor ik het eerste ontdekgeluid. Het klinkt dichtbij, vlak om de hoek. De verstopper loopt harder dan de zoeker. Die is binnen. De zoeker komt terug, ik hoor het. Snel trek ik wat gebladerte over me heen. Ik duw de steel met bladeren tegen de grond zodat de struik niet meer beweegt. Ik kan nu niets meer zien. Toch weet ik dat de zoeker in de buurt is. Ik voel het, maar durf niet te kijken.

Doodstil houd ik me. De stilte wordt verbroken door een vreemd rinkelend geluid. Even later hoor ik iemand persgeluidjes maken. Wat is dat nu? Het rinkelend geluid herhaalt zich, gevolgd door een doffe plof. Dan blijft het stil. Lang stil. Ik hou het niet meer uit en besluit mijn kans te wagen. It’s now or never. Ik spring onder mijn struik vandaan en ren zo vlug als een haas richting hoek.

Al mijn zintuigen slaan op tilt. Zo ook mijn neus. Mijn god wat een lucht hangt hier. Het ruikt naar poep. Verse poep. Wegwezen denk ik. Zo hard als ik kan ren ik de hoek om. Wat ik dan zie kan ik amper geloven. Uit het bossage grenzend aan de muur steken twee benen. Ik herken die benen. Ze zijn van de zoeker, de potbewaker. Naast de zoeker ligt een grote drol, een grote dampende mensendrol. Iiieeekkk, het is niet waar! Walging verstrooit mijn handelen. Wat moet ik doen? Hulp inschakelen of afkloppen?


Mien

Bewonder luidruchtig en verwonder in stilte

4 reacties

Esther · 26 februari 2015 op 02:14

De potbewaker krijgt hier wel een hele andere lading. 😀

Knap geschreven. :yes:

troubadour · 26 februari 2015 op 09:27

Dat rinkelende geluid snap ik niet. Vielen zijn autosleuteltjes uit zijn zak? Ook die hoek maakt het mijn voorstellingsvermogen moeilijk. Zat de buutbewaker nu te poepen tussen de buut en de hoek in, of tussen de verstopper en de buut in. De verstopper kon alles horen en ruiken schrijf je en toch moest hij eerst de hoek om, om die benen te zien die hij herkende. En waar waren de andere spelers, ik ga daar niet zitten poepen als iedereen toekijkt? Alhoewel, nee, niet na mijn achtste.

    Mien · 26 februari 2015 op 09:32

    Ik kan je wel het adres geven troub, dan kun je de locatie eens bezoeken.
    Ik weet zeker dat dan onmiddellijk de kwartjes vallen.
    Rinkelen? Doe jij nooit je broekriem los als je gaat poepen?

      troubadour · 26 februari 2015 op 10:37

      Ik heb bretels. Nee, Mien als ik alle situaties moet gaan bezoeken die slecht geschetst zijn!

Geef een reactie

Avatar plaatshouder