Rood licht, dit wordt even wachten.
Een groot zwart-witbord vraagt aan Nederlands sprekende mensen de motor af te zetten. De tekening toont iets dat op een openstaande brug lijkt. De elektronica en wat rekenwerk zegt me dat dit een tiental minuten zal duren. Ik volg onderdanig de richtlijnen en staar dromerig in de verte waar twee sleepboten een vrachtschip richting binnenhaven begeleiden. Paulo Nutini helpt me met “Candy” door de verloren tijd heen. Enkele jongeren zitten schijnbaar in een strakke agenda daar dit oponthoud hen al direct aanzet tot hevig S.M.S. gebruik. Sommige autobestuurders rondom mij maken van de gelegenheid gebruik een sigaretje te roken en te genieten van de eerste lentezon. Ik zie aan hun kledij, hun haren en de snelheid waarmee de grijze sigarettenrook de vrijheid opzoekt dat er nog al veel wind is.

Gedwee zit ik voor mij uit te staren. Ik heb er zelfs geen weet van dat mijn linkerhand aan mijn neus aan het pulken is. Als mijn pink dan ook nog richting diep in mijn kop een half nat korstje aan het neusbeen ontdekt is er direct werk aan de winkel. Eens los gemaakt verhuist dit, getuigend van veel routine, met de mond als tussenstadion, naar de rechterhand waar het met duim en wijsvinger bewerkt wordt tot een bolletje dat nog net een beetje te veel plakt. Volgende actie, het neusbeestje wordt, als het allemaal vakkundig uitgevoerd wordt, droog gedraaid en vervolgens als projectiel met de wijsvinger weg geschoten richting pasagiersplaats. Daar zal eens, op een latere datum, de stofzuiger hem wel vinden.
Toch even voelen hoe het zit met het andere neusgat!

De dertiger in de auto naast mij heeft gans het spektakel gezien en krijgt, als ik even oogcontact maak, de kans met niet mis te verstane gebarentaal, me uitbundig grijnzend na te apen. Mijn antwoord is wel bijzonder kort. De opgestoken middenvinger bundelt schaamte, frustratie en woede in één beweging samen.

Oei, de man stapt uit en begeeft zich in mijn richting. Zeker één meter negentig met veel haar op de armen en een dikke gouden ring die op het zijruitje van mijn wagen tikt geven aan dat ik in een benarde positie verkeer.
Ik vergrendel vlug de auto, kijk recht voor me uit en laat Paulo Nutini de rest doen door de volumeknop van de radio op 19 te draaien. In de ooghoek zie ik de man verbaal maar vruchteloos tekeer gaan. Even zorgt het voorbijvarende vrachtschip voor wat afleiding bij deze gespannen situatie.
Oef, hij keert terug!

Ik durf terug rond te kijken en zie hem in de zijspiegel achteraan in de kofferbak van zijn wagen scharrelen en terugkeren met een klauwhamer type videoclip “De Wall” van Pink Floyd. Nu gaat het grondig fout. Hij loopt tot vooraan in mijn gezichtsveld en nog voor ik me kan realiseren wat er gaande is plant hij de hamer diep in de motorkap om vervolgen, een behoorlijke deuk achterlatend terug plaats te nemen achter het eigen stuur.

Net op dit ogenblik is de brug reeds open voor alle verkeer. Het licht voor ons springt op groen, het duid aan dat er terug mag gereden worden. De toeterende auto’s achter mij doen me andermaal opschrikken. De auto naast mij, ja, de hamerauto, zet ook zijn weg verder. Gierende banden verraden nog een deel agressie. Nee, op een dergelijk moment heb ik de nummerplaat niet genoteerd.

Verplichtend aangespoord door de auto’s achter mij breng ook ik mijn auto in beweging. Ik voel door de doorstane emotie ’s mijn te snelle hartslag in mijn keel te keer gaan. Mijn handen trillen.
Even verder zoek ik de rust van de pechstrook op. Ik stap uit om de schade aan de motorkap beter te overzien. Die is aanzienlijk.
De jongeren met fiets komen er aangereden. Ik vraag hen reeds van ver of ze me eventueel kunnen helpen met een getuigenis of zo maar niemand heeft iets gezien, zeggen ze bijna in koor. Geen enkele doet zelfs de moeite even te stoppen. Een vreemd gevoel van verbouwereerde eenzaamheid maakt zich meester over mij. Mijn weg verder zetten is de enige optie.

Terug in de wagen is Louis Armstrong aan de beurd met “What a wonderful World.” Hij probeert me terug in een wereld van zeemzoeterige mooiheid te brengen maar dat lukt nog even niet.

Categorieën: Verhalen

Meralixe

Er is een smaak, gewoon, een manier van het door het leven gaan, die zo verschillend is van mens tot mens, dat we mogen besluiten dat het eigen gelijk niet bestaat en dat respect voor de andere mening belangrijker is...

10 reacties

Sagita · 5 mei 2012 op 13:18

Heerlijk verhaal! Kleine gebeurtenis met grote gevolgen. Goed en beeldend geschreven! Er was een zin waar ik even haperde: (…) nog voor ik me kan realiseren wat er gaande is plant hij de hamer diep in de motorkap om vervolgen, een behoorlijke deuk achterlatend terug plaats te nemen achter het eigen stuur.(…)

arta · 5 mei 2012 op 13:27

Ik lees het wel en er is niks mis met het schrijven, maar ik voel het totaal niet. Ik lees geen boosheid, angst, opluchting of wat dan ook, wat mijns inziens absoluut thuishoort bij een ervaring als deze.
Laat je eens gaan, Meralixe, je kunt het! 😉

LouisP · 5 mei 2012 op 16:53

Gedwee zit ik voor mij uit te staren. Ik heb er zelfs geen weet van dat mijn linkerhand aan mijn neus aan het pulken is. Als mijn pink dan ook nog richting diep in mijn kop een half nat korstje aan het neusbeen ontdekt is er direct werk aan de winkel. Eens los gemaakt verhuist dit, getuigend van veel routine, met de mond als tussenstadion, naar de rechterhand waar het met duim en wijsvinger bewerkt wordt tot een bolletje dat nog net een beetje te veel plakt. Volgende actie, het neusbeestje wordt, als het allemaal vakkundig uitgevoerd wordt, droog gedraaid en vervolgens als projectiel met de wijsvinger weg geschoten richting pasagiersplaats. Daar zal eens, op een latere datum, de stofzuiger hem wel vinden.

Is behoorlijk gedurfd. Juist datgene wat ik nooit zou durven bekennen.
Bijna onwaarschijnlijk verhaal. Wel bijzonder om te lezen, en nu ik de reactie van Arta lees, ja, nu voel ik het ook. Er ontbreekt dat gevoel, zeker bij zo’n gruwelijke ervaring

Mien · 5 mei 2012 op 19:15

Bijzonder verhaal.
Schot Paulo treedt in Londen op tijdens de opening van de OS.
Maar dat terzijde.
Een fan.

Mien

Libelle · 6 mei 2012 op 11:49

Je kunt het niet, je deed het al!
De reactie op het disproportionele slopen van je auto is inderdaad wat ingehouden. Was het een lease-bak?

Ferrara · 6 mei 2012 op 15:28

Onvoorstelbaar dat niemand dit gezien zou hebben.
Het lijkt wel of je zelfs bij het beschrijven van dit gebeuren nog confuus bent.

Je hebt wel lef dat je ons het neuspeuteren zo gedetailleerd voorschotelt.

Meralixe · 7 mei 2012 op 10:04

Mijn dank voor de leerzame reacties.
1) Dit verhaal is totaal maar dan ook totaal uit de duim gezogen. Misschien zijn er daardoor enkele verhaallijnen nog al bizar.
En, Libelle, dan doet het er ook niet toe of de auto al of niet goed verzekerd is he!
2) Arta, (en Ferrara) ook ik voel die kilte in mijn schrijven maar ik vrees een beetje dat dit een soort definitieve vertelstijl is waar ik maar moeilijk zal kunnen aan ontsnappen. Eén en ander heeft waarschijnlijk te maken met mijn schrijfmethode waarbij ik ter vergelijking als het ware een muurtje aan het metsen ben. Iedere laag stenen (alinea) wordt tergend langzaam ( perfect) afgewerkt alvorens aan de volgende laag te beginnen.
3) Positief is dan, denk ik toch, is dat de lezer halverwege de tekst niet in ’t slaap gevallen is maar misschien wel in één ruk naar de laatste regel gezogen is.

arta · 7 mei 2012 op 11:36

@ Meralixe: Tja, zorgvuldige opbouw heeft vaak als gevolg dat het oorspronkelijke gevoel uit het stuk verdwijnt. Misschien is het een uitdaging om eens heel snel een stuk te schrijven over een bepaald onderwerp en met uzelf af te spreken de basis niet meer aan te mogen raken, slechts taalfouten eruit filteren en kromme zinnen rechttrekken. Ik denk dat het uw werk ten goede komt…

Harrie · 7 mei 2012 op 13:51

Ik sluit me volledig aan bij Arta. Loslaten is een kunst maar levert uiteindelijk veel op.

pally · 7 mei 2012 op 19:59

Er is al veel gezegd, Meralixe. Misschien kan ik toevoegen, dat ik juist het verrassende neuspeuterdeel nog het interessantst vind en dat die mokerslagen het eerder verzwakken in plaats van versterken, wat waarschijnlijk wel je bedoeling is. In een goed geschreven stuk hoeft nauwelijks iets te gebeuren.

groet van pally

Geef een antwoord