De zon stond steeds lager aan de hemel. Pas toen ze de natte snoet van de hond tegen haar hand voelde, schrok ze even op uit haar overpeinzingen. Ze nam nog een flinke teug uit het glas en liet de zoete alcohol haar van binnenuit verwarmen. Haar blik vestigde zich weer op een onbestemd punt aan de horizon. De arm met het glas leunde op het raamkozijn, terwijl ze met haar andere hand afwezig tussen de oren van haar labrador kriebelde. Door de drank merkte ze niet dat het snel afkoelde, nu de zon bijna achter de huizen verdween. “Weet je,” zei ze, tegen niemand in het bijzonder. “Ik had niet gedacht dat het echt zo zou gaan. Tuurlijk, je denkt er wel eens aan, maar het is net als met enge ziektes. Je gaat er altijd vanuit dat het jou niet zal overkomen.” Ze nam nog een slok. De bodem van het glas begon al aardig in zicht te komen, maar van een dubbele tong was nog lang geen sprake. En dan nog. Wie zou haar horen praten? De lucht kleurde paars en roze, maar de nuances verschoven sneller dan ze wilde. Zelfs dit kon niet blijven zoals het was, dacht ze. Zoals alles wat mooi en waar lijkt op een gegeven moment verdwijnt in het grote niets. Even wilde ze lachen om haar loze gedachten, maar meer dan een misplaatst piepje ontsnapte er niet aan haar keel. De hond likte haar hand. Haar stem was zachter dan ze wilde. Toch sprak ze tegen de stilte.

“Avonden zoals deze zijn er niet om alleen door te brengen.” Een eenzame traan vond zijn weg naar beneden, via haar mascarawimpers langs haar neus. Halverwege haar wang verloor hij het van de zwaartekracht en viel op de kop van de hond. Verbaasd schudde het dier van nee. “Nee, vind jij ook niet, hè?” Het was niet zo’n avond dat de dieren konden spreken, maar ze was ervan overtuigd dat hij haar begreep. Als enige. Drie dagen geleden was het, maar ze was de tel al bijna kwijtgeraakt. Drie lange nachten, waarin ze naar het plafond staarde, met enkel het geluid van de auto’s in de verte. Drie dagen, leeg en zinloos hadden ze gevoeld. Lange uren zonder hem. Zonder zijn geur, zonder zijn flauwe grappen. Zelfs zonder het lange wachten, in de wetenschap dat hij thuis zou komen uit weer een late vergadering. Hij kwam niet meer thuis. Nooit meer.

Het glas was leeg, maar ze bleef het vastklemmen in haar hand. Stilletjes huilend staarde ze de donkere hemel in. De hond was erbij gaan liggen. Geduldig en trouw, zoals het hoort. Maar zo mocht het niet zijn. Wat overbleef was enkel dit. Zij, de hond en de diepe eenzaamheid van de nacht. Op weg naar weer een zinloos etmaal – zonder hem. Ze zou hem alles vergeven, het kleine en het grote. Maar hij kwam niet meer terug. Nooit meer.

De maan verlichtte het glas, weerspiegelde in de laatste druppels. Ze keek ernaar, verdwaasd bijna. In een opwelling smeet ze het over de rand. Zeven etages lager spatte het uiteen in duizend kleine stukjes. Zoals haar hart en ziel uiteen waren geslagen. Ze huiverde en staarde een tijd naar beneden. “Wie zou mij bij elkaar rapen?” vroeg ze zich af. De hond was in slaap gevallen. Ze keek van het dier naar de leegte van de nacht en weer terug. Eindelijk sloot ze het raam. Ze wilde niet verder, maar ze moest. Voor haar hond en zijn onvoorwaardelijke liefde. Meer dan één verlies wilde ze hem niet aandoen. Nooit meer.


Avatar

Quinn

Vertalen, muziek, concerten, vrienden, reizen, schrijven. En koffie.

11 reacties

Avatar

arta · 5 juli 2007 op 17:12

Enorm mooi geschreven!
[quote] Een eenzame traan vond zijn weg naar beneden, via haar mascarawimpers langs haar neus. Halverwege haar wang verloor hij het van de zwaartekracht en viel op de kop van de hond. Verbaasd schudde het dier van nee. [/quote]
Deze quote vond ik echt prachtig!
🙂

Avatar

SIMBA · 5 juli 2007 op 19:16

Héél erg mooi, poëtisch en hopelijk niet autobiografisch.

Avatar

DriekOplopers · 5 juli 2007 op 21:08

Een wel zéér onverwachte laatste zin!

Alweer een topstuk, Quinn! Prachtig!

Driek

Avatar

lisa-marie · 6 juli 2007 op 00:30

In een woord : Prachtig!!
Zo mooi en helder dat je kan voelen wat de persoon doormaakt. Het slot is heel sterk.
Het raakte me.

Avatar

WritersBlocq · 6 juli 2007 op 00:33

Column van de Maand!

Avatar

Troy · 6 juli 2007 op 14:43

Erg mooi. Spelen met sentiment is altijd gevaarlijk, maar je weet het goed binnen de perken te houden. Niet overdone, maar ingetogen. Ook wat mij betreft heb je de maandcolumn verdiend.

Avatar

schoevers · 6 juli 2007 op 19:44

Ik sluit mij aan. Heel mooi geschreven.

Avatar

Dees · 7 juli 2007 op 11:48

Mooi geschreven, je weet je weg met taal. Hoewel voor mij (ja, als enige, dat zie ik ook wel) de taalvondsten het authentieke van het stuk verminderen, ervoor staan, afdekken, afleiden. Iets versoberd had het stuk me nog meer weten te raken.

Avatar

Quinn · 8 juli 2007 op 03:55

Heel erg bedankt iedereen voor de bijzonder complimenteuze reacties en overige opmerkingen! 😀

Avatar

Li · 8 juli 2007 op 13:16

prachtig

Avatar

KawaSutra · 9 juli 2007 op 15:09

[quote]Toch sprak ze tegen de stilte.[/quote]

Heel mooi Quinn!

Geef een antwoord