Spinnenwebben (ZKC)

Ik leef in een huis met spinnenwebben aan de muren, aan het plafond. In de hoeken. Jarenlang. En elke dag, elke keer dat ik een kamer binnenkom, zie ik ze. En zucht ik. Heel soms wil ik ze weghalen, maar dan dringen de gedachten aan ladders en onhandige toeren zich Lees meer…

Spuiten en slikken

“Zwaar hè?” vraagt een vriendin met meewarige blik. Ik haal mijn schouders op. Je kind verliezen, dát is pas zwaar, heb ik altijd gezegd. Maar hoe zou het zijn om een kind te verliezen dat er nooit is geweest? Vooralsnog kan ik daar met mijn gevoel niet bij. “Het valt wel mee”, antwoord ik dus in alle eerlijkheid.

September

“Ik haat rauwe kip aan mijn vingers,” mopper ik. Bij gebrek aan goed fileergereedschap – ik ben zeven jaar vegetariër geweest – sta ik met een aardappelschilmesje de zachtroze substantie in reepjes te verdelen. “En ik haat koken als het binnen 29 graden is,” zegt mijn lief, terwijl hij het pakje Chicken Hawaï nog eens bestudeert. Zweet druppelt langs zijn slapen. Hij citeert: “Kook de rijst in ruim kokend water met een beetje zout in 10 minuten gaar.”

De jacht

Haar ogen turen naar de hemel en verliezen de grote vogel geen moment uit het zicht. De scherpe pijlpunt is er klaar voor, haar spieren trekken de boog strak. Haar hele lichaam is in perfecte balans. Maar telkens als het bijna zo ver is, verplaatst het dier zich weer. De jonge vrouw is uiterst geconcentreerd en zich niet bewust van welke andere aanwezigheid dan ook. Slechts een jager en haar prooi.

Meer dan genoeg

Als jong meisje ging ik nog naar het toilet terwijl mijn vader zich aan het scheren was, of mijn moeder onder de douche stond. Ik keek dan wel of ze niet naar mij keken, maar werd altijd zo vakkundig genegeerd, dat ik met een gerust hart mijn gang ging. Toch bereikte ik op een gegeven moment een leeftijd, waarop ik de badkamerdeur op slot begon te draaien en me nog slechts in afzondering omkleedde.

Nooit meer

De zon stond steeds lager aan de hemel. Pas toen ze de natte snoet van de hond tegen haar hand voelde, schrok ze even op uit haar overpeinzingen. Ze nam nog een flinke teug uit het glas en liet de zoete alcohol haar van binnenuit verwarmen. Haar blik vestigde zich weer op een onbestemd punt aan de horizon. De arm met het glas leunde op het raamkozijn, terwijl ze met haar andere hand afwezig tussen de oren van haar labrador kriebelde. Door de drank merkte ze niet dat het snel afkoelde, nu de zon bijna achter de huizen verdween.

Patience

In Chili sta je overal in de rij. Bij de bakker, de supermarkt, de bus, de metro en vooral bij de bank. Al bij binnenkomst is het me duidelijk: dit is een rij van een vol uur. Maar net als alle anderen sluit ik gelaten achteraan. De rekeningen moeten tenslotte betaald worden en internetbankieren is hier voor de meesten vooralsnog een utopie. Dus spendeer ik regelmatig een uurtje in dezelfde rij – voor het storten van de huur en het betalen van achtereenvolgens de elektriciteitsrekening, de gasrekening en de telefoonrekening.

Ritme van de regen

In Nederland regent het vaak genoeg, maar dat is niet erg als je lekker warm en knus met je familie binnen zit. In de winter in Santiago zijn warm en knus vaak ver te zoeken. En voor de eerste keer maak ik er echte regen mee. Ze zeggen dat het hier gedurende een week per jaar aan één stuk door regent. Nou, dan moet dat deze week zijn.

Straatleven

Santiago is een heleboel. Het is arm en rijk, achtergesteld en modern. In een stad als deze kun je beide kanten op argumenteren. Tweeëndertig wijken zijn eigenlijk tweeëndertig ministeden die soms werelden uit elkaar liggen. Toch loop ik op zondag vaak dezelfde route door het centrum. Want er is niets wat deze stad zo mooi samenvat als je ogen de kost geven tijdens een wandeling, beginnend bij de kerk, door de winkelstraat en via de andere straat weer terug naar het plein.

Skatepark

Eigenlijk is het niet meer dan een grote betonnen bak met rond oplopende randen. Soms vormen verkeersafzettingen of metalen kistjes er een hindernis in de ruimte. In het skatepark verzamelen zich op gezette tijden grote aantallen tieners, pubers en jongvolwassenen. De meesten met een skateboard, sommigen met een BMX-crossfiets of slechts met wat vrienden en een fles drank. Maar allemaal met dezelfde jeugdig onbezorgde en bewust onverschillige blik. Kijk mij eens. Ik ben hier en ik doe mijn trucjes. Als ze lukken ben ik supercool. En als ze mislukken heb je me niet zien vallen.

De ontwapenende revolutie

Voor mijn onderzoek moet ik naar de bekendste universiteit van het land om interviews te doen. Ik wil beginnen bij de lastigste faculteit, vrij moeilijk bereikbaar en een concrete herinnering aan de laatste keer dat ik Tomás zag. Nu is het diezelfde Tomás die me over de streep haalt om er op korte termijn heen te gaan. Hij studeert er en wil wel met me bijpraten na college. Ik stem toe, enigszins verbaasd over dit onverwachte weerzien na vijf maanden. En ik weet niet waar ik nerveuzer voor ben: de reis naar de faculteit, de interviews of de hereniging met hem.

Melodie

Ik stop mijn passen door de winkelstraat om naar de spreekwoordelijke Inca’s van bij de al even spreekwoordelijke Hema te luisteren. Er staat een hele kring mensen. Ik voeg me bij hen. Dan kondigt een van de muzikanten het volgende nummer aan, een altijd veel aangevraagde van Los Jaivas. Ik herken de naam als een bekende Chileense band met een lange traditie. De lokale coverband zet de eerste tonen in en een vreemd gevoel bekruipt me. Dit is toch niet…? Ja, dat is het wel.