Nuchter blijven. Dat stond in de informatiebrief over de operatie. Natuurlijk maakt hij er meteen een geintje van. “Geen bier bij het ontbijt, mam,” lacht hij. We moeten die ochtend vroeg op. Om half 9 moet hij in het ziekenhuis in Leiden zijn. Ernie, een zeer goede vriendin, gaat met ons mee. Voor de morele support, maar ook omdat ik geen auto meer heb. “Ben je zenuwachtig?” vraag ik terwijl ik mijn eigen zenuwen probeer te verbergen. “Valt wel mee,” bromt hij schouderophalend. “Het moet nou eenmaal gebeuren; ik zal het allemaal wel zien.” Ruim op tijd komen we aan in het ziekenhuis. Ondanks het vroege tijdstip is er in het ziekenhuis bedrijvigheid genoeg. Wij proberen ons te oriënteren en vinden met enige moeite de afdeling waar wij moeten zijn. “Gaat het?” vraag ik aan mijn zoon, met plaatsvervangende nervositeit. “Ja hoor,” antwoordt hij.

Nuchter blijven. Hij moet natuurlijk niet nerveus worden door zijn moeder, dus vraag ik maar niet meer of hij zenuwachtig is. We melden ons bij de balie en moeten plaatsnemen in de wachtruimte. Daar zitten meer mensen. Op een centrale tafel staan thermoskannen met koffie en thee. Ik pak koffie voor Ernie en thee voor mijzelf. Dennis mag natuurlijk niks. We bladeren wat in tijdschriften en dan komt een verpleegster ons halen. Mooi zo, het is half 9, dus precies op tijd. Er moet een formulier worden ingevuld. Maar Dennis is nog niet aan de beurt. “Tussen half 10 en 10 uur word je opgehaald, en word je klaargemaakt voor de operatie. We vertellen je dan precies wat er gaat gebeuren.” We knikken. Terug naar de wachtkamer.

Nuchter blijven. Dat valt niet mee als je zo lang moet wachten. Bij mij slaan de zenuwen toe en bij Dennis een hongergevoel. Om half 11 komt de verpleegster hem dan toch halen. “We bellen u als hij terug is uit de uitslaapkamer,” zegt ze tegen mij. Eigenlijk wil ik Dennis een kus geven, maar ik doe het toch maar niet. Ik wil niet zijn imago van stoere, 17-jarige dappere gozer – want dat is hij! – verstoren. Hij geeft me de boks en zegt: “Tot straks, ouwe,” met het overdreven Amsterdamse accent dat hij zich hier in de periode dat hij bij ons in Amsterdam woont, geprobeerd heeft eigen te maken. Ik lach dapper en bemoedigend naar hem en wens hem veel sterkte toe.

Nuchter blijven. ‘Kom op,’ spreek ik mezelf streng toe terwijl ik met Ernie naar de uitgang loop. ‘Zo zwaar is de ingreep niet en er worden dagelijks honderden kinderen geopereerd.’ Ja, maar ik heb dat met mijn kinderen nog nooit eerder meegemaakt. Ik voel me een tikje schuldig als ik met Ernie de stad in ga. Maar dat is natuurlijk onzin. Wat maakt het voor Dennis nou uit, of ik in zo’n suffe wachtkamer ga zitten wachten, of dat ik de wachttijd op een plezierige manier doorbreng met een goede vriendin? Toch voelt het een beetje dubbel.

Nuchter blijven. Nerveus kijk ik voor de zoveelste keer op mijn horloge. We hebben geluk met het weer. Het zonnetje is gaan schijnen en wij hebben een prima plekje gevonden op een mooi terras. Lekker uit de wind, de zon op onze gezichten en een lekkere lunch. Normaal gesproken zou dit het ultieme genot voor mij betekenen, maar ondanks het gezellige gezelschap, de heerlijke lunch en het onverwachte zonnetje ben ik niet echt ontspannen. Het begint nou ook wel érg lang te duren. Ze zouden mij bellen, als Dennis vanuit de uitslaapkamer weer op zaal was gebracht. Voor de zoveelste keer pak ik mijn mobieltje. Heb ik toch een gemiste oproep? Nee.

Nuchter blijven. “Ik ga toch maar even bellen, het duurt nou wel erg lang,” zeg ik, terwijl ik Ernie aankijk om in te schatten wat zij daarvan vindt. Overdrijf ik het niet? “Dan bel je toch,” zegt ze. “Hoe laat is het dan?” “Het is al 2 uur. Ik had allang een telefoontje verwacht,” zeg ik, terwijl ik probeer om geen bezorgdheid in mijn stem door te laten klinken. Want ik ben toch immers die sterke moeder die nooit in paniek raakt, een rots in de branding is en de zaken zo nuchter mogelijk probeert te bekijken? “Gewoon bellen,” zegt Ernie, terwijl ze een slok neemt van haar zoveelste glas spa rood.

Nuchter blijven. Ik bel het ziekenhuis en probeer zo zakelijk mogelijk te informeren of Dennis al terug is van de operatie. “Nee, nog niet. We hebben nog niks gehoord, dus dan is de operatie nog aan de gang. En dan gaat hij nog naar de uitslaapkamer. Dat kan ook nog wel een tot twee uur duren…” Ik schrik toch. Ook voor Ernie, want ik had tegen haar gezegd dat de totaaltijd van de ingreep zo’n vier uur zou bedragen. En had er zelf ook op gerekend dat we om een uur of 1 weer richting huis zouden kunnen gaan. Maar Ernie vindt het niet erg. “Het is niet anders,” zegt ze. “Ze moeten het op de zaak nog maar even zonder mij zien te stellen, ik zal wel even bellen dat het later wordt.”
Om half 3 word ik erg ongedurig. Eigenlijk wil ik wel terug naar het ziekenhuis. Bovendien wordt het nu wel fris op het terras. We rekenen af en wandelen terug. Dennis ligt inmiddels op de uitslaapkamer en de operatie is goed verlopen. Dat is een opluchting. We gaan weer in de wachtkamer zitten en lezen daar de damesbladen waar we vanmorgen nog niet aan toegekomen waren. Eindelijk, om 4 uur komt een verpleegster ons vertellen dat Dennis terug is op zaal en dat we naar hem toe mogen.

Nuchter blijven. Maar hoe krijg ik dat voor elkaar, als ik mijn kind daar zo zie liggen in bed? Met zo’n verschrikkelijk opgezwollen gezicht dat ik hem bijna niet herken? Hij opent lodderig zijn ogen. “Hoi mam. Hoe is het met jou?” Gelukkig doet hij meteen zijn ogen weer dicht, zodat hij niet ziet hoe tranen in mijn ogen opwellen. “Ik kan beter vragen hoe het met jóu gaat,” glimlach ik. Allerlei gevoelens maken zich van mij meester. Ik moet blij zijn, want de operatie is achter de rug. Wat kunnen de artsen toch veel tegenwoordig. Welke idioot heeft dit mijn kind aangedaan? Ik verbouw met plezier zijn kop net zo erg als dat hij net bij mijn kind heeft gedaan! Vanmorgen bracht ik hier een gezonde jongen, en moet je nou eens kijken, wat een zielig hoopje mens. “De kaakchirurg komt straks nog naar Dennis kijken,” vertelt de verpleegster die met ons mee is gelopen. “En dan hoor je of hij mee naar huis mag.” Ik voel woede in mij opkomen. “Er is mij verteld, dat de totale ingreep vier uur zou duren. We zijn hier al vanaf vanmorgen half 9, en nu gaat u me ook nog eens vertellen dat Dennis misschien niet eens mee naar huis mag?” De zuster kijkt een beetje meewarig. “Tja, zo gaat het altijd. Het gaat bij elke patiënt weer anders. En soms verloopt het vlot, en soms niet. Zo gaat het echt altijd.”
“Ik weet niet hoe het ‘altijd’ gaat. Voor u is het routine, maar ik maak dit voor het eerst mee, en bovendien vind ik, dat de voorlichting vanuit het ziekenhuis dan wel iéts beter geregeld zou mogen worden,” snib ik. “Tja, hij heeft nou eenmaal een zware ingreep gehad. Ze zijn anderhalf uur met hem bezig geweest, dat is niet niks,” legt de zuster uit. Ook die informatie is nieuw voor mij. Ze hadden gezegd dat het hooguit een half uurtje zou duren. Als de dokter om 5 uur komt kijken, zegt hij dat hij pas om 8 uur gaat beslissen of Dennis mee naar huis kan. Ik kijk naar mijn zoon. “Wat wil jij?” vraag ik. “Zie jij het wel zitten om je aan te kleden en in de auto mee naar huis te gaan? Zou je niet liever rust aan je hoofd willen hebben en hier vannacht blijven?” Dennis kijkt de dokter aan. “Ja? Mag dat?” vraagt hij, alsof het om een privilege gaat. “Ik denk dat je moeder gelijk heeft,” zegt de dokter.

Nuchter blijven. Ik geef Dennis een kus op zijn voorhoofd, ongeveer de enige plek op zijn gezicht die niet is opgezwollen en zwaai naar hem als we weggaan. Het voelt dubbel. Hier is hij in goede handen en kan hij veel beter worden verzorgd, mochten er nog nabloedingen optreden. Het is echt veel beter zo. Maar ik heb ook het gevoel, dat ik hem een beetje in de steek laat.
We rijden naar huis. Onderweg wordt niet veel gesproken. Dat hoeft ook niet. Als ik thuiskom merk ik hoe verschrikkelijk moe ik ben. Waarvan? Ik heb niks uitgevoerd vandaag! Ik bel nog even met het ziekenhuis en hoor dat Dennis toch wel misselijk is geworden en heeft overgegeven. Dat maakt het besluit om Dennis te laten blijven meteen een stuk verstandiger. Zie nou wel? Ik stuur mijn zoon nog een sms’je en als ik in bed ga liggen, slaap ik vrijwel meteen.

Nuchter blijven. Waarom zou ik? Vandaag mocht ik mijn zoon weer op komen halen uit het ziekenhuis en ik was dolgelukkig om hem weer mee te mogen nemen. Hij zag er al veel beter uit dan gisteren en had weer praatjes voor tien. Het is nu een kwestie van wonden laten genezen en het zal elke dag een beetje beter gaan.
Ik ben me er meer dan ooit van bewust hoe heerlijk het is als je gezond bent, en als moeder als je kinderen gezond zijn. Hoe ouders het volhouden om een ziek kind te hebben dat steeds maar naar het ziekenhuis moet voor behandelingen is me een groot raadsel. Je kind pijn zien lijden is het ergste wat er is.

Daar kan ik niet nuchter onder blijven.


DreamOn

DreamOn publiceert sinds 2006 columns op het internet. Zij schrijft over alles wat haar bezighoudt. Vaak (te) breedsprakig, maar dat is een leerpunt! In het dagelijks leven is DreamOn pedagogisch coach en heeft ze haar man, kinderen, familie en vrienden lief.

7 reacties

Ontwikkeling · 23 mei 2010 op 14:20

Zo lief, herkenbaar en ontroerend. Die moeders toch…..en die kinderen ook 😉
Ist ie weer beter, nu?

FelisXx · 23 mei 2010 op 15:22

Mooi…

Avalanche · 23 mei 2010 op 15:54

Ontroerend, DO. De herhaling van ‘nuchter blijven’ geeft de column extra kracht. Erg goed gedaan en nee, ik zou er ook niet nuchter onder gebleven zijn.

sylvia1 · 23 mei 2010 op 16:01

Het is een mooi verhaal. Moederschap is schitterend maar wat maakt het je kwetsbaar.

Fem · 24 mei 2010 op 08:12

Je zou als moeder de pijn het liefste overnemen!

Ontroerend en mooi door de herhaling van de titel…

SIMBA · 24 mei 2010 op 09:36

Ondanks de lengte (grapje 😀 ) een gewéldig stuk DO, de spanning tijdens het wachten was gewoon voelbaar. Getsie wat naar om zo de dag door te brengen!

lisa-marie · 24 mei 2010 op 23:12

Daar kan je zeker niet nuchter onder blijven, het raakt mij erg omdat ik ook vaak met mijn zoontje moest gaan.
En dan bij de kaakchirug….brrr leef met hem mee.

Geef een antwoord